Bugs & emergers

merlo

De aflevering ‘Nimfen & nimfvissen’ die op de site staat, gaat overwegend over vistechnieken met nimfen en in het vervolg staat ook een aantal bindpatronen.

 

In die afleveringen is er iets geschreven over het vissen met droge vliegen en emergers en is een vergelijking gemaakt hoe dat met nimfen in zijn werk gaat. Nimfen en natte vliegen moet je actie geven als je er mee vist, zodat de vlieg aantrekkelijker en verleidelijker wordt.

 

Een sedge kan zich echter op het wateroppervlak bewegen, zelfs tegen de stroom in. Daarbij maakt het insect rimpels in de waterspiegel dus is dat ‘draggen’ is dus bij een imitatie niet zo erg. Met een drijvende nimf of emerger is het minder kritisch.

 

Die kan je op veel manieren presenteren en vissen, stroomopwaarts, schuin stroomopwaarts en stroomafwaarts. In een vorig artikel dat op mijn site staat zie je hoe dat in zijn werk gaat.

 

Met uitzondering van een sedge kan je een droge vlieg niet veel meer dan presenteren en laten drijven, zodra die gaat ‘draggen’, dus rimpels in het oppervlak trekt, is hij niet meer interessant voor vis. Dat is een onnatuurlijke beweging.

Bugs

Omdat nimfen na verloop van tijd zich naar de oppervlakte gaan voor een metamorfose in  een volgroeid insect kan je met zwevende emergers vissen net onder de waterspiegel vissen.

 

Dat zwevend effect kan bereikt worden door minder foam in te binden of een lichte verzwaring op de haaksteel aan te brengen. Door de opstuwing van het stromende water komt de vlieg omhoog. Zwevende, of traag zinkend imitaties zijn interessant voor de routiniers die  graag met nimfen vissen.

 

Als een nimf zich naar de oppervlakte begeeft zijn ze heel interessant voor vis. Met hun poten maken ze de zwembeweging om te stijgen. Dat stelt een Bug voor. Bij hun toch naar boven hebben ze verschillende vormen en pas in de laatste fase is het begin van hun vleugels zichtbaar.

 

Een bug lijkt op een nimf of een flymph maar zijn toch net iets anders. Een nimf heeft geen krans van hackle fibers achter het haakkoog, een flymph heeft dat wel maar doorgaans  langere fibers. Die worden gebonden met een wijdere krans van fibers.

 

Langere hacklefibers zijn slapper en bewegen heel goed dat is dan ook de reden voor een bug een heel zachte hackle wordt genomen, bijvoorbeeld van een spreeuw of hen. Als het materiaal maar boterzacht is, dan beweegt het ook uitstekend en krijgt en Bug de actie die hij nodig heeft.

 

Zoals bij het binden van veel vliegen het geval is kan je een vlieg zo ingewikkeld maken als je zelf wilt. Je kunt ze binden met veel ‘toeters en bellen’ of simpel. Ze vangen allebei, maar ik moet zeggen dat het mij een kick geeft om vis te vangen met een bijna realistisch gebonden exemplaar.

 

Waarom nu een emerger?

Wat is nu reden dat ik die emergers zo interessant vind? Het thema bleek nog lang niet uitgediept te zijn, zoals met droge- of natte vliegen, dus was en is het wat nieuws. Dat ondanks de kennis daarover al meer dan honderd jaar oud is want George Skues viste al met dit soort vliegen.

 

Op mijn site staat een bijdrage over de imitaties waarmee hij viste. Eigenlijk waren dat onverzwaarde imitaties van nimfen, ze lijken op bugs maar hij viste ze hoog in het water, net even onder de oppervlakte en had daar veel succes mee. Op de keeper beschouwd waren het emergers waarmee hij viste want ook die begeven zich in die waterlagen. Hij ontdekte bij toeval dat forellen ze met graagte namen.

 

Skues maakte gebruik van vistechniek om zijn vliegen ‘hoog’ te houden. Hij bond zijn nimfen met een dubbingbody en zoals bekend zuigt dubbing na verloop van tijd water waardoor ze zinken. Omstreeks 1880, toen Skues viste, waren er geen materialen bekend om drijvende of zwevende imitaties te binden.

 

Dat veranderde toen omstreeks 1968 het Engelse bedrijf Veniard het Plastazote introduceerde, dat waren blokken dichtcellig wit foam, maar niemand kan daar iets mee aanvangen. Er waren namelijk geen bindtechnieken om er vliegen van te binden. Die kwamen pas veel later net zoals andere dichtcellig materialen.  

 

Met het dichtcellig foam werd het een stuk eenvoudiger om hoog drijvende nimfen en emergers te binden. Je kunt zo’n imitatie zo binden dat je ze ook kunt volgen, net als bij een droge vlieg. Ze zijn dan ook over grote afstand te zien.

 

Je kunt zo’n imitatie actie geven, dus laten bewegen na een presentatie, of gewoon laten drijven net zoals een droge vlieg. Afhankelijk van het type kan het ‘draggen’ een groot voordeel zijn, bijvoorbeeld bij een sedge. De klacht van vliegvissers dat ze het vissen met een nimf te moeilijk vinden om een aanbeet te zien, is geen argument om niet met een emerger of drijvende nimf te gaan vissen.

 

Er zijn van dit type vliegen te binden met een beginnend geel of blauw vleugelsegment. Het is een kwestie van een kritisch materiaal keuze.

 

Steeds weer ontdek ik op verschillende sites en in vistijdschriften emergers waarvoor bindmateriaal wordt genomen dat een capillaire werking, dus water opzuigt, of waar weinig van overblijft als het nat wordt. Dubbing is al genoemd en als het CdC nat wordt is het effect weg en blijft er weinig van over. Prima materiaal voor kleine droge vliegen, maar voor mij beter geschikt als bijmateriaal als het een emerger betreft.

  

Merlo (Bug)

 merlo

Materiaal

Haak                         : langstelig nr. 14 - 10

Binddraad                  : bruin 8/0

Verzwaring                : looddraad (als het een verzwaard exemplaar moet zijn)

Staart                       : drie bruine fibers uit een ministruisveer

Ribbing                      : dun koperdraad

Body                         : lichtgrijs, fijnebruine dubbing, taps gebonden

Thorax                      : zwarte dubbing vermengd met glitter in de kleur van een pauwenfiber

Hackle                       : hackle van een spreeuw

 

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en wikkel het looddraad er omheen. Wikkel het laatste stuk weer een paar mm terug over de eerst laag en het met binddraad en lak vast. Breng de binddraad naar de haakbocht en bind en de fibers voor de staart en dun koperdraad in.

 

Knip de uiteinden voor de staartfibers, die naar voren wijzen, niet af!Maak nu een dubbinglus en breng daarin dubbingmateriaal aan en bind daarvan een taps body, tot drie kwart van de haaksteel, zet de dubbinglus vast met de binddraad.

 

Leg de restanten van het staart materiaal langs de body en rib die met het koperdraad. Met het ribben zet je gelijk de uiteinden van de fibers vast. Breng nu dubbing op de binddraad en maak de thorax. Neem een wijde hackle van een spreeuw en wikkel die achter het haakoog.

 

Zet de punt van de hackle achter het haakoog vast, maak twee afbindknopen en werk de fibers van de hackle naar achteren. Lak de knopen.

 

Tan bug

 tan bug

 

Materiaal

Haak                           : langstelig nr. 10 - 14

Binddraad                    : Zwart 8/0

Verzwaring                  : looddraad (als het een verzwaard exemplaar moet zijn)

Staart                         : fibers uit een veer van een Guinea Fowl (parelhoen)

Ribbing                       : zilvertinsel

Body                          : beige

Thorax                       : okerkleurige struisfibers

Hackle                        : Blue dun hennenhackle

 

Bindwijze

Plaats de haak in de vice (wikkel het looddraad er omheen) zet dat met binddraad en lak vast. Wikkel de binddraad naar de haakbocht en bind dun zilvertinsel in.

 

Maak een dubbinglus en breng daarin dubbingmateriaal aan en bind daarvan de body, tot drie kwart van de haaksteel, zet de dubbinglus vast met de binddraad.

 

Rib de body met het koperdraad.

 

Breng nu dubbing op de binddraad en maak de thorax. Maak van de struisfibers de thorax die achter het haakoog. Zet de punten van de fibers hackle achter het haakoog vast. Bind een grijze hennenhackle in en wikkel die enkele slagen achter het haakoog in.

 

Maak afbindknopen en werk met de binddraad de fibers van de hackle naar achteren. Lak de knopen.

 

Crazy bug

 crazy bug

Materiaal

Haak                          

Langstelig nummer 8 – 14

Binddraad                    : Zwart 8/0

Staart                         : plukje metallic wire ( o.a. te koop in Hobbyzaak Pipo)

Ribbing                        : dun koperdraad

Body                           : Tan, Rub-A-Dub Generation X

Thorax                        : Groene SLF dubbing

Hackle                         : Grizzle hennenhackle

 

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Wikkel de binddraad naar de haakbocht en bind het staartmateriaal in.

 

Maak een dubbinglus en breng daarin dubbingmateriaal aan. Bind daarvan de body, tot vier mm voor het haakoog en zet de dubbinglus vast met de binddraad.

 

Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Maak een thorax van groene dubbing en zet nu een hackle op. Wikkel die enkele slagen in en zet de punt achter het haakoog vast, maak afbindknopen en lak die af.

 

Floating nymph

Floating nymph 

Materiaal

Haak                           : Partridge GRS12ST, nummer 16 - 12

Binddraad                    : bruin 8/0

Staart                         : drie bruine fibers uit een ministruisveer

Ribbing                       : met behulp van watervaste viltstift op foamstrip

Onderbody                  : (eventueel) Crepla foamstrip

Body                          : Crepla, 3 mm beige foamstrip

Begin v.d. vleugel         : plukje beige kapok of wol

Thorax                        : CDC hackle fibers, natural, in dubbinglus

Keel hackle                  : enkele slagen van een Grizzle hackle

 

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Wikkel de binddraad naar de haakbocht en bind het staartmateriaal in.

 

Snijd een foamstrip en bind die in dat eerst is gekleurd (snijd zo nodig een tweede foamstrip van een plaatje foam).

 

Maak van de tweede ingebonden strip het onderbody tot achter het haakoog. Bind over de onderbody de eerste foamstrip en zet die ook achter het haakoog vast.

 

Wikkel de binddraad 3,5 mm terug en bind een plak kapok of wol in voor het vleugel segment. Maak een dubbinglus en breng daarin CdC hacklefibers aan en bind een hackle in.

 

Bind van het CdC de thorax en daardoor kommen enkel slagen van de hackle. Zet het uiteinde van de dubbinglus en de punt de hackle achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.