Vervolg: Een vlokreeft binden

 

Twee soorten heb ik aangetroffen in die tijd dat ik nog naar insecten zocht en met een klein schepnetje in rivieren. De gammarus rosselli en de gammarus pulex, de eerste hier op de foto.  

 

 

 

Het zijn slechte zwemmers die zich met een zijwaartse beweging verplaatsen

Ik heb ooit een topdag gehad en meer dan 20 forellen van over de 45 cm gevangen waarbij er een bij zat van 63 cm! 

 

 

 

 

Vlokreeften zijn grijs van kleur en vrij eenvoudig te binden. Er bestaan speciale haken met een gebogen haaksteel daar voor die doorgaans dik van draad zijn, dat is een voordeel want deze dieren houden zich bij de bodem op. Ze leven tussen waterplanten of houden vast aan rietstengels of andere oever vegetaties.

 

Nadat je een haak nr. 12 in de vice heb gezet bind je staartsprieten in bocht van de haak. Daarvoor neem je fibers uit een borstveer van een patrijs.

Hierna bind je dun koperdraad of een stuk nylon in van 00/25 over de totale steellengte in. Die dient voor de ribbing van het dekschild, is 5 mm breed en snijd je van een zakje snijdt waarin b.v. haken zijn verpakt. Om het inbinden te vereenvoudigen knip je aan de plasticstrip een korte en stompe punt.

Nu maak je een dubbinglus met een grijze, ruige dubbing. Het liefst van zeehondenhaar, maar dat is lastig verkrijgbaar, dus een synthetische dubbing mag ook.

Het nylon en de dubbingdraad hangen ter hoogte van de haakbocht.

Vervolgens bind je een grijze patrijsfiber enkele slagen in en wikkel je de dubbingdraad tussen de fibers door naar voren en zet die, net zo als de punt van hackle, achter het haakoog vast.

Leg nu de plasticstrip over en op de body, trek hem strak, en zet hem achter het haakoog vast met de binddraad.

Rib, met wijde slagen, als laatste de body met het nylon en zet dat ook met de binddraad vast. Breng zo nodig twee kopsprieten aan van dunner nylon.