Mini nimfen

Nimfen binden we vaak op grote haken, bijvoorbeeld nummer 12 of 14 die 2 x lang zijn, dus die twee maal de standaard lengte hebben. Dat is wel afhankelijk van het type dat een nimf imiteert. Steenvliegnimfen zijn van naturen groot zodat we daar dan ook een grotere haak voor kunnen gebruiken.

Ik heb we wel eens afgevraagd waarom we voor nimfen doorgaans de genoemde haakmaten nemen want in de praktijk blijkt maar al te vaak dat grote salmoniden ook met kleine nimfen worden gevangen. Boven dien zijn nimfen door de bank genomen klein. Vooral als we een koud voorjaar hebben, zoals we dat in 2013 hebben gehad, dan loopt de natuur achter. Het gevolg is dat nimfen van waterinsecten dan ook langer klein blijven. In deze omstandigheid knoop je dan ook niet zo gauw een grote nimf aan de leader.


Zoals ik al, je kunt met een klein nimfje een grote forel vangen. Voor het vissen op witvis, zoals voorn en brasem, worden vaker ook kleine nimfen gevist, hoewel je dan de kans loopt dat je meer kleine voorns vangt. Aan een lichte vliegenhengel, dan denk ik aan een hengel waarmee je een drie lijn werpt, heb je met de vangst van een voorn van 18 cm nog sport en staat de hengel met een kleine brasem van 25 cm behoorlijk rond. Als je echter een forel haakt van 30 cm heb je je handen vol bij de dril van zo’n vis.


Dan zal ik het maar niet hebben over de vangst van een vlagzalm of forel van circa 50 cm. De vangst van zo’n vis vraagt niet alleen om vaardigheid van de vliegvissers, je moet er ook een sterk hart voor hebben. Zo’n vangst is reuze spannend en vraagt om het uiterste aan licht materiaal. Je hebt zo’n vis niet een, twee, drie in het landingsnet.



De dril duurt meestal zo lang dat je een landingsnet beslist nodig heeft. Bedenk dat de vis het mogelijke doet om zich van een vlieg te bevrijden, dat ook heel veel van zijn uithoudingsvermogen vraagt. Forellen, en zeker ook vlagzalmen, hebben tijd nodig om bij te komen als je ze weer loslaat. Je ziet dat als als je een vangst terug zet. Houd daarom en forel even vast als hij op eigen kracht weg zwemt, is het geen probleem. Daartegen zijn vlagzalmen echt uitgeput en hebben meer tijd nodig om te herstellen dus houdt die langer vast totdat hij op eigen kracht weg zwemt.

Je kunt met een landingsnet de dril wat verkorten zodat de vis minder uitgeput raakt, daarom is een landingsnet beslist nodig. Vis als vliegvisser weidelijk en gebruik een net.

Je kunt, als je ervaring hebt en bedreven bent, met een dunne leadertip vissen van 12/00. Met de top van een drie hengel is het mogelijk om een vlucht poging van een grote forel of vlagzalm op te vangen. Zelf vis ik maar zelden met een tip van 12/00. Niet omdat ik de tip niet kan heel houden, maar alleen al omdat ik er een bloedhekel aan heb dat een vis toch in staat is om de tip te breken door een onverwachte vlucht poging en met een vlieg in de bek rond moet zwemmen.

Daarom vis ik meestal met een tip van 14/00, ook als ik een tip van extra sterk nylon heb aangeknoopt.

Terug naar het thema mini nimfen. In dit artikel zijn er een aantal opgenomen heel simpel te binden, maar wel effectief.


Mini sedge nimf


Materiaal

Haak                            : gebogen, TMC 2312 nr. 14 – 16 of soortgelijk

Binddraad                     : zwart 10/0

Ribbing                        : groene (olive) draad UTC

Body                            : groene Rhea fibers

Thorax                         : donkerbruine struisfiber

Hackle                         : Kleine bruine hackle

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind het groen draad in. Zet vier Rhea fibers op, draad ze in en maak daarvan de body, tot drie mm voor de  haakoog en zet ze vast. Rib de body met het draad en zet dat ook met de binddraad vast. Bind de hackle in en dan de struisfiber. Maak eerst van de struisfiber de thorax en wikkel de hackle om de thorax. Zet de punt van de hackle achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.


Ini mini


Materiaal

Haak                            : langstelig, nr. 14

Binddraad                     : bruin 8/0

Staart                          : vier fibers uit een fazantenstaart

Body                           : Small, beige Vinyl Rib of Swannundaze

Thoraxdekschild           : 2,5 mm brede, bruin gevlekte strip Thin Skin

Thorax                        : bruine CdC hackle in lus in een gedraaid

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind het staartmateriaal in. Snijd een punt aan de Vinyl en bind dat bij de punt in en bind daarvan de body, tot de helft van de haaksteel en zet het eind vast. Bind de Thin Skin strip in. Maak een lus en zet daarin gedubbelde CdC hackle fibers, daarin de lus ineen. Maak van de lus met de fibers de thorax. Leg nu de Thin Skin strak over de thorax en zet dat achter het haakoog vast. Houd het een cm langer en knip het dan af. (daardoor voorkom je dat het los schiet bij het leggen van afbindknopen). Maak dan pas afbindknopen en lak die af, trim de rest van het dekschild.

Ini mini is er een die de nimf van een eendagsvlieg imiteert. Je kunt hem ook in donkere kleuren binden.



Midge nimf


Materiaal

Haak                            : gebogen type nr. 16, b.v. van Fulling Mill

Binddraad                     : zwart 10/0

Ribbing                         : zilverdraad

Body                            : een of twee zwarte veerfibers

Hackle                         : patrijs fibers in lus

Thorax                        : zwarte Rhea fibers

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind het zilverdraad en de fibers in. Maak van de fibers de body, tot twee mm voor het haakoog, zet het einde van de fibers vast. Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Maak een lus en zet daarin korte patrijsfibers. Zet nu de Rhea fibers op en bind daarvan de thorax. Wikkel daarom de lus met de patrijs fibers enkele slagen om de thorax, zet de punt van de lus achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.

 

Black ‘koppie’


Materiaal

Haak                            : standaard met wijde bocht nr. 14

Kraal                            : Zwarte 2 mm glaskraal

Binddraad                     : beige 8/0

Body                            : beige Micro chenille

Thorax                         : Ice Dub Golden Brown

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Schuif de kraal op de haaksteel, maak achter het haakoog een takeling van 10/00 nylon. Smeer dat in met secondelijm en schuif daarover de kraal. Wikkel achter de kraal dun looddraad in secondelijm over een lengte van 3 mm. Zet de binddraad op de haaksteel vast en bind het chenille in. Bind daarvan de body, tot de 2,5 m mm achter de kraal, en zet het eind vast. Maak een lus met Ice Dub en bind daarvan de thorax. Maak afbindknopen en fixeer die met wat secondelijm.

Verzwaard kan met het Black Koppie brasem vangen.


Vinylly


Materiaal

Haak                            : gebogen type, Fulling Mill B31270, nr. 12 - 14

Binddraad                     : bruin 10/0

Staart                          : patrijsfibers

Verzwaring                   : twee stukje vierkant looddraad aan beide zijden van de haaksteel

Body                           : beige Small Vinyl Rib of Swannundaze

Hackle                         : beige CdC hackle in lus

Thoraxdekschild           : geel Thin Skin, bruin gevlekte strip 2,5 mm breed

Thorax                        : beige dubbingdraad

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en zet het vast met seconde lijm. Bind staartmateriaal in. Leg twee stukje looddraad aan beide kanten van haaksteel  tot twee mm voor het haak oog. Zet ze vast met secondelijm om draaien tegen te gaan. Bind Vinyl Rib in en maak daarvan de body, tot de helft even voor het haakoog en zet het eind van de lus vast. Zet nu het de Thin Skin strip op. Dubbel een grote CdC hackle, maak een lus en plaats daarin de gedubbelde fibers. Maak van de lus de thorax, zet het eind achter het haakoog vast. Leg de Thin Skin strip strak over de thorax, laat die 1 cm voor het oog uitsteken. (daardoor voorkom je dat het los schiet bij het leggen van afbindknopen). Maak afbindknopen en lak die af.

 

(foto’s: Fred de Vries & Wim Alphenaar - ©)