Drijvende en zwevende nimfen

Als je vaak met nimfen vist en je bindt ze zelf is het interessant om je eens te verdiepen in de entomologie voor vliegvissers. Je zal dan ontdekken dat er verschillen bestaan in de levenswijze van nimfen van eendagsvliegen. Sommige houden zich nabij de bodem op, tussen de stenen of  leven daarop. In de eindfase van hun bestaan als nimf begeven ze zich naar de waterspiegel. Ze worden emergers genoemd en door een metamorfose komen uit de huid volgroeide dieren die na enige ogenblikken kunnen vliegen. 

 

Daarentegen is er een groot percentage nimfen die tussen waterplanten leven of in hogere waterlagen zijn te vinden. Zij hebben, net zoals de eerst genoemde, circa een jaar nodig om zich te ontwikkelen. Die nimfen komen eveneens in het emerger stadium en ook die worden  eendagsvliegen. De ontwikkelingsfases zijn interessante voorbeelden voor  bindpatronen  waarmee goede vangsten mogelijk zijn.

In Oostenrijk, waar ik veel vis en heb gevist, heb ik al menig maal geëxperimenteerd met drijvende nimfen en nimfen die in of net onder de waterspiegel drijven. Dat heeft dan ook al menige vis opgeleverd. Niet alleen vlagzalmen zien een prooi in zulke nimfen, ook forellen kunnen de verleiding niet weerstaan.

 

Nimfen van eendagsvliegen die in het water drijven of zweven zijn niet alleen lokspijs voor forel, ook vlagzalmen nemen ze. Maar, er is meer drijvend aas interessant dan alleen van eendagsvliegen.

Denk maar eens aan de nimfen van andere insecten, van sedges, steenvliegen en landinsecten zoals rupsen, kevers en ander insecten die bij het water leven of er in tuimelen. Dit zijn eveneens voorbeeld voor het binden van een goed vangende kunstvlieg. Enige jaren gelden ben ik begonnen met experimenteren; het vissen met drijvende imitaties, en met succes. Het was hoogstwaarschijnlijk dat vis in andere landen daarmee ook was te vangen, maar daar wilde ik wel een bevestiging op hebben.

Twee jaar geleden maakte mijn vrouw en ik een rondreis door Zweden en Noorwegen en één van de stopplaatsen was de Kvennan camping in Noorwegen dat direct aan de Glomma ligt. Daar heb ik een aantal dagen met Renato gevist die in de zomer voor langere tijd op de camping woont. Hij kent de Glomma als geen ander en weet precies de goede stekken. Tijdens een van onze vistochten heb ik kunnen testen of die Noorse vlagzalmen geïnteresseerd waren in drijvende nimfen en dat bleek dan ook zo te zijn.

 

Voor het vissen in de Scandinavische landen is de Super Pupan, en Klinkhåmmer favoriet en die vliegen worden dan ook vrijwel altijd gebruikt. De Super pupan drijft in het wateroppervlak, het is eigenlijk een imitatie van een sedge nimf.

Het was dan ook interessant om uit te proberen of een drijvende nimf van en ander type het ook deed. Met een drijvende nimf is menig vlagzalm gevangen. Zoals op de foto is te zien staan vlagzalmen bij de bodem en nemen niet alleen aas van de bodem maar observeren ook de wateroppervlakte of er iets overdrijft. Feilloos zien ze of dat een insect is of iets anders dat eetbaar is.

Mits het water niet te diep is wordt een drijvende nimf feilloos genomen zelfs als die een drift maakt zoals een sedge dat doet.

Als je met een drijvende nimf in stromend water vist kan de stroming in het voordeel werken. Die stuurt de vlieg omhoog. Daarbij speelt het eigengewicht van de drijvende nimf een rol. Het zal duidelijk zijn dat zulk aas met hoog drijvend materiaal moet worden gebonden. Voordat je zo’n vlieg aan de leader knoopt zal hij ook nog eens ingevet moeten worden.

Drijvende nimfen kan je in een gecompliceerde uitvoering binden zoals hieronder te zien is.

 

Een eenvoudige uitvoering werkt echter ook goed, hoewel het altijd een kick is om aan een gecompliceerde vlieg vis te vangen. Van eenvoudige patronen staan eveneens een aantal bindpatronen in dit artikel.

  

B&G nymph

 

 

Materiaal

Haak                           : Langstelig 2x,nummer 14- 12

Binddraad                    : Bruin 8/0

Staart                         : Drie fazantenfibers

Ribbing                       : Bruine viltstift op foam strip

Body                           : Beige foamstrip, gesneden van 3 mm Crepla

Thoraxdekschild           : Thin Skin, groen gevlekte 4 mm strip

Thorax                       : Beige dubbing

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Wikkel de binddraad naar de haakbocht en bind het staartmateriaal in. Maak het Crepla plaatje bovenop bruin, snijd daarvan een tapse strip en bind daarvan de body tot de helft van de haaksteel. Zet een strip Thin Skin op. Bind van een dubbing lus met de beige dubbing de thorax en zet de lus vast met de binddraad. Trek de Thin Skin strak over de thorax en zet het uiteinde achter het haakoog vast. Maak twee afbindknopen en lak die af.

 

 

Floating nymph

 

  

Materiaal

Haak                           : Langstelig 1x lang nummer 14 - 12

Binddraad                    : Bruin 8/0

Staart                          : Drie fibers uit een mini struisvogelveer

Ribbing                        : Bruine viltstift op een beige foamstrip

Onderbody                   : Onderbody  beige foamstrip.

Body                            : Beige foamstrip, gesneden van 3 mm Crepla

Hackle                          : Patrijsfibers in dubbinglus

Thoraxdekschild            : Bruin gevlekte, 4 mm strip Thin Skin

Thorax                         : Donkerbruine dubbing

 

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Wikkel de binddraad naar de haakbocht en bind het staartmateriaal in. Snijd een tapse strip van Crepla en bind die twee mm voor de plaats in waar de strip van de body moet komen en bind daarvan de onderbody body tot de helft van de haaksteel. Maak een Crepla plaatje aan de zijkant bruin, snijd daarvan een tapse strip en bind daarvan de body tot de helft van de haaksteel Bind nu een strip Thin Skin in. Maak een dubbinglus en breng daarin patrijsfibers in en draai de lus ineen. Maak weer een dubbinglus met dubbingmateriaal en bind daarvan de thorax en zet de lus vast met de binddraad achter het haakoog. Wikkel nu de lus met de patrijsfibers om de thorax en zet de punt van de lus achter het haakoog vast. Leg de Thin Skin strk over de thorax en zet het uiteinde achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.

 

Caterpillar

 

 

Materiaal

Haak                          : Tiemco TMC100, nummer 12 - 14

Binddraad                   : Bruin 8/0

Body                          : Beige Crepla foamstrip

Hackle                        : Bruine struisfibers

Thorax                       : Bruine struisfiber

 

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Wikkel de binddraad naar de haakbocht. Snijd een tapse foamstrip die ook nog bij het smalle deel schuin is afgesneden. Bind de strip op het schuin gesneden deel in en een bruine struisfiber. Breng de binddraad een paar mm naar voren. Buig de foamstrip in de lengterichting over de haak en neem dan gelijk de fiber mee. Maak twee windingen op het foam zodat er een body segment ontstaat. Herhaal dat een aantal malen. Maak van de overige struisfibers de thorax en zet dat met de binddraad vast. Maak twee afbindknopen en lak die af.

 

Sedge nimf

 

.

Materiaal

Haak                          : Partridge GRS12ST nummer 14

Binddraad                   : Brui 8/0

Staart                         : Grijze toef Antron

Ribbing                      : Bruine vlekken met een viltstift

Body                          : Groene strip 3 mm Crepla

Vleugels                     : Bruine Antron toeven

Thorax                       : beige CdC fibers

 

 Iets niet duidelijk? Het e-mail adres vind je op de site.