Droppers.

Het komt heel vaak voor dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden, dat geldt niet alleen voor het bedenken van kunstvliegen maar ook voor vistechnieken. Dat heeft de ervaring geleerd en het leek er even op dat het ook met dit artikel ook zo zou gaan. Enige tijd geleden was ik van plan om iets te uit te zoeken over droppers. Je weet wel zijlijntjes aan leaders waaraan een tweede nimf wordt geknoopt. De doelstelling van een dropper is om meer vis te vangen.

Op Google vond ik een website mid.current.com waarop een interssant artikel staat over technieken over het vissen met droppers en tandem rigs geschreven door Philip Monahan. Dat is ook nog voorzien van mooie illustraties en dat bespaarde me werk.

Philip Monahan heeft een eigen benadering voor deze vistechniek en zijn artikel heb ik gedeeltelijk gebruikt. Er staan nuttige tips in die misschien interessant zijn. Ze zijn misschien nuttig als je met een dropper of een rig wilt gaan vissen.

Illustratie 1 ( Bill Tipton www.compartmaps.com)

Hierboven zijn een aantal systemen te zien met zijlijntjes. De lengte daarvan wordt bepaald door de plaats waar de vis zich voed, in welke waterlaag. Als forel net onder het oppervlak aast naar nimfen, zal een dropper van 15 cm een goede keuze zijn. Als er veel duns op en bij het water te zien zijn kan een wat langere dropper van circa 20 cm effectiever zijn. Wanneer je de vlieg vlak bij de bodem in dieper water wilt vissen is een dropper van 75 cm aan te bevelen. Zo staat dat in het artikel. De droge vlieg kan als beetverklikker fungeren.

Het schijnt dat HOEWEL FLY MULTI- rigs al eeuwen lang populair zijn in Europa, maar dat het vissen daarmee een vergeten kennis is.  Ik moet zeggen dat ik daar nog nooit iets over gehoord of gelezen heb.

Het is mij wel bekend dat vliegvissers droppers gebruiken bij het vissen op vlagzalm en forel. De laatste tijd vissen veel Hollandse vliegvissers met een dropper maar vliegvissers in België doen dat al veel langer.

Het blijkt dat het gebruik van een droppernimf doeltreffendheid is. Iets nieuws is het zeker niet, zodat we zeker niet van een moderne of nieuwe techniek kunnen spreken. Het neemt niet weg dat veel vliegvissers van mening zijn dat ze met een tweede vlieg meer vis vangen en daar kunnen ze wel eens gelijk in kunnen hebben. De juiste aanpak, dus de tweede vlieg op de goede diepte brengen, is daarbij wel essentieel.

De Clincher

Illustratie 2 ( Bill Tipton www.compartmaps.com)

De combinatie van het systeem van een zware goudkopnimf en een lichte zwevende nimf kan dodelijk zijn en zal stellig aanspreken. In illustratie 2 is dat weergegeven. Bij dit systeem beweegt zich de zware nimf zich over de bodem (een Dead-drift), terwijl de onderste nimf zich daar boven beweegt alsof hij leeft in die regio

Illustratie 3 ( Bill Tipton www.compartmaps.com)

Een variatie van een rig is een tandem met een nimf aan de bovenkant en een streamer op de bodem die een groter aas imiteert en zich wil voeden met een opkomende nimf, zie illustatie 3. Vaak is een grote forel niet geïnteresseerd in de nimf maar zal zeker zijn kans niet voorbij laten gaan om de streamer te grijpen.

Een dropperlijntje knopen

Lijnen knopen lijkt voor sommige vliegvissers nog een probleem. Als het om het maken van een bloodknoop gaat het nog wel. Daarmee worden twee tukken lijnen aan elkaar geknoopt, zoals een vistip aan een leader. ‘s Avonds  in het schemerdonker kan het leggen van een bloodknoop verdraaid lastig zijn, vooral vlak voor donker. Hieronder zie je een tekening van een knoop die makkelijker te maken is als je een tip aan de leader wilt zetten.

Deze knop is al oeroud maar ik gebruik hem met regelmaat

Er is geen limiet aan het aantal combinaties van droppers die je kan gebruiken. Je kan met drie droppers vissen; met een droge vlieg en een nimf, een droge vlieg en een emerger, een droge vlieg en een nimf, alleen maar met nimfen of een streamer en een nimf, en zo verder.

De kans is groot dat de leader met een lange dropperlijn sneller is de war raakt dan een kort zijlijntje. Daar staat dan weer tegenover dat een lange zijlijn beter beweegt dan een korte. Voor het vangen is de actie van een vlieg in het water van essentieel. Als je met twee dropper nimfen vist bestaat overigens de kans dat bij de drift de eerste nimf de ander beïnvloed.

Een Dropper Loop

Om een zijlijntje te maken voor een dropper bestaan er een aantal mogelijkheden en één daarvan is Dropper loop.

 

De lus kan je bij de knoop door knippen en daar een nimf aan knopen. Sinds enige tijd zijn worden de Rollers geleverd. Dat zijn kleine nylon ringetjes die je op de leader schuift. In de gleuf die een Roller heeft  kan je een zijlijntje bevestigen, zoals op de verpakking is aangegeven. Zoals is te zien maak je op de leader maak je een stuitje met de hieronder getekende knoop, zodat de roller niet naar benden kan glijden.

Het voordeel is dat de roller zich vrij kan bewegen waardoor de nimf,  die aan het zijlijntje wordt bevestigd, vrij kan bewegen.

 

Daarvoor gebruik je een kunstaasknoop zoals getekend. Door de lus, waar het nylon uiteinde wordt doorgevoerd, komt ook de nylon roller zoals de bovenste tekening aangeeft.

 

Een vriend van me, waarmee ik wel eens op zeebaars ga vissen, had een lumineus idee. Hij neemt een stuk van een nylon buisje, dat voor het binden van tubeflies wordt gebruikt en verhit dat aan beide kanten. Je krijgt dan een zelfde ‘schuifje’ als een roller.

 

De laatste mogelijkheid is een kleine ring van nikkelzilver die je aan een leaderdeel bevestigd en waar dan weer de vistip komt. Aan de ring kan je dan een zijlijntje bevestigen met een nimf. Ook dan kan je de kunstaasknoop gebruiken.