Entomologie voor de vliegvisser

pond olive

De vliegen waar we mee vissen lijken op insecten? Dat is wel vaak een uitleg waar vliegvissers gebruik van maken om onwetende toeschouwers te vertellen waar ze mee bezig zijn, de entomoligie van, of beter voor de vliegvisser. Of dat ook werkelijk zo is?

 

Er zijn genoeg voorbeelden aan te voeren van kunstvliegen die totaal niet op een insecten lijken. Insiders weten dan ook wel beter, denk maar eens aan de bekende Red Tag.

 

Die lijkt op geen enkel insect, maar de vlieg heeft wel zijn waarde in de praktijk bewezen, want je kunt er goed vis mee vangen. De meeste van ons zijn met die vlieg begonnen te vissen of gebruiken hem nog steeds. Komt het dan er dan zo nauwkeurig op aan, zou de vraag zijn?

 

Veel bindpatronen die we binden lijken wel op bestaande insecten. Vaak zijn dat de voorbeelden voor het binden van kunstvliegen, maar om die te imiteren moet je er eigenlijk wat meer van weten. Zelf ben er van overtuigd dat elke respecterende vliegvisser/vliegbinder wat kennis van entomologie nodig heeft. Niet om die Red Tag te maken, dat zal duidelijk zijn. Daarvan kan je eenvoudig het bindpatroon opzoeken dat in bijna elk boek staat als je dat niet mocht weten.

 

Om als gevorderde vliegbinder zelf bindpatronen te bedenken is kennis nuttig, het kan je inzicht geven wat er zo bij het water rond vliegt en beweegt. Nuttig voor het vissen op stilstaand water, stromende beken of rivieren en zelfs voor het vissen in zee. Soms rijst de vraag of een kunstvlieg precies op een insect moet lijken, dat hoeft niet perse, maar ik kan voorbeelden noemen waar de details op een kunstvlieg belangrijk zijn en daarom niet werd genomen.

 

Lang geleden viste ik ergens in de Eifel in een beek waar forellen en kopvoorns zaten. Die laatste ving ik met een Wickham’s Fancy, een vlieg die precies op een bruine Palmer lijkt, alleen die laatste heeft geen witte vleugels. De Wickham’s Fancy werd met graagte genomen door deze kritische vissen.

 

De Palmer, bijna identiek aan die Wickham’s Fancy, lieten ze voor wat het was. Die had geen witte vleugels. Omdat ik het niet wilde geloven heb ik verschillende malen van vlieg verwisseld, maar steeds was het het zelfde liedje, geen aanbeet op die Palmer.

 

Door de toenemende hengeldruk op een rivier worden vissen kritischer. Als in de zomer het water laag staat stroomt het ook langzamer, vaak zijn er dan ook al heel wat vliegen gepresenteerd. Vis heeft alle tijd om een vlieg kritisch te bekijken. Laatst maakte ik het nog mee toen ik in het voorjaar in de Argen viste.

 

entomoligie argen

De stek in de Argen, in de zomer

Die dag vlogen er wat eendagsvliegen rond. Als die zich op het water neerzetten duurde het niet lang voordat ze ‘pikaan’ werden gemaakt. Mijn vlieg, die er dan vlak voor dreef, lieten ze gaan, maar zo’n echte eendagsvlieg werd met elan genomen, een schitterend gezicht.

 

Om toch forel te vangen heb ik er een vlieg aangeknoopt die gebonden was met een externe foambody, daar trapte ze in. Het was een vlieg die je hier op foto ziet. Nooit had ik die kunnen binden als ik niet op het idee was gekomen, daarvoor was wel basiskennis nodig van entomologie.

 

Omstreeks 1880

vlieg externe body

Een ander voorbeeld? Omstreeks 1880 leefde er in Engeland een advocaat, een fanatiek vliegvisser.Hij ontdekte dat salmoniden goed met nimfen te vangen waren. Daarvoor werd hij vergruist want dat kon niet.

 

Vele jaren had men in Engeland immers met de droge vlieg gevist. Er waren dagen dat vis zich te goed deed aan alles wat op het water neer streek. Op een dag toen het wat lastiger ging met de nimf ontdekte hij dat vissen veel liever een nimf namen die naar de oppervlakte steeg.

 

George Skues veranderde zijn vistechniek en kwam tot de conclusie dat hij veel meer succes had als hij zijn nimf lifte na de presentatie. Met die vistechniek imiteerde hij de echte nimfen die naar de oppervlakte stegen, net zoals emergers dat doen.

 

In zijn tijd had hij geen materialen om een zwevende of drijvende nimf te binden die we nu een emerger noemen. Zonder die observatie en kennis van G.M.H. Skues, de entomologische gegevens, was het niet mogelijk voor mij geweest om emergers te ontwikkelen en te binden. Okay, daar was ook fantasie, inzicht en materialen kennis voor nodig, maar de genoemde egevens van Skues waren toch wel primair.

 

skues

 

Dat kritisch azen van vis komen we overal tegen. In het zuiden van Frankrijk, nabij de Zwitserse grens, stroomt de rivier de Doubs een schitterend stuk water met een uitstekende bezetting van vlagzalm en forel die schitterende formaten hebben. De bekende Charles Rits heeft daar gevist en de naam van deze rivier heeft een magische klank. Veel Fransen en andere vliegvisser vissen daar.

 

 

Jaarlijks gaan veel lijnen over het water en later in het seizoen is super moeilijk om daar nog een visje te vangen. Alleen met heel kleine CdC vliegjes lukt dat dan nog. Over kritisch gesproken.

 

 

Terug naar het thema.

Wanneer voor het binden de basiskennis entomologie aanhouden zal dat maar een klein deel zijn omdat hetthema veel omvattender en groter is. Als vliegvisser beperken we ons tot de insecten die in en bij het water leven, er vlak bij en er soms pardoes er in vallen. Die kennis is niet nieuw want John Goddard heeft daarover in 1966 heel goede boeken geschreven.

 

‘Trout fly recognation’ en ‘Trout flies of stillwater’ zijn bekende werken en kunnen als de basisinformatie worden gezien. Wat daar instaat, komt het dichtst in de buurt van de omstandigheden op het vaste continent. In de Verenigde Staten zijn over dit thema eveneens goede boeken verschenen, maar de omstandigheden daar zijn toch weer heel anders dan in Europa. Dit komt vooral tot uiting in het aantal en soorten eendagsvliegen.

 

De kennis in Engelse boeken zijn voor een deel inspiratiebron geweest voor dat geen wat in mijn boek ‘Vliegbinden & vliegvissen’’ isgoumois entomologie opgenomen. Dat is overigens aangevuld met praktische kennis die is opgedaan in het buitenland waar ik een aantal jaren met een fijnmazig netje naar insecten gevist heb.

 

Op mijn site FFinfo staat een serie Van nimf tot emerher'.In Van nimf tot emerger - deel 1 zijn indelingen te vinden van de goepen, daarin en de ovrige delen, komt het thema insecten uitgebreid aanbod. Daarin staan ook bindpatronen vermeld. Om dat in dit artikel weer te vermelden zou een herhaling zijn, vandaar de verwijzing.

 

Malcolm Greenhalgh & Denys Ovenden

Wie meer details over dit thema wil weten en Engels kan lezen kan ik verwijzen naar een voortreffelijk boek. De Engelse vliegvisser en schrijver Malcolm Greenhalgh & Denys Ovenden hebben namelijk in 1968 ‘The Flyfisher’s handbook’ geschreven dat is uitgeven door Domino Books.

 

Het is nog steeds toonaangevend en wordt geleverd wordt door Coch-y-Bondu Books. In dit boek staat entomologisch kennis uitgebreid beschreven, het is rijkelijk geïllustreerd met veel bindpatronen en er zijn materialen genoemd die nodig zijn om de vliegen te binden. Dit voortreffelijk boek is aan te bevelen en eigenlijk onmisbaar voor elke vliegvisser die zijn eigen vliegen bindt. Het is misschien niet ‘up to date’ wat de huidige bindtechnieken betreft, maar meer dan de moeite waard om te bezitten.

 

Wordt vervolg in Entomologie - deel 2