Wat knoop je eraan bij noorden wind?
Al eerder heeft er op de site iets gestaan over het vissen bij noorden wind. In dat verhaal staat ook de oude vuistregel die nu niet bepaald aanmoedigend is als de omstandigheden zo zijn. Die stelling hier herhaald luidt;

Wind noord of oost, vis verpoost
Wind zuid of zuidwest, vis bijt best

 

Vroeger dacht ik dat zulke ‘volkswijsheid’ flauwekul was, maar uit mijn visdagboek bleek dat er wel degelijk een kern van waarheid zit. De vangsten bij noorden wind waren vaak puur slecht, maar als de wind ‘verkeerd’ stond gingen we toch vissen. Aan het eind van de dag bleek vaak dat we heel veel vliegen aan de leader hadden geknoopt, maar toch slecht hadden gevangen.
De situatie bleek niet anders te zijn als we op vakanties op forel of vlagzalm gingen vissen, het bleef doorgaans slecht, op wat uitzonderingen na. Soms vingen we aan een heel klein zwart vliegje of nimfje toch nog vis, al ware het geen grote. We troosten ons met de gedachten: beter wat dan niets. Ondanks dat het toch onbevredigend was.

 

Als nu de wind uit het noorden komt ga ik niet eens meer weg, misschien komt dat ook omdat ik niet gebonden ben om alleen op zaterdag te gaan vissen.
Tegenwoordig moeten we ook vaak genoegen nemen met kleinere vis, vooral als we op voorn gaan. Hoewel ik de laatste twee jaar minder aalscholvers zie dan vier jaar geleden, hoopvol? Er is misschien veel weggevreten zodat zij niet meer het voedsel kunnen vinden wat ze nodig hebben?


Het blijkt ook dat er veel meer gezocht moet worden als weleer. In het water waar ik vis heb ik de indruk dat het toch iets beter wordt, ondanks alle negatieve ervaringen die ik eerst had. Ik vang geen voorns van dertig centimeter, dat niet, maar (ovaal ingebonden) vaak heb ik er een aantal van 24 cm of groter en dat zijn toch aardige vissen. Voorop gesteld dat het weer mee moet werken, dat is niet veranderd.


Het is gebleken dat het kleine zwarte nimfje waarvan hier het patroon is opgenomen, het soms goed doet in moeilijke omstandigheden. In een van mijn vliegendozen vond ik zo’n nimfje en het was een aanleiding om dat patroon wat aan te passen. Zoals blijkt is het een eenvoudig patroontje soms effectief, maar noorden wind blijft noorden wind.


Materiaal
Haak                  : langstelig, nummer 14. Liefst nog kleiner
Binddraad           : zwart, 8/0 (of liefst dunner zoals Spiderweb)
Staart                : drie of vier fibers uit een patrijzen hackle
Ribbing              : dun nylon 0,012
Body dek           : stripje plastic (stripje van een gripzakje) waaraan een punt is geknipt
Body                 : zwarte herl van struisveer
Thorax              : zwarte, fijne dubbing, zoals CDC dubbing (ovaal ingebonden)
Thoraxdekschild : stripje plastic
  

Bindwijze
Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Bind het staartmateriaal in, het stripje plastic en zet dat bij de geknipte punt vast. Wikkel het draad naar de haakbocht. Bind van de herl een korte body, tot de helft van de haaksteel en zet het eind van de herl vast met binddraad. Rib de body met het dunne nylon.

Leg het plastic over de body en zet dat voor de body vast. Maak in een lus mrt een zwarte dubbing, bind daarvan de thorax en zet het eind van de lus achter het haakoog vast. Leg het overige plastic over de thorax, zet dat met enkele binddraadwikkelingen vast. Maak een of twee afbindknopen en lak de knopen.