Motten, bont & veren

Je moet er niet aandenken, maar stel je eens het vogende voor. Je pakt een dure skin en er vliegen motten uit.

   

 

 

Zelf een hengel maken? - Deel 3

Een handvat maken op een blank

Als je een blank gaat kopen is het verstandig met de winkelier te overleggen voor welke visserij je de hengel wilt gaan gebruiken. Het kan een blank zijn voor een hengel waarmee je op forel of op snoek wil vissen. Dat zijn verschillende hengels waarmee je ook een andere vliegenlijn werpt. Aan de hand van je wensen, kan hij je adviseren over een blank.

 

Als je een keuze hebt gemaakt kan je van die blank een hengel gaan maken. Hiervoor is wel wat handigheid nodig, maar met aanwijzingen kan je tot een heel goed resultaat komen.

 

‘Tips & tricks’ nr. 1a – Hakenpraat

Voor het binden van kunstvliegen worden veel verschillende haken gefabriceerd. Ik kan me voorstellen dat een keuze lastig kan zijn. Over haken is veel te vertellen. Het is ook ondoenlijk omdat thema in één tip af te ronden, dus zal dit verhaal nog een vervolg krijgen.

 

Als je een droge vlieg wil gaan binden, volgens een standaard bindpatroon, heb je een haak nodig die dun van draad is en die 1X lang is. Dat 1X heeft betrekking op de steellengte van een haak.

 

Vingerknoop?

Laatst was ik op een workshop te gast toen men het had over een vingerknoop. Dat was iets nieuws voor mij dacht ik, maar dat bleek een illusie te zijn. Vingerknopen worden gebruik om een streamer af te binden zei men.

Tips & Tricks - Inbinden van chenille

Als je een vlieg bindt wil je dat die er goed uitziet. De imitatie behoeft geen schoonheidsprijs te krijgen, want je hebt hem gebonden om er mee vis te vangen. Maar het oog wil ook wat.

Een vlieg bestaat uit verschillenden onderdelen.  Een er van is de body, toonaangevend onder andere bij natte vliegen, flymphen en nimfen. Daarvoor kan je verschillende materialen gebruiken bijvoorbeeld chenille. Om een goede body vorm te krijgen is een goede verdeling van het materiaal bij het vastzetten op de haak essentieel, en dat geldt niet alleen bij het binden bij de genoemde vliegen.

Bodymateriaal kan je het beste over de totale lengte van de haaksteel inbinden, daar waar je de body wilt hebben. Dat is standaard, maar als je een dunne body van chenille wilt, werkt die regel niet. Doe het volgende.

De kern van het chenille bestaat uit twee draden waartussen materiaal is aangebracht. Verwijder dat materiaal en bind alleen de twee basisdraden in . Daarna draai je de chenille om de haaksteel en bind de body, de body is dan aanmerkelijk dunner.

Untitled-2 copy.jpg

 

Een goede gids… is goud waard!

Wie de Glomma in Noorwegen niet kent, of de rivier voor het eerst ziet, zal zich afvragen waar hij moet beginnen. Waar zit de vis en waar vind ik de diepe de pools?

Je kunt dat zelf uit zoeken, maar dat kost veel tijd en die heb je niet als er maar voor een week of veertien dagen bent. En dan te bedenken dat de rivier circa 625 km lang is! Je zult er jaren voor nodig hebben wil je die kennis opdoen.

 

Zelf een hengel maken?   Deel 1

Er is een tijd geweest dat het zelf maken van een hengel heel populair was. In het verleden is er zelfs een boekje uitgeven over dat thema.

‘Tips & tricks’, de nieuwe rubriek.

Als je een tijdje bezig bent met vliegvissen en vliegbinden ga je weleens voorbij aan dingen die voor aspirant binders belangrijk kunnen zijn. Dat kunnen eenvoudige handigheidjes zijn die in een bindbeschrijving van een patroon van een vlieg niet aan bod komen. Het is ook mogelijk dat de uitleg in een boek of tijdschrift ook problematisch is.

Zo nu en dan word ik met een vraag of vragen geconfronteerd en dan wakker geschud. Dat gebeurde laatst weer toen ik een goed bedoelde mail kreeg. Iemand schreef me dat hij met plezier de artikelen op site leest, maar er soms niets mee kon. Hij was nog maar pas bezig met vliegbinden en er zijn technische dingen die voor hem niet duidelijk zijn

DSCN9987.jpg


Dat heeft me aangezet tot het bedenken  van een rubriek op de site met de titel; ‘Tips & tricks’. In die rubriek zal op kleine en grotere bindtechnieken worden besproken. Wellicht dat die interessant zijn voor hen die pas zijn begonnen met binden.


De gevorderden kunnen deze rubriek gerust overslaan, daarvoor is het niet bedoeld.

‘Tips & tricks’ zal geen volgorde hebben. Ze zullen ook niet alleen betrekking hebben op het binden, maar zo nu en dan ook op het vissen. Als er iets niet duidelijk is, schroom je dan niet om vragen te stellen. Bedenk domme vragen bestaan niet. Dommer is om vragen niet te stellen, omdat je misschien denkt dat ze dom zijn.


Wim Alphenaar

Zelf een hengel maken?

Het blijkt dat er nog steeds (vliegen)hengels zelf worden gemaakt. Tevens zijn er vliegvissers die dat wel willen gaan doen maar niet zo goed op de hoogte zijn hoe dat in zijn werk gaat.

Er staan nu vier afleveringen over dat thema op site. In verband met de lengte van het artikel is het niet in een keer geplaatst.

‘Tips & Tricks’ Tip 3 - Hackles inbinden

Bij de meeste droge vliegen wordt achter het haakoog een nekveer van een haan in gebonden, en hackle noemen we zo’n veer.  Die krans van hackle fibers imiteren de poten van het insect dat het voorstelt. Ze zijn onder andere nodig voor het drijfvermogen.

 

Zelf een hengel maken? - Deel 2

In deel 1 van ‘Zelf een hengel maken’ staat hoe belangrijk het is om de ogen op de goede kant van een blank te plaatsen. Overigens moet ik zeggen dat het soms ook niet klopt bij een fabriekshengel. Nog niet zo lang geleden heb ik een hengel van een zeer gerenommeerd merk getest waarop de slangenogen niet goed op de top en het tweede, volgende deel zijn gezet. Dat is een grove blunder.

De importeur beweerd dat de hengels van dat merk in Amerika afgewerkt worden, wat ongeloofwaardig is. Dat ze ergens in Azië zo’n fout maken kan ik geloven maar niet in Amerika. Daar hebben wel degelijk ervaring in het maken van vliegenhengels. Het hengelmerk zal ik niet noemen, maar het is een lange tijd niet verkocht in Nederland en zelfs in Europa. Omdat het plan werd opgevat om hengels van dat merk weer op de markt te brengen moest het onder de aandacht worden gebracht.

Het verzoek kwam om een hengel te testen, dus werd er gevraagd wat voor een type dat moest zijn. Mijn keuze viel op een 7’6’’voor een vier lijn, een hengel met een goede actie van die lengte is lastig te fabriceren. Met dat type vis ik graag vis op forel en vlagzalm in kleine rivieren en beken. Viswater zoals de bovenloop van de Kyll of smallere, soortgelijke wateren in Oostenrijk. Je kunt er mee onder overhangende bomen vissen en ook nog een verre worp mee maken. In het betreffende jaar zou ik in de kleine Ybbs gaan vliegvissen waar heel weinig vergunningen voor worden uitgeschreven.

In dat water zit vlagzalm en veel bruine forel. Het stuk op de foto is nog goed bevisbaar, maar verderop wordt het echt een ‘kruip door, sluip door’ riviertje. Er zijn daar maar weinig oevers die vrij zijn van struiken en bomen met overhangend takken en die maken het werpen lastig. Maar het water staat bol van de vis.

Van te voren had ik de hengel getest toen het waaide en het windstil was. De hengel wierp goed maar het bleek dat bij een afworp van een normale visafstand van circa 18 meter de lijn met flauwe rechtse bocht op het water terecht kwam. De oorzaak was dat de slangenogen van de bovenste twee delen niet goed op de bank waren aangebracht. Vooral bij een lichte hengel valt zo’n hengelfout direct op.

Tijdens het vissen in de kleine Ybbs kwam dat toch goed uit. Ik viste stroomopwaarts en stond zoveel mogelijk aan de linkerkant van het opgesteld, vanwege de breedte van het water en dat er rekening moest worden gehouden met de ruimte voor de backcast. Er werd gevist langs de rechteroever en moest niets extra’s doen om de vlieg vlak langs de oever te serveren. Door de hengelfout kwam de vlieg bij de afworp altijd goed terecht. Bij het serveren van de vlieg langs de rechter oever moest ik echter met de hengel een ‘bowcast’ maken anders dreef de vlieg niet langs de oever.

De keuze van een blank en een hengel

De keuze van de juiste blank kan lastig zijn. Sommige zijn zacht en andere weer harder en dat betekent dat de lijn die je er mee wilt werpen er net niet op past. Die wordt dan wel door de fabrikant opgegeven. Je moet altijd maar afwachten of dat klopt. Heel vaak is dat niet zo, zelfs niet op dure hengels. Zelf heb ik een Orvis Western voor een vier lijn waar een drie lijn op past. Voor een vierlijn is hij veel te zacht! Mijn Sage voor een vier lijn is een goede hengel, maar met een vijf lijn werp die veel beter.

Nog niet zo lang geleden hadden we een workshop in Noorwegen met zestien vliegvissers. Een van hen had een nieuwe hengel gekocht van een zeer gerenommeerd en bekend Amerikaans merk voor een vierlijn, althans dat staat op de hengel. Tijdens het vissen bleek dat hij zijn lijn er niet uitkreeg. In de ochtend uren had hij nog les gehad van een ervaren werpinstructeur maar die had dat niet gemerkt.

Toen hij van mij het advies kreeg om met die hengel een lijnklasse zwaarder te werpen bleek dat het veel beter ging. De lijn ‘schoot’ toen goed door de ogen omdat de hengel veel beter opladen door het hogere lijngewicht. Het bleek dat hij toen wel een afstand kon werpen zonder overbodige kracht inspanning. Dat is een waar gebeurd, een praktisch voorbeeld en niet het enige want er zijn nog veel meer te noemen. Nu kan een fabriekstest goed uitgevallen met een type vliegenlijn die net iets zwaarder is of een andere taper heeft.

 

Met een goede combinatie en werptechniek is een verre worp mogelijk

Het is bekend dat je met sommige hengels ook een forward taper beter werpt dan een dubbeltaper. Een aantal jaren geleden bleek uit een test dat sommige vliegenlijnen een gewichtsafwijking hebben van meer dan 10% ondanks de AFTMA richtlijnen. Stel dat een vijflijn 10 gram weegt dan is dat een afwijking van 1 gram!

Dat lijkt niet veel, maar het scheelt wel degelijk bij het werpen. Om vaststellen of een vliegenlijn ook op de hengel past is ervaring nodig en die krijg je als met veel hengels werpt. Het kan ook heel nuttig zijn om eens met je hengel een vliegenlijn te werpen die een nummer zwaarder is.

Om een hengel te kunnen beoordelen moet je er een lijn mee werpen. In een winkel zie je vaak iemand met een hengel ‘zwiepen’ en hij vindt het dan een ‘lekkere’ hengel. Als ik dat zie moet ik heimelijk lachen. Door alleen maar met een hengel te zwiepen kan je wel wat van het buigverloop zien maar daar blijft het dan bij. Dus die ‘zwiepshow’ opvoeren is misschien commercieel interessant, maar zegt verder niets over de werpeigenschap.

(vervolg deel 3)