Vingerknoop?

Laatst was ik op een workshop te gast toen men het had over een vingerknoop. Dat was iets nieuws voor mij dacht ik, maar dat bleek een illusie te zijn. Vingerknopen worden gebruik om een streamer af te binden zei men.

Een goede gids… is goud waard!

Wie de Glomma in Noorwegen niet kent, of de rivier voor het eerst ziet, zal zich afvragen waar hij moet beginnen. Waar zit de vis en waar vind ik de diepe de pools?

Je kunt dat zelf uit zoeken, maar dat kost veel tijd en die heb je niet als er maar voor een week of veertien dagen bent. En dan te bedenken dat de rivier circa 625 km lang is! Je zult er jaren voor nodig hebben wil je die kennis opdoen.

 

‘Tips & tricks’ nr. 1a – Hakenpraat

Voor het binden van kunstvliegen worden veel verschillende haken gefabriceerd. Ik kan me voorstellen dat een keuze lastig kan zijn. Over haken is veel te vertellen. Het is ook ondoenlijk omdat thema in één tip af te ronden, dus zal dit verhaal nog een vervolg krijgen.

‘Tips & tricks’, de nieuwe rubriek.

Als je een tijdje bezig bent met vliegvissen en vliegbinden ga je weleens voorbij aan dingen die voor aspirant binders belangrijk kunnen zijn. Dat kunnen eenvoudige handigheidjes zijn die in een bindbeschrijving van een patroon van een vlieg niet aan bod komen. Het is ook mogelijk dat de uitleg in een boek of tijdschrift ook problematisch is.

Zo nu en dan word ik met een vraag of vragen geconfronteerd en dan wakker geschud. Dat gebeurde laatst weer toen ik een goed bedoelde mail kreeg. Iemand schreef me dat hij met plezier de artikelen op site leest, maar er soms niets mee kon. Hij was nog maar pas bezig met vliegbinden en er zijn technische dingen die voor hem niet duidelijk zijn

DSCN9987.jpg


Dat heeft me aangezet tot het bedenken  van een rubriek op de site met de titel; ‘Tips & tricks’. In die rubriek zal op kleine en grotere bindtechnieken worden besproken. Wellicht dat die interessant zijn voor hen die pas zijn begonnen met binden.


De gevorderden kunnen deze rubriek gerust overslaan, daarvoor is het niet bedoeld.

‘Tips & tricks’ zal geen volgorde hebben. Ze zullen ook niet alleen betrekking hebben op het binden, maar zo nu en dan ook op het vissen. Als er iets niet duidelijk is, schroom je dan niet om vragen te stellen. Bedenk domme vragen bestaan niet. Dommer is om vragen niet te stellen, omdat je misschien denkt dat ze dom zijn.


Wim Alphenaar

Zelf een hengel maken?   Deel 1

Er is een tijd geweest dat het zelf maken van een hengel heel populair was. In het verleden is er zelfs een boekje uitgeven over dat thema.

‘Tips & Tricks’ Tip 3 - Hackles inbinden

Bij de meeste droge vliegen wordt achter het haakoog een nekveer van een haan in gebonden, en hackle noemen we zo’n veer.  Die krans van hackle fibers imiteren de poten van het insect dat het voorstelt. Ze zijn onder andere nodig voor het drijfvermogen.

 

Zelf een hengel maken?

Het blijkt dat er nog steeds (vliegen)hengels zelf worden gemaakt. Tevens zijn er vliegvissers die dat wel willen gaan doen maar niet zo goed op de hoogte zijn hoe dat in zijn werk gaat.

Er staan nu vier afleveringen over dat thema op site. In verband met de lengte van het artikel is het niet in een keer geplaatst.

Tips & Tricks - Inbinden van chenille

Als je een vlieg bindt wil je dat die er goed uitziet. De imitatie behoeft geen schoonheidsprijs te krijgen, want je hebt hem gebonden om er mee vis te vangen. Maar het oog wil ook wat.

Een vlieg bestaat uit verschillenden onderdelen.  Een er van is de body, toonaangevend onder andere bij natte vliegen, flymphen en nimfen. Daarvoor kan je verschillende materialen gebruiken bijvoorbeeld chenille. Om een goede body vorm te krijgen is een goede verdeling van het materiaal bij het vastzetten op de haak essentieel, en dat geldt niet alleen bij het binden bij de genoemde vliegen.

Bodymateriaal kan je het beste over de totale lengte van de haaksteel inbinden, daar waar je de body wilt hebben. Dat is standaard, maar als je een dunne body van chenille wilt, werkt die regel niet. Doe het volgende.

De kern van het chenille bestaat uit twee draden waartussen materiaal is aangebracht. Verwijder dat materiaal en bind alleen de twee basisdraden in . Daarna draai je de chenille om de haaksteel en bind de body, de body is dan aanmerkelijk dunner.

Untitled-2 copy.jpg

 

Zelf een hengel maken? - Deel 2

In deel 1 van ‘Zelf een hengel maken’ staat hoe belangrijk het is om de ogen op de goede kant van een blank te plaatsen. Overigens moet ik zeggen dat het soms ook niet klopt bij een fabriekshengel. Nog niet zo lang geleden heb ik een hengel van een zeer gerenommeerd merk getest waarop de slangenogen niet goed op de top en het tweede, volgende deel zijn gezet. Dat is een grove blunder.

De importeur beweerd dat de hengels van dat merk in Amerika afgewerkt worden, wat ongeloofwaardig is. Dat ze ergens in Azië zo’n fout maken kan ik geloven maar niet in Amerika. Daar hebben wel degelijk ervaring in het maken van vliegenhengels. Het hengelmerk zal ik niet noemen, maar het is een lange tijd niet verkocht in Nederland en zelfs in Europa. Omdat het plan werd opgevat om hengels van dat merk weer op de markt te brengen moest het onder de aandacht worden gebracht.

Het verzoek kwam om een hengel te testen, dus werd er gevraagd wat voor een type dat moest zijn. Mijn keuze viel op een 7’6’’voor een vier lijn, een hengel met een goede actie van die lengte is lastig te fabriceren. Met dat type vis ik graag vis op forel en vlagzalm in kleine rivieren en beken. Viswater zoals de bovenloop van de Kyll of smallere, soortgelijke wateren in Oostenrijk. Je kunt er mee onder overhangende bomen vissen en ook nog een verre worp mee maken. In het betreffende jaar zou ik in de kleine Ybbs gaan vliegvissen waar heel weinig vergunningen voor worden uitgeschreven.

In dat water zit vlagzalm en veel bruine forel. Het stuk op de foto is nog goed bevisbaar, maar verderop wordt het echt een ‘kruip door, sluip door’ riviertje. Er zijn daar maar weinig oevers die vrij zijn van struiken en bomen met overhangend takken en die maken het werpen lastig. Maar het water staat bol van de vis.

Van te voren had ik de hengel getest toen het waaide en het windstil was. De hengel wierp goed maar het bleek dat bij een afworp van een normale visafstand van circa 18 meter de lijn met flauwe rechtse bocht op het water terecht kwam. De oorzaak was dat de slangenogen van de bovenste twee delen niet goed op de bank waren aangebracht. Vooral bij een lichte hengel valt zo’n hengelfout direct op.

Tijdens het vissen in de kleine Ybbs kwam dat toch goed uit. Ik viste stroomopwaarts en stond zoveel mogelijk aan de linkerkant van het opgesteld, vanwege de breedte van het water en dat er rekening moest worden gehouden met de ruimte voor de backcast. Er werd gevist langs de rechteroever en moest niets extra’s doen om de vlieg vlak langs de oever te serveren. Door de hengelfout kwam de vlieg bij de afworp altijd goed terecht. Bij het serveren van de vlieg langs de rechter oever moest ik echter met de hengel een ‘bowcast’ maken anders dreef de vlieg niet langs de oever.

De keuze van een blank en een hengel

De keuze van de juiste blank kan lastig zijn. Sommige zijn zacht en andere weer harder en dat betekent dat de lijn die je er mee wilt werpen er net niet op past. Die wordt dan wel door de fabrikant opgegeven. Je moet altijd maar afwachten of dat klopt. Heel vaak is dat niet zo, zelfs niet op dure hengels. Zelf heb ik een Orvis Western voor een vier lijn waar een drie lijn op past. Voor een vierlijn is hij veel te zacht! Mijn Sage voor een vier lijn is een goede hengel, maar met een vijf lijn werp die veel beter.

Nog niet zo lang geleden hadden we een workshop in Noorwegen met zestien vliegvissers. Een van hen had een nieuwe hengel gekocht van een zeer gerenommeerd en bekend Amerikaans merk voor een vierlijn, althans dat staat op de hengel. Tijdens het vissen bleek dat hij zijn lijn er niet uitkreeg. In de ochtend uren had hij nog les gehad van een ervaren werpinstructeur maar die had dat niet gemerkt.

Toen hij van mij het advies kreeg om met die hengel een lijnklasse zwaarder te werpen bleek dat het veel beter ging. De lijn ‘schoot’ toen goed door de ogen omdat de hengel veel beter opladen door het hogere lijngewicht. Het bleek dat hij toen wel een afstand kon werpen zonder overbodige kracht inspanning. Dat is een waar gebeurd, een praktisch voorbeeld en niet het enige want er zijn nog veel meer te noemen. Nu kan een fabriekstest goed uitgevallen met een type vliegenlijn die net iets zwaarder is of een andere taper heeft.

 

Met een goede combinatie en werptechniek is een verre worp mogelijk

Het is bekend dat je met sommige hengels ook een forward taper beter werpt dan een dubbeltaper. Een aantal jaren geleden bleek uit een test dat sommige vliegenlijnen een gewichtsafwijking hebben van meer dan 10% ondanks de AFTMA richtlijnen. Stel dat een vijflijn 10 gram weegt dan is dat een afwijking van 1 gram!

Dat lijkt niet veel, maar het scheelt wel degelijk bij het werpen. Om vaststellen of een vliegenlijn ook op de hengel past is ervaring nodig en die krijg je als met veel hengels werpt. Het kan ook heel nuttig zijn om eens met je hengel een vliegenlijn te werpen die een nummer zwaarder is.

Om een hengel te kunnen beoordelen moet je er een lijn mee werpen. In een winkel zie je vaak iemand met een hengel ‘zwiepen’ en hij vindt het dan een ‘lekkere’ hengel. Als ik dat zie moet ik heimelijk lachen. Door alleen maar met een hengel te zwiepen kan je wel wat van het buigverloop zien maar daar blijft het dan bij. Dus die ‘zwiepshow’ opvoeren is misschien commercieel interessant, maar zegt verder niets over de werpeigenschap.

(vervolg deel 3)

Motten, bont & veren

Je moet er niet aandenken, maar stel je eens het vogende voor. Je pakt een dure skin en er vliegen motten uit.

   

Zelf een hengel maken? - Deel 3

Een handvat maken op een blank

Als je een blank gaat kopen is het verstandig met de winkelier te overleggen voor welke visserij je de hengel wilt gaan gebruiken. Het kan een blank zijn voor een hengel waarmee je op forel of op snoek wil vissen. Dat zijn verschillende hengels waarmee je ook een andere vliegenlijn werpt. Aan de hand van je wensen, kan hij je adviseren over een blank. Als je een keuze hebt gemaakt kan je van die blank een hengel gaan maken. Hiervoor is wel wat handigheid nodig, maar met aanwijzingen kan je tot een heel goed resultaat komen.

Het eerste wat je doet is om uit te zoeken waar de zachte kant op van de blank zit volgens de manier zoals dat in deel 1 is aangegeven. Een blank bestaat meestal uit vier delen. Doe die proef met de nodige voorzichtigheid. Plaats de top op het eerst volgende deel. Zet de top ook eens anders op deel twee en doe de test opnieuw. Dezelfde handeling doe je met de onderste twee dikkere delen. Werk zorgvuldig, een keer testen is niet genoeg want je moet zeker zijn of het klopt. Na het lakken kan je de hengel niet meer veranderen of je moet opnieuw beginnen. Als je weet waar de harde kanten zijn markeer je die met Typp-ex stip of een witte stift.

Op het laatste deel, het ‘butt’ stuk, komt een handvat van kurk. Goede kurken zijn kostbaar omdat ze weinig verontreinigingen hebben. Je kunt een ‘kant-en-klaar’ handvat van kurk kopen maar dan heb je wel een vorm die de maker heeft bepaald.

Omdat zo’n prefab handvat bijna nooit past moet je het gat pas maken dat in de kurk zit. Als je beschikt over een houtdraaibank is dat niet zo moeilijk, maar met de hand is dat lastig. Je moet het gat uitvijlen met een rondvijl, een rattentaart, maar dat mag niet verlopen en even groot blijven aan de uiteinden. Met een vijl is dat bijna onmogelijk.

Dat is de reden dat ik losse kurken gebruik, ze pas maakt en op elkaar lijm met twee componenten lijm of witte houtlijm van Bizon. Dat laatste droogt langzaam, maar je hebt wel de mogelijkheid om de kurken nog te verschuiven als dat nodig is. Om voldoende lijm onder de kurken te houden als je ze op de blank schuift, vijl ik er gleuven in met een driekante vijl. Als je losse kurken pas maakt op het butt stuk maakt dan de gaten dan niet te krap, maar de kurken mogen ook weer niet te ruim zijn en op de blank ‘slobberen’.

Hengelbouwers gebruiken twee componenten lijm om kurken op de blank te lijmen. Deze lijm droogt binnen enkele minuten, de kurken zitten dan heel vast, maar moeten wel gelijk op de goede plaats zitten want ze later verschuiven kan niet meer.

Voor het lijmen ruw je de blank met fijn schuurpapier wat op, smeer er lijm op en breng wat lijm in de gaten van de kurken. Vervolgens schuif je die naar onderen en draai je ze op de plaats waar ze moeten komen. Met het hieronder afgebeeld hulpstuk trek je ze tegen elkaar aan. Je ziet twee stukken lat waar gaten in zitten. Schuif de blank door het gat van de bovenste lat. Door de gaten in de zijkanten zitten koorden gelust en door middel van stukjes hout knevel je de lussen strak. Daardoor worden de twee stukken lat samengetrokken en komen de kurken stijf tegen elkaar te zitten. Laat de lijm goed drogen want als te snel wilt gaan schuren gaat het fout!

Als het hulpstuk verwijderd is het mogelijk om het handvat met de hand te schuren. Dat in model schuren met de hand is te doen, maar het is wel heel moeilijk om een mooie egale vorm te krijgen. Maak eerst een ruwe vorm met een vijl of een rasp en schuur het daarna glad met grof schuurpapier.

Machinaal schuren is gemakkelijker en het eind resultaat is ook veel mooier.

Niet iedereen beschikt over een houtdraaibank maar je kunt wel wat improviseren. Hieronder is een oplossing getekend. Als je machinaal wilt schuren wikkel dan eerst op het eind van het butt stuk twee of drie wikkelingen cellotape. Voor het machinaal schuren heb je een conische pen nodig die je achter in de blank schuift zodat de blank er klemmend op past. Als je geen tape op de achterkent aanbrengt is de kans groot dat de blank van onderen scheurt als je die op de pen schuift.

 

Je hebt vast wel een boormachine. Met de volgende opstelling en het hieronder afgebeelde hulpstuk kan je goed een handvat schuren. Dat hulpstuk is een geleider dat je eenvoudig van een paar stukken lat kan maken die je aan elkaar schroeft. Boor er een gat in en lijm er een stuk vilt op waar ook een gat in zit. De geleider is bedoeld om de blank niet te beschadigen tijdens het draaien en dient ook ter ondersteuning bij het schuren.

Geleider

Monteer een boormachine in een boormachinehouder op een Workmate. Aan de andere zijde van de Wokmate zet je de geleider vast die met een lijmtang. Span de conische pen in de kop van de boormachine. Dat is niets anders dan een stuk rond stuk hout dat conisch geschuurd is waarin een houtschroef is geschroefd. De hengelgeleider schuif je pas over de blank als de blank op de conische pen geklemd is. Die klem je ook met een lijmtang op de Workmate.

Als je de oplossing te moeilijk is vraag dan of de winkelier de kurk wil schuren of een kennis die wel een hout draai bank heeft.

Schuur met schuurpapier eerst de basisvorm van het handvat dat circa 24 mm dik moet worden. Houd daar rekening mee als je eerst de grove vorm schuurt. Als het handvat circa 25 mm dik is geschuurd, schuur je het pas op de goede dikte met fijn schuurpapier. Die maat van 24 mm is gebaseerd op een normaal formaat hand en voor een lichte vliegenhengel. Het mag  dikker zijn voor iemand die grotere handen heeft en voor een zwaardere hengel waarmee je een 8 lijn werpt. Van een te dik handvat op een lichte hengel kan je op den duur kramp krijgen in je werphand. Als na het schuren blijkt dat er in de kurken gaatjes of openingen zitten kan je die dicht smeren met kneedbaar hout en een mes. Dat kneedbaar hout in de kleur van kurk is te koop bij een houthandel. Als het hard is kan je het met fijn schuurpapier glad schuren. De vorm van een handvat is vaak persoonlijk. Hierboven zijn voorbeelden gegeven, maar persoonlijk heb ik voorkeur voor het handvat hier op de foto.

Zoals je ziet zit op de achterkant een reelhouder. Daarmee zet een reel beter en vast dan met reelringen. Zo’n reelhouder is ook in de winkel verkrijgbaar waar je de blank hebt gekocht. Voor de montage van reelhouder moet je de kurk aan de achterkant dunner schuren zodat die  er net over heen kan schuiven. Met componentenlijm zet je hem vast maar pas als de hengel klaar is.

Er is nog een andere mogelijkheid om een reelhouder te monteren. In plaats van de kurk aan het eind dunner te schuren, houd je aan het uiteinde van de blank een ruimte vrij die zo lang is als de reelhouder. Let er dan op dat je de kurken niet te ver naar onderen schuift als gaat lijmen. De afstand moet enkele millimeter korter is als de reehouder.

Achter de geschuurde kurk breng je een wikkling aan van crêpetape en ook op het eind van de blank. Ze zijn bedoeld voor opvulling, omdat het gat in een reelhouder groter is dan de dikte van het achterkantdeel van de blank. Dat crêpe tape wordt ook gebruikt om ramen af te plakken voor het schilderen. De reelhouder moet net over het crêpetape schuiven. Zoals gezegd wordt die pas op het laatst vastgezet met twee componentenlijm als je weet waar het grootste oog, het trekoog, op het butt stuk komt te zitten. De afloop van de vliegenlijn moet met het oog corresponderen en in één lijn staan.

Op de foto zie je een handvat met een reelsluiting die deels in het handvat is ingelaten, up lock heet dat. Bij de aanschaf van materiaal kan je aangeven dat je ook dat wilt op je hengel.

Er zijn speciale kurken te koop waarin de reelhouderring past. Die speciale kurk lijm je als laatste kurk voor op de blank. Een reelhouder met een ‘voetring’ aan de onderzijde van de hengel wordt down lock genoemd. Het nadeel daarvan is dat de reel de grond raakt als de hengel wordt neergezet. Een beschadiging aan het reelhuis is dan denkbaar.

(vervolg deel 4)