Kunstvliegen, hoe goed moeten ze zijn?

brown haftDe veel voorkomende vraag is wat voorop staat bij een droge vlieg? Dat die er goed uit ziet en suggestief is gebonden, functioneel is en goed drijft? De eisen van eigenschappen zijn misschien voor iedereen verschillend, voor mij is de keuze niet moeilijk als ik er één moest maken; de functionaliteit zou prevaleren.

 

Het antwoord van velen zou misschien worden aangevuld met de eis dat er vis mee gevangen moet worden. Dat is natuurlijk een belangrijke factor, maar een lelijke vlieg kan net zo goed zijn als een perfect uitziende vlieg? De praktijk heeft dat wel eens uitgewezen, maar is dat werkelijk ook zo? Misschien vinden wij dat, maar dat is dat ook het geval?

Steeds maar weer vetten

Als ik met een droge vlieg vis word ik soms een beetje moe van steeds maar weer een droge vlieg vetten omdat die half in het water hangt en geen goede drijfstand heeft.

haft op water

 

Wanneer ik een vlieg droog heb maak en behandel met een drijfmiddel drijft die toch na verloop van tijd niet naar mijn zin. Vooral als het wateroppervlak woelig is door de stroming. Daarom streef ik zoveel mogelijk naar een perfect drijfvermogen en dat de vlieg goed zichtbaar maakt, ook als je die op afstand serveert.

Ik til vaak aan details, hoewel ik niet aan ‘modelbouw’ doe en geen realistische vliegen bindt. Bij het binden probeer ik altijd maar weer naar een zo realistisch mogelijke uitvoering te maken dus zonder te overdrijven, ik bind het liefsten ‘visvliegen’.

Goed drijven is dus van belang bij droge vliegen, maar ook bij …emergers. Met die laatste vis graag omdat je daarmee van twee walletjes eet. Je vist met een emerger imitatie gedeeltelijk op het water, in de oppervlakte en met een deel onder water, zodat de vlieg beter wordt opgemerkt door vis.

Ik weet het, emergers zijn een stokpaardje van me en het lijkt erop dat ik zo langzamerhand een stempel krijg opgedrukt. Dat heb je toch al heel gauw in dit land, je bent vliegbinder omdat je een paar boeken over dit thema heb gemaakt, maar men vergeet vaak dat ik circa 48 jaar in het buitenland op forel vis. Er wordt ook wel eens verondersteld dat ik met niets anders vis dan met een emerger, maar ook dat is onjuist.

Met nimfen en wat anders vis ik liever, maar de aanbeet op een droge vlieg is een lust voor het oog. De keuze wat er aan de leader wordt gebonden is afhankelijk van het moment en waar ik vis.

In vorige artikelen en in mijn boek ‘Vliegbinden & Vliegvissen’ heb ik over het binden met foam geschreven en de ontwikkeling van bindtechnieken het bedenken, om daar vliegen van te maken, veel tijd heeft gekost. Momenteel kan vliegen binden met foam body’s die niet zinken. Ze zijn degelijk, gedragen zich niet als een propeller en lijken op die van een eendagsvlieg. In het boek ‘Stijgnimfen en drijvend aas’ staat dat ik met Polycelon begonnen ben om body’s te binden, op de wijze volgens hier op de foto.

 

polycedon body

Deze bindwijze heeft nog steeds navolging en gebruikt door veel ervaren binders die je bezig ziet op fairs en beurzen. Zelfs een bekende Engelse binder, die aan de weg timmert, bindt nog steeds op die manier. Toch is daar een nadeel aan, want een body van Polycelon vervormt, die wordt plat, verliest zijn luchtcellen zodat zo’n vlieg niet goed meer drijft en er verfrommeld uit gaat zien na de vangst van vis.

Dat wordt niet verteld als men een demonstratie geeft en van Polycelon een body maakt. Zelf heb ik heb die praktijk ervaring opgedaan, want de emergers met Polycelon kon ik na verloop van tijd weggooien, zonde van het werk. Binden met Polycelon blijkt dus niet functioneel, dus dat was het argument om op zoek te gaan naar ander materiaal en bindwijze.

Het werd een body van Crepla die gebonden werd met secondelijm, geen eenvoudig bindmanier, dat geef ik toe, maar wel vele malen degelijker dan met Polycelon. Hoe dat binden dat in zijn werk gaat vind je op mijn site FFinfo (zie Foam body’s). Veel te moeilijk, is vaak het commentaar, maar het resultaat wel veel beter. Omdat het binden lastig is en wat oefening vereist krijgt het niet of nauwelijks navolging. Bedenk dat na enig oefening er geen problemen meer zijn om een Crepla body te binden.

Het materiaal wordt verkocht onder de naam rubberplaat, maar is een onjuiste benaming, want het is niets anders dan foam met dichte cellen. Het wordt geleverd in vellen in verschillende dikten van 1, 2 en 3 mm en kleuren. Wie op Google zoekt vindt winkels die het Crepla leveren.

Door met secondelijm te binden kan vliegen maken met een externe body zelfs op haak 20. Met de ‘foam-omvouw-methode’ met Polycelon, hieronder afbeeld, is dat niet mogelijk.

 deel van een body

 

Een ander detail is dat een body gebonden volgens de opvouwmethode niet lijkt op een body van eendagsvlieg. De body segmenten zijn niet rond zoals op de gedetailleerde foto te zien is.

 

 haft

Zoals blijkt liggen de body segmenten strak naast elkaar, zijn bovenop gekleurd en vlak. Dat effect verkrijg je als je een body bindt met een Crepla strip en een truckje. Dat benadert de realiteit veel beter dan de vlieg op de volgende foto, volgens mij.
 

Een aantal kleine vliegen, met een externe body, zoals de Pale Morning Dun, Blue Winged Olive heb ik als voorbeeld ontworpen voor een Amerikaan bedrijf.

 bwo haakBWO (Blue Winged Olive) op haak 16

Pale Morning Dun  haakPale Morning Dun op haak 18

Deze vliegen drijven en blijven drijven in de goede drijfstand omdat het haak gewicht onder de vlieg ligt. Deze bindwijze is wel is waar al een paar jaar oud, maar nog steeds actueel. Helaas wordt dat niet gezien en door sommige (die vaak zelf geen vliegen bindt of ondeskundig zijn) niet als vernieuwend gezien. In Nederland is men behoudend en vist men liever met vliegen die men kent, gebonden met een dubbing body dat water op zuigt. Misschien is dat binden met secondelijm toch te lastig?

Ceanis metamorfose

                                     Metamorphose van een Ceanis (foto: Henrik Juhl Petersn)

 

Ceanis

Ceanis vervelling

 

Vleugelmateriaal

In de loop der tijd zijn er zijn talloze vleugel vormen bedacht waarvoor door vliegbinders verschillende materialen kiezen, zoals

 

  • Veerfibers
  • Folie
  • Vezelmateriaal

 

De eerste in het rijtje worden veelvuldig gebruikt, CdC is daar een voorbeeld van. Nu wil ik niets ten nadelen zeggen van dat materiaal want het is voortreffelijk, maar heel teer, zeker als het als vleugel materiaal wordt gebruikt. Ik kreeg het advies het te vetten, maar daar heb ik geen goede ervaringen mee.

 

Het is zo teer dat er dan weinig van overblijft. CdC gebruik in daar om liever niet voor vleugels. Bepaalde bindpatronen bind ik daar wel mee zoals de F-fly, maar doorgaans gebruik ik het als ‘bij materiaal’. Vleugels van folie staan heel mooi maar het nadeel is dat het materiaal vrij stug is, bovendien kan het vervormen op den duur. Hetzelfde geldt eigenlijk voor veerfibers, hoewel die al veel beter zijn. Omdat ik graag wil dat een vlieg wat langer mee gaat kies ik voor een spaarzaam ingebonden toef vezelmateriaal. Dat is stabiel en vervormt niet gauw.


Het liefst neem ik dan daarvoor het Aero Dry Wing van Tiemco in plaats van Antron. ADW is namelijk hol en heeft een drijvende eigenschap. Dat heeft een laboratorium onderzoek onder elektronen microscoop uitgewezen bewezen, daarom lijkt me dat beter dan Antron die niet die eigenschap heeft.
Ik denk daarom dat het beter is om de realiteit niet uit het oog te verliezen en vliegen te binden voor het vissen en niet voor de visser.