Blue Dun uitvoeringen

Bindpatronen van de Blue Dun zijn heel populair en terecht, want ze komen praktisch bij elk viswater voor en ook nog het gehele jaar door. Ik schreef het al eerder, als je niet weet waarmee je moet beginnen als je in een beek of rivier gaat vissen, knoop dan er dan een Blue Dun aan. Grijze vliegen zijn doorgaans heel gewild bij vlagzalm en forel.

 

 

In de meeste standaardbindpatronen van een Blue Dun wordt grijs materiaal opgeven, voor de body en hackle, maar daar wordt door veel binders vaak van afgeweken. Veel vliegbinders hebben een eigen uitvoering van een Blue Dun. Als we het standaardwerk van John Goddard er op na slaan, ‘Trout fly recognition’, maakt hij de body soms van het bont van een mol of bind hij een quill in die geel is geverfd. Hij gebruikt een hackle van een spreeuw of een uit een Medium blue dun skin. De vleugeldelen  maakt hij van veerstrippen uit een spreeuwenveer of snip, dus standaard zoals men dat vroeger deed. Het boek van John is ook wat ouder.

Als we in het voortreffelijker boek van Malcolm Greenhalgh (Fly Fisher’s handbook) kijken heeft hij het over een bodykleur zoals: olijfgroen/bruin, olijfgroen, olijf/bruin tot roodbruin. Voor de vleugel beveelt hij de kleur blauw/grijs of grijs aan met bruine adres, hoewel dat laatste erg moeilijk valt te imiteren. Je zou dan een heel lichte Cree skin grijs moeten verven en daar zien de meeste van ons tegen op. Zulke skinnen zijn ook niet te koop. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden aan te halen.

Het blijkt uit de foto op deze pagina dat de kleuren van de body weer anders van kleur zijn.. De body van dit fotomodel is donkergrijs, heeft een lichte ribbing en een grijs/blauwe vleugel.

Er zijn dus kleur afwijkingen, zoals we dat al uit de opgave van John Goddard kunnen opmaken. De volgende foto van een Blue Dun bevestigt dat ook.

Is dat van essentieel belang? Zijn de werkelijke kleuren van het insect zo belangrijk en luistert het zo precies? Als we kunstvlieg maken die het insect imiteert wordt het materiaal nat en verkleurt het. Door het vocht wordt het donkerde.  Daardoor heb ook kleurverschil.

Zelf vis ik al heel lang met BWO imitaties en in de loop der jaren heb ook ik een eigen bindpatroon bedacht. Daar val ik ook steeds weer op terug omdat ik er altijd vis mee vang. Als ik er mee vis blijkt dat één vleugelhelft op het water ligt, maar dat heeft geen nadelig effect. Ik raad aan je om de hieronder afgebeelde vlieg te binden en ermee te vissen. De kans is groot dat je net zo enthousiast wordt over dit patroon als ik.

Materiaal

Haak         : Lichte uitvoering voor droge vlieg, nummer 14 – 16.

Bijvoorbeeld TMC100  nr.14

Binddraad : Grijs, 10/0 of dunner

Staart       : Cock-de-Leon hackle fibers, grijs, of fibers uit een hanenhackle

Ribbing     : Dik binddraad, lichtgeel

Body         : Medium grijze dubbing

Vleugel      : Lichtblauwe Aero Dry Wing of Antron, dubbel bunch

Hackle       : Medium Blue Dun

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het.  Naar de haakbocht. Bind het staartmateriaal in. Maak een dubbinglus en breng daarin dubbingmateriaal aan. Bind daarvan de body, tot de helft van de haaksteel en zet het eind van lus vast. Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Zet het vleugel materiaal op. Als je het materiaal hebt ingebonden leg het dan op de haak zodat het naar achteren wijst. Knip het dan af dat het net zo lang is als de achterkant van de haakbocht. Bind de hackle in en wikkel die achter en voor de vleugel. Zet de punt van de hackle achter de haakoog vast. Maak twee afbindknopen en lak die af.