Zelf een hengel maken?   Deel 1

Er is een tijd geweest dat het zelf maken van een hengel heel populair was. In het verleden is er zelfs een boekje uitgeven over dat thema.

 

Het blijkt dat er nog er nog steeds hengels gemaakt worden. Dat kan kosten besparend zijn en het is ook leuk werk. Als het resultaat goed is geeft het een enorme voldoening.

Er wordt ook daarvoor een workshop georganiseerd door Traditional Hengelsport in Utrecht. Zij zijn de enige die dat doen. Geïnteresseerden vinden details hierover op hun website. Je leert dan hoe je een hengel maakt en afwerkt. Niet alleen bij Ton Temming vind je blanks en benodigdheden om een hengel te maken ook Martin in Overschie en bij Hengelsport de Otter in Zwolle leveren die en waarschijnlijk ook nog andere hengelsportwinkels

Sommige hengelsportwinkels leveren blanks die bestaan uit twee of meer delen carbon. In het verleden werden veel hengels gebouwd, met de nadruk op bouwen. Dat was voordat het carbon zijn intreden deed. Destijds kochten we een blank van glasvezel uit één stuk. Die moest gecoupeerd worden, om een goede actie te krijgen. Daarna werden die dan gedeeld om er een bus op te monteren of een stuk holglas in te zetten voor een pensluiting. Blanks van het merk Conolon, Lerch en later van Fanwick waren populair en betaalbaar.

Je kon van een standaardblank een hengel bouwen zonder daar wat aan te doen. Alleen had je dan wel een vliegenhengel met een actie die door de ontwerper van de blank was bepaald. Maar die actie was echter te verbeteren. Van een standaardblank, vaak wat langer dan bijvoorbeeld 8 feet, kon je van de top wat af zagen. Aan de achterkant werd die dan met een stuk holglas verlengd waardoor de hengel een heel eigen karakter kreeg. Door die ingreep kon de actie van de hengel aanzienlijk worden verbeterd of… worden verprutst.

Kennis van het couperen staken we op van iemand die veel hengels bouwde. Dat was Wout van Rijmenam, een lid van de Castingclub ’s–Gravenhagen, dat beroepshalve bij de hengelsport was betrokken. Hij kocht soms 8 à 10 blanks en bouwde daar dan hengels van. Wout was en is zonder twijfel de man die het best kan werpen in Nederland. Hij wierp op een Nationaal kampioenschap even 68 meter met een eenhandige vliegenhengel. Dat was met een schietkoplijn en een nylon backing. De afstand werd op het water geworpen en.. gemeten! Een lid van de club zat in een rubberboot en heeft die afstand gecontroleerd, zoals op de foto te zien is.

 

De hengels die Wout bouwde mochten wij uitproberen en over de informaties hoe hij die had gebouwd werd niet geheimzinnig gedaan. Wout vertelde ons hoeveel van de blank aan de bovenkant en van onderen werd afgezaagd en werd verlengd. Zo leerde we enorm veel van de actie en wisten ook na verloop van tijd welke lijn er op een hengel paste. Die kennis gebruikte we dan weer voor de hengels die we zelf bouwde. In het Haagse Westbroekpark werden allerlei hengels uitgeprobeerd en dat bleef niet beperkt tot vliegenhengels alleen.

Omdat we in die tijd, het was in 1967, niet veel verdiende moesten we wel onze hengels bouwen. En omdat het vissen niet alleen beperkt bleef tot de polder en zo nu en dan in Duitsland, maakte we ook hengels voor in zee te vissen. We visten in die tijd elke winter op Gul die in grote hoeveelheden voor de kust zwommen. Die zeehengels werden dan ook in het Westbroekpark getest.

Een zeehengel testen van holglas met een lengte van 3m 25 met 180 gram lood.

Klaas Pigge, de instructeur van de Castingclub, was het die ons en heel veel andere in het westen van het land het werpen bijbracht met allerlei werphengels. Hij rade ons aan om met zoveel mogelijk hengels te werpen om inzicht te krijgen, om een hengel beter te kunnen beoordelen. In het Westbroekpark kwamen ook leden van het NVG - Nederlands Vliegvis Gezelschap - oefenen. Zij kwamen soms met heel dure hengels aanzetten van Hardy en Orvis. Daar wilde we dan altijd wel even mee werpen. In die tijd heb ik dan ook met heel veel goede en minder goede vliegenhengels geworpen.

Destijds waren er ook blanks te koop van splitcane die onder andere door het Engelse bedrijf Partridge werden geleverd. Je kon een blank kopen die uit tweestukken bestond en waarvan je dan een hengel kon bouwen. Zelf liet ik in 1972 spiltcaneblanks in Engeland vervaardigen volgens opgegeven maten die dan werden afgebouwd.

Overigens werd en wordt in Nederland nog steeds splitcane gebouwd. Destijds door Peter Den Hollander en Henny Nagelhout en nog anderen, maar momenteel op kleine schaal door Flevocane, Ger Vrome en Ids Schukken. Splitcane was toen nog steeds het ultieme, althans als het een goed merk betrof, zoals van Hardy, Opvis, Bruce en Walker en andere topmerken. Om een hengel van splitcane te bouwen was meer kennis van zaken nodig.

Van een carbonblank, die uit meerdere stukken bestaat, staat de actie al bijna vast. Je kunt de slangenogen aan de harde of zachte kant monteren of op een iets andere plek zetten, maar daar houd het dan wel mee op. Met bouwen heeft het naar mijn mening niet veel meer te maken wel met monteren. Daar is kennis voor nodig maar het is toch wel anders dan dat je een blank moet couperen of moet verlengen zoals destijds.

Laats kreeg ik een hengel in handen die ‘gebouwd’ was door een ervaren hengelbouwer, althans daar gaf hij zich voor uit. Een kennis had een blank gekocht voor het werpen van een achtlijn omdat hij met deze hengel wilde gaan snoeken. Van te voren had ik hem er attent gemaakt dat een blank een harde en een zachte kant heeft. Daarover zorgen maken was niet nodig want die gene die de hengel zou namaken wist van wanten. Toen ik de hengel later te zien kreeg was het eerste wat ik deed om te kijken hoe de ogen stonden. Wat ik zag was bedroevend want de zelfbouwhengel van de kennis deugde niet omdat de ogen niet goed op de top en het butt stuk stonden.

Elke blank heeft een harde en een zachte kant omdat bij het rollen van een stuk carbondoek om een mal een overlap ontstaat. Stukken van een blank hebben een overlap waardoor één kant dikker en stijver is. Het zal duidelijk zijn dat de andere kant van de overlap dunner ook soepeler is en meer doorbuigt.

Voor de fabricage snijden ze een stuk carbon fiberdoek in een wigvormig waarna die onder druk om een stalenmal wordt gerold. De vezels worden gebonden met een hars en vervolgens gaat de vorm, waarom het carbon zit, in een oven en wordt gebakken.

Bij een hengel is het essentieel is dat de ogen aan de goede kant moeten komen. Dat kan de stijve of de soepele kant zijn maar het kan wel de actie beïnvloeden. Op de afbeelding hierboven is er een voorbeeld te zien van een spinhengel waar de ogen fout en goed staan. Bij een blank van een vliegenhengel is het niet anders. De ogen monteer ik zelf meestal op de zachte kant. Staan ze scheef op de blank, zoals de linkertekening aangeeft, dan draait de blank bij de afworp en komt de lijn niet recht op het water terecht. Bij een soepele blank luistert dat veel nauwkeuriger dan bij een stijve.

 

 

Om de harde kant te vinden van de top of het volgende deel zet ik het uiteinde van de top op een glad tafelblad. Net onder de top houd ik hem tegen met de vinger van mijn linker hand. Vervolgens druk ik dan met de vinger van de rechterhand op de op de top om die te buigen. De blank rolt dan zo dat de zachte kant aan de binnenkant komt te liggen. Je kunt die test ook uitvoeren bij hengels die al afgebouwd zijn.

(vervolg deel 2)