Veranderingen

Vliegvissers die hun vliegen zelf binden zijn vaak op zoek naar andere kunstvliegen. Dat is niet alleen bij ons zo of bij onze zuiderburen, maar ook in de landen om ons heen. In Amerikaanse bladen zie je ook met regelmaat andere bindpatronen staan daaruit blijkt dat het daar niet anders is.

 

 

  

 

We hebben zo onze eigen voorkeur als het om vliegen gaat, maar om maar steeds weer met dezelfde vlieg te vissen is ook een beetje saai. Uiteindelijk wil toch ook weleens wat anders aan je leader. Als het echt niet gaat of als er moeilijk vis is te vangen, kan je altijd nog op vertrouwde patronen terug vallen. Wat nieuws binden en daarmee vis vangen is spannend. Het blijkt ook vaak dat in een water weer goed gevangen wordt als er iets anders aan een leader is geknoopt. Doorgaans is er ook een hype voor bepaalde vliegen en vist het gros van de vliegvissers met dezelfde vlieg. Voorbeelden genoeg, denk maar eens aan de Klinkhamer en Super pupan. Niets ten nadelen van deze vliegen, maar op de Noorse Glomma wordt daar altijd maar weer mee gevist. Ook in Zweden zijn die vliegen populair. De ervaring leerde dat je met een kleine, gele imitatie van een eendagsvlieg ook vlagzalm kunt vangen. Verandering van spijs doet eten, luidt het oude citaat; het blijkt in de praktijk wel degelijk op te gaan.

Als we nagaan wat er veranderd is in die vijftig jaar dat ik vliegen bind is dat enorm. Destijds was er alleen maar een instructieboekje van Andre Steentjes waarin zeer beknopt iets stond over het binden van kunstvliegen. Het werd al gelijk duidelijker en beter toen het boekje ‘Vliegen die vangen’ verscheen van Van Onck en C.J. van Beurden.

 

Hierin staan beknopt wat bindtechnieken en een aantal eenvoudige, maar goed vangende bindpatronen die nog steeds actueel zijn en waarmee je vis kunt vangen. Het boek is niet meer te koop, maar misschien wel tweede hands. Laats zag ik het nog bij boekhandel De Slechte in Den Haag. Waar meer bindtechnieken in stonden waren de Engelse en Amerikaanse boeken.

Het grootste probleem was destijds het verkrijgen van hanen skinnen. Om die te kopen reed ik op mijn brommer naar Peeters in Amsterdam en Ronald Fenger in Rotterdam die had toen een zaak op de Goudeserijweg.

Kunststofmaterialen waren er niet. Het eerste dat te koop was, was het Polycelon. Een hard soort en dichtcelligfoam, het wordt momenteel nog steeds door de firma Veniard geleverd en heeft een voortreffelijk drijfvermogen. In Amerika bestond er een groot postorder bedrijf van Herter dat voor de jacht allerlei materialen leverde, maar ook een uitgebreid assortiment materiaal had voor het binden van kunstvliegen en het maken van kunstaas. De firma Orvis leverde toen hanenskinnen die we kennen als India skinnen, alleen die van hun waren geselecteerd en van goede kwaliteit.

 

 

Veel later zag je in de winkel skinnen van Metz. Ik heb er nog één van de eerste. Ze waren matig van kwaliteit, maar wel veel beter dan de Idia skinnen die we kende.

 

De skinnen van Metz zijn in de loop der tijd wel veel beter geworden. Bovendien zijn er ook nog van andere merken te koop die eveneens voortreffelijk zijn, zoals die van Keough. Goede skinnen kunnen nodig zijn om droge vliegen te binden.

 In Nederland gingen beginnende vliegbinders zich pas later interesseren voor het binden en vissen met nimfen en streamers. Er kwamen allerlei kunststofmaterialen op de markt. Met kralen worden al heel lang vliegen gebonden. Voordat ik met vliegbinden begon lagen ze al in een vitrine bij Gijs de Bas die gevestigd was op de Haagse Gouverneurlaan. Het was een winkel waar witvissers kwamen en was niet gespecialiseerd in vliegbindmateriaal of vliegen. Bij het aanbod van de nieuwe kunststofmaterialen waren er niet veel voor het binden van droge vliegen, het meeste was zwaar maar het dichtcellig foam sprong er uit. Het heeft een uitstekend drijfvermogen.

Er werden verschillende bindtechnieken bedacht om daarvan doge vliegen te binden. Met sommige zijn echter niet altijd verfijnde resultaten te behalen, omdat er een grover eindresultaat ontstaat. Om zelf een oordeel te vormen met welke je het mooiste resultaat krijgt kan je het beste verschillende technieken uitproberen. Dan zie je  welke je het meeste aanspreekt.

De laatste jaren zijn vliegen met een extended body heel populair in de verenigde Staten. In tegenstelling dan hier werd aangenomen wordt in dat land minder vliegen gebonden. Velen hebben daar geen tijd voor omdat ze vaak twee banen hebben. Veel Amerikanen kopen dan ook meestal hun vliegen.

 

  

 Het binden van vliegen met een extended body is niet gemakkelijk, maar wel een uitdaging voor elke vliegbinder. Een uitleg hoe het in zijn werk gaat vind je in de bijdrage op de site FFInfo,

invullen in zoeken > Extended body, hoe maak je ze.

In de bijdrage staan twee mogelijkheden afgebeeld; 

- de eerste is zoals velen die gebruiken, met twee stripjes foam  

- de tweede manier is om een suggestieve body te binden van een  

   tapse strip Crepla foam  

Persoonlijk vind ik de tweede wijze mooier omdat een body meer lijkt op die van een echt insect. Voor het vissen op forel en vlagzalm is een vlieg met een extended body perfect.

Het maken van een externe body blijft niet beperkt tot droge vliegen alleen. Je kunt ook body’s maken voor emergers in allerlei vormen, met een foam body die een veel beter drijfvermogen heeft dan een met een dubbing body.

 

 

Ondanks dat we vliegen vetten werkt dubbing op den duur toch als een spons.