Bunchvleugels

In het gedateerde boek ‘Vliegen die vangen’ van Van Onck en Van Beurden is een hoofdstuk opgenomen over vleugels die op natte- en droge vliegen gebonden kunnen worden. Toen al was dat een belangrijk thema. In lectuur over het binden komt dat onderwerp regelmatig terug. Menigmaal zijn hier al discussies over gevoerd; zijn ze nodig of niet.

Persoonlijk geloof ik dat die het silhouet van een vlieg verbeteren. Of vleugels op vliegen droge vliegen ook nodig zijn laat ik buiten beschouwing, daar zal deze bijdrage niet over gaan. Het gaat nu over de bindtechniek van het inbinden van bunch vleugels, hoe lang ze moeten zijn en de manier van inbinden. Deze bindtechniek, is lang geleden bedacht door de Amerikaanse vliegbinder Ray Bergman, die in circa 1920 al kunstvliegen bond. Hij kan gezien worden als een van de pioniers op dit gebied.


Ray Bergman achter zijn bindtafel

In zijn tijd werden nog veelvuldig veerstrippen ingebonden voor droge- en natte vliegen. Het punt was alleen dat daar weinig van over bleef als je met zo’n vlieg vis had gevangen. Een argument voor Ray Bergman om naar een andere oplossing te zoeken. Het idee voor een bunch vleugel was voor die tijd geniaal, simpel was het en effectief. Toen der tijd was het revolutionair omdat veel vliegbinders vast hielden aan de methode met die veerstrippen. In Engeland werd en wordt dat nog wordt toegepast. Om iets te verzinnen wat goed en eenvoudig is, is niet gemakkelijk al lijkt dat zo het geval met de bunch vleugel.


 

Verschillende typen

Bunch vleugels kan je van verschillende materialen maken, van veerfibers en kunststof vezels, om er maar eens een paar te noemen. Heel populair is Antron, hoewel het Aero Dry Wing (ADW) van Tiemco, veel beter is. Dat holle vezelmateriaal drijft, een eigenschap dat het Antron niet heeft. Bedenk dat de meeste kunststofvezels relatief zwaar zijn en extra gewicht geven aan een vlieg willen we niet, die moet immers zo lang mogelijk blijven drijven. Het is lastig om steeds een vlieg te moeten drogen en invetten om hem zo hoog mogelijk te vissen. Een argument waar veel vliegbinders vaak aan voorbij gaan. Ze gebruiken body- of vleugelmateriaal dat zwaar is of water opzuigt.

Op Facebook zag ik laatst droge vliegen, van het Blue Dun type, goed gebonden, maar wat opviel waren de te lange bunch vleugels. De vraag zal misschien op komen of dat er op aan komt, of die wel de goed lengte moeten hebben? Als we vliegen binden gaan we er van uit om dat zo goed mogelijk te doen, om een zo goed mogelijk eindproduct te krijgen. Te minste, dat is toch de doelstelling?

Bindtechniek

Het lijkt misschien eenvoudig om een bunch vleugel in te binden die de goede lengte heeft, maar dat blijkt in de praktijk tegen te vallen. Het is lastig om de lengte te bepalen van veerfibers, maar zeker ook van een stuk kunststof vezel.

De dikte van een toef voor een vleugel is afhankelijk van de haak maat. Het zal duidelijk zijn dat een toef die je inbind op haak 18 dunner moet zijn dan een voor haak 12. Dan heb je nog de keuze om op een vlieg een dubbele- of enkele toef in te binden. De balans van een vlieg met een enkele toef kan verstoort worden waardoor ze met den vleugel plat op het water komt te liggen. Daardoor krijgt de vlieg een onnatuurlijk drijfstand. Door een toef kan ze topzwaar woorden en kiept ze om. Dit probleem heb je niet alleen met kunststofvezels, ook bij het inbinden van een toef herten- of ander haar komt dat voor, vooral als zo’n vleugel direct vlieg op een haak wordt gebonden. Een voorbeeld is de Mohican Mayfly die Oliver Edwards heeft bedacht, die drijft daardoor verkeerd. Probeer dat maar uit.

Een vlieg drijft veel beter als het haakgewicht zich onder de vlieg bevindt, dus als deze met een externe body wordt gebonden, zoals de vlieg op de volgende foto.



Yellow Dun gebonden op haak 14

Je kunt dat probleem van de balans ten dele vermijden door op een vlieg een dubbele toef te binden zodat je een v-vormige vleugel krijgt, zoals op eerste foto te zien is in dit artikel.

Bewust heb ik het over ten dele, want het blijkt dat een vlieg met een v-vormige vleugel scheef drijft, op een vleugel. Vreemd genoeg heb ik in de praktijk vastgesteld dat dit geen invloed heeft op de vangsten, want met die drijfstand vangt ze als de beste. Ondanks dat dit eigenlijk bij echte eendagsvliegen niet voor komt. Zoals blijkt op de volgende foto.



Hoe bind je nu een bunch vleugel in met een goede lengte?

Nadat de staart en body is gebonden wordt een toef vezelmateriaal ingebonden. Op de voorbeeldtekening is een stuk draad genomen, maar de handeling is niet anders met vezelmateriaal. Houd het vezelmateriaal onder de haak tegen de binddraad aan en trek het via de achter kant tegen draad aan naar boven, zodat de toef op de haaksteel komt te liggen.

 

Zet nu de toef met de binddraad met een wikkeling vast, zet hem vervolgens met kruis wikkelingen vast.

 


Leg de toef naar achteren over de haaksteel en knip hem op lengte. De witte lijn geeft aan waar je hem moet afknippen.

 

Breng de vleugel in de opwaartse stand.

De bunch vleugel heeft nu de goede lengte. Je kunt nu de hackle achter en voor de vleugel inbinden en de vlieg is gereed, zodat je ermee kunt vissen.