Loop junction?

Over de verbinding van een leader op de vliegenlijn heeft al eens eerder wat op de site gestaan. De bedoeling daarvan was een aanzet voor beter en lichter te gaan vissen. Maar ik ontdek nog steeds hardnekkige promotie op sites voor een lusverbinding. Nu is het niet de bedoeling om de wereld te verbeteren, maar deze informatie is om aan te geven hoe het anders en beter kan.

 

Bij de aankoop van een vliegenlijn is de winkelier zo vriendelijk om een loop junction (lusverbinding) op de lijn aan te brengen waaraan je een leader kunt bevestigen. Dan moet aan de leader ook een lus worden gemaakt, die dan weer aan die loop junction wordt bevestigd.

 

lus verbinding.jpg

Deze lusverbindingen zijn vrij eenvoudig te maken en op de vliegenlijn aan te brengen. Ze worden gemaakt van hol, gevlochten nylon.

Je schuift eerst een dun stukje siliconenslang op het uitstekende gevlochten deel van de lusverbinding. Vervolgens schuif je de vliegenlijn in de holle lijn, waarna je de siliconen slang er overheen schuift. De verbinding zit dan vast. Je kunt een grote trekkracht op de verbinding los laten zonder dat die los laat. Het nadeel is wel dat er een dikke overgang ontstaat.

Het is niet ondenkbaar dat een of beide lussen uit gaan staan als de verbinding niet strak staat, waardoor er een nog bredere overgang ontstaat.

 

lus verbinding 2.jpg

 

Ondanks de nadelen is deze verbinding heel populair bij veel vliegvissers en ook bij winkeliers. De verbinding is immers supersnel aan de lijn te monteren. De verbinding voldoet, maar er zijn nogal wat nadelen.

Wie alleen maar op groot en snel stromend water vist, zal die nagenoeg misschien niet hebben. Het lijkt me dat je als vliegvissers niet eenzijdig bezig moet zijn en een bredere ervaring op wil doen. Niet steeds gaan vissen in hetzelfde land en ook eens gaan vliegvissen in ander water. Bijvoorbeeld vliegvissen in smaller, stromend water dat vaak veel meer variaties kent. Beken en kleinere rivieren hebben een gevarieerd karakter, zoals rustige en bijna vlakke stukken. Daar zijn ook vaak de ruige oevers heel interessant. Oevers met grote stenen waarachter interessante stekken zijn.

Vaak vis je dan met een kortere hengel en een lichte vliegenlijn, dus een subtiele combinatie. Aan de vliegenlijn zit een leader die zeker korter is dan 3,5 meter. In combinatie met een loop junction vis je dan alleen niet subtiel meer. Dat vraagt om toelichting.

Een goede presentatie van een vlieg is op een vlak en traag stromend stuk water van invloed op vangen of niet. Het werpen en ook de keuze van een vlieg is daar niet alleen van invloed op, maar ook delicaat serveren. De vlieg moet zonder een ‘klets’ op of in het water komen. Bij het minste geringste onraad wordt de kunstvlieg of nimf niet genomen. Die factoren spelen bij een wateroppervlak dat vlak is en nauwelijks rimpels heeft, dan trekken lussen rimpels.

 

Wim in Ybbs met vis copy.jpg

Voorzichtigheid geboden als je in zulk water vist.

 

Vis ziet en merkt alles en wordt daardoor argwanend, dat is in de praktijk weldegelijk vastgesteld. Op de bodem van een spiegel glad wateroppervlak zie je ook elke schaduw!

 

Er is nog een vrij groot technisch nadeel. Een verdikkling van een loop junction moet je ook door het topoog trekken en dat is lastig. Vooral als de leader langer is dan de hengel, of dat je de verbinding door een vangst door het topoog moet trekken. Het is prettig om met behulp van worpjes de vliegenlijn weer buiten het topoog te brengen.

 

Lusverbindingen of een loop junction gebruik ik alleen maar voor een 7 lijn en zwaarder. Voor een leaderverbinding aan een zware lijn, voor het vissen op zalm, val ik terug op de vertrouwde naaldknoop.

 

Een betere lijmverbinding

Meer dan twintig jaar verbind ik mijn leader met een verbeterde lijmverbinding die destijds door de journalist Stef de Bruin werd bedacht. Nog nooit heb ik daar problemen mee gehad. Ook niet bij de vangst van een grote vlagzalm, forel of winde.

 

winde 1.jpg

 

Met de komst van de secondelijm werd eerst het eind van de nylon leader direct in de vliegenlijn gelijmd, maar dat functioneerde niet goed. Na verloop van tijd ging de leader los, heel vervelend als je net een vis hebt gehaakt.

Om een lijmverbinding te maken die veel sterker en stabieler is, worden setjes geleverd. Op de foto zo’n setje, speciaal voor dat doel. Het wordt geleverd door Ritt-Maling, op de foto zijn de verbindingen te zien. Dit setje is compleet met aanwijzingen, secondelijm en gereedschap, een houder om de naald in de lijn te brengen. Dat is bijzonder handig.

 

Lijmkit copy.jpg

In deze bijdrage is nogmaals een serie foto’s en instructie tekening opgenomen hoe je een lijmverbinding kunt maken. Waarom een winkelier zo’n verbinding niet maakt? Stel je maar voor: een winkel vol met klanten en dan een lijm verbinding maken, dat is ondoenlijk.

 

Hoe gaat het in zijn werk?

-Een speld wordt in de vliegenlijn gestoken en naar buiten gebracht. De kop wordt kortstondig verhit.

-Het uiteinde van 28/00 nylon (waar je later de leader aan knoopt) is op geruwd met schuurpapier en er is een schuine punt aan gesneden.

-Haal de naald uit de lijn. De opening in de vliegenlijn blijft open, omdat je de naald verwarmd hebt. Steek nu het dikke nylon in de vliegenlijn en breng het naar buiten. Breng secondelijm op het uitstekende deel aan, dat later tegen de vliegenlijn gelijmd wordt. En ook er voor.

-Trek dan de lijn in de vliegenlijn, zodat er nog maar 1 of 1,5 cm aan de zijkant uitsteekt.

-Leg dat tegen de vliegenlijn en houdt het op zijn plaats met een pincet. Breng er dan wat secondelijm op en laat de las drogen.

 

Het resultaat; een sterke, gladde verbinding die niet los gaat en gemakkelijk door het topoog ‘loopt’.

 

Foto 2 lijmverbinding copy.jpg