Dun foammateriaal

Als we kritisch kijken naar het assortiment drijvend materiaal wat er te koop is voor het binden van droge vliegen en emergers blijkt dat het niet zo groot is. Het is dan niet moeilijk om vast te stelen dat het dichtcellig foammateriaal aan de top staat. Voor droge vliegen blijft de toepassingsmogelijkheid beperkt tot het binden van een body. Daarentegen is het voor het binden van emergers groter.


Een body van een foamstrip voor een droge vlieg kan het haakgewicht helaas niet opheffen. Het inbinden van een onderbody met de bedoeling om het volume te verhogen, zoals bij een emerger, heeft geen zin. Deze zou te dik worden, nog afgezien of die het drijfvermogen zou verbeteren, omdat een body van een droge vlieg doorgaans ook kort is. Het volume zou niet groot genoeg zijn. Een body van een dichtcellige foamstrip verbeterd wel het drijfvermogen, ondanks dat je de cellen ten dele dicht trekt bij het inbinden van de strip. Wie wel eens een body van een echte eendagsvlieg heeft bekeken heeft gezien dat zo’n body strak en kaal is, dus zonder uitsteeksels en beharing. Al eeuwen lang is dubbing als body materiaal gebruikt en het is dan ook niet weg te denken in het vliegbinden. Ondanks dat gegeven absorbeert zo’n body vocht en werkt als het ware als een spons. Om dat absorberen tegen te gaan gebruiken we vliegbindvet, olie of ander preparaat om de vlieg te laten drijven. Dat helpt wel, maar wel voor bepaalde tijd, zolang het vet niet verdwenen is. Als dat gebeurt moeten we de vlieg drogen en opnieuw vetten.

Dat hoeft niet als de vlieg met een foambody is gebonden. Nadat je die een keer gevet hebt is het foam dicht en absorbeert geen vocht omdat je de buitenste cellen van het foam met het vet hebt dicht gesmeerd. Geen nadelen dus? Toch wel, want foam is wel wat kwetsbaarder dan dubbing. Daar staan dan weer andere voordelen tegenover, maar dat laat ik even voor wat het is.

Zoals bekend ben ik alweer een tijde bezig met het binden met foam voor emergers en droge vliegen. Voor de grote exemplaren werd het 3 mm Crepla gebruikt omdat dit zo fraai stapelend is in te binden. Voor kleine exemplaren was het te grof maar dan nam ik het 2 mm materiaal. Voor het binden van een kleine externe body was dat beter. Kleine vliegen binden op haak 14 en nog kleiner gaat nog net met het 2 mm Crepla, maar dat is toch nog wel lastig omdat het toch net iets te dik is.

Zodra er op kleinere haken gebonden wordt, zoals 18 en nog kleiner, moeten er allerlei kunstgrepen worden uitgehaald om het 2 mm materiaal te gebruiken. Een strip moet bijvoorbeeld plat en dunner gerold worden. Dat behoort nu tot het verleden want Traditional Hengelsport in Utrecht levert sinds kort 0,5 mm en 1 mm foammateriaal dat voor veel doeleinden bruikbaar is. Niet alleen is het geschikt voor dekschildjes van nimfen, je kan er ook een body van binden voor heel kleine vliegen.

Als je van 1 mm foam een taps lopend stripje snijdt is het mogelijk om zeer kleine kunstvliegen te binden met een externe body. De zijkant van de gesneden strip wordt dan de zichtbare kant omdat de strip plat komt te liggen bij het inbinden.

Extended body van 1 mm foam op haak 16

Als je dan Spinnertails als staart gebuikt komt dat de degelijkheid nog ten goede. Eén mm materiaal is voor is het binden van een vlieg met een externe body schitterend materiaal.

Wie destijds het voortreffelijke boek ‘Wondervliegen’ van Léon Jansen heeft aangeschaft zal stellig het kleine groene vliegje zijn tegen gekomen. Dit is een uitstekend vliegje voor het vissen op forel en vlagzalm. Met het groene 1mm foam is dit bindpatroon heel mooi te binden. Hieronder zie je een voorbeeld daarvan.

Groene vliegje

Nimf gebonden op haak 14 met een dakje van 0,5 mm foam

Brown dubbel bunch