Landinsecten

Wie regelmatig in het buitenland vist, weet dat langs de oevers van het water vrijwel altijd begroeiingen aanwezig zijn. Vaak meer dan ons lief is, want ze kunnen voor het werpen verdraaid hinderlijk zijn. Soms blijf je aan een tak hangen. Je hebt de keuze; je stek verpesten en er heen te lopen om je vlieg te redden, of je leader kapot trekken.

Het probleem is dan dat er dan meestal ook een stuk nylon aan de vlieg blijft zitten. Het zal heel lang duren voordat zo’n haak met veren wordt afgebroken in de natuur. Nylon daarentegen breekt niet af en dat is een groot nadeel. Een haak met veren en een stuk nylon kan desastreus zijn voor vogels en andere dieren. Dus wat doe in zo’n geval?

Oevervegetaties kunnen struiken, bomen of graskanten zijn. Deze laatste zijn soms minder lastig, mits die niet te hoog zijn en ze het werpen niet lastig maken. Overhangend groen heeft ook voordelen, want daaronder zijn weleens grote vissen te verwachten. Bladergroen, riet en gras geeft dekking en beschutting en vis houdt daarvan.

Als tegen de oever van een beek of rivier het water stroomt, kan het daar uitgesleten en behoorlijk diep zijn, dus ideale standplaatsen voor grote vis. Hoge oevers zijn soms versterkt met grote stenen en keien om het afkalven te voorkomen.  Zulke plekken zijn ook interessant voor vis.

Het staat me nog levendig bij dat ik in de Oostenrijkse Teichl viste en mijn vlieg wat te ver serveerde, ze kwam precies op een grote steen langs de andere oever terecht. Ze viel toen naar beneden, op een ander kei in het water, vlak voor een grote steen die er onder lag. Het had me nooit gelukt om ze zo precies naast die steen te kunnen serveren. De vlieg lag daar niet lang, want een grote forel kwam omhoog en nam mijn vlieg. Dit was een onvergetelijke aanbeet.

Osternach copy.jpg

Bij bomen en struiken houden zich allerlei insecten op, zoals muggen, schietmoten en steenvliegen. Op takken van struiken en bomen zitten graag Sedges en pas ’s avonds verlaten ze die pas, om dan rond te vliegen. Ze zetten ze zich dan op het water om daarin hun eieren te droppen.

picture_66_medium.jpg

Sedge zetten zich op het water en ‘droppen’ daarin hun eieren.

Niet alleen vind je in de oeverzone de genoemde insecten, er valt ook van alles in het water, zoals rupsen, luizen, kevers en allerlei andere dieren. Dat kunnen landinsecten zijn die het water niet nodig hebben om zich te muteren.

Omdat die cicade-achtigen, zoals ze weleens worden genoemd, nabij de oever in het water terechtkomt, moeten die imitaties drijven, of tenminste traag zinken. Dat is dan ook de reden dat ik die graag van dichtcellig foam bind. Als er een optimaal drijfvermogen gewenst is, zal het inbinden van een foamstrip het beste zijn. Dit wordt omschreven in mijn  boek ‘Stijgnimfen en drijvend aas’.

De dikte van de foamstrip bepaald  het drijfvermogen. Dus als je één dun stripje gebruikt zal de vlieg langzaam zinken of zweven. Daarentegen zal ze drijven bij het inbinden van een dikke strip.

De Green Caterpillar is volgens het principe gebonden zoals het in het boek Stijgnimfen beschreven wordt. Voor kleinen imitaties leent het 2 mm foam zich heel goed voor.

In het assortiment bindpatronen van buitenlandse tijdschriften en boeken komen, we soms van die bijzondere bindpatronen tegen die landinsecten imiteren, zoals de ‘inch wurm ’. Een variatie hierop is de Green Caterpillar.

Green Caterpillar

green carterpiller.jpg

Materiaal

Haak                           : Gebogen type nummer 8 - 14

Binddraad                  : Bruin 8/0

Ribbing                       : Hetzelfde binddraad

Body                          : Vier mm brede strip, groene Polycelon of soortgelijk materiaal

Thorax                        : Pauwenfiber

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Breng de binddraad naar de haakbocht en bind een strip foam in de lengte richting van de haaksteel. Breng nu de binddraad 2,5 mm naar voren en sla dat twee maal om de foamstrip. Bind op die manier de body tot 2,5 mm voor het haakoog. Zet nu een pauwenfiber op en maak daarvan een thorax en zet het uiteinde achter het haakoog vast. Maak nu twee afbindknopen en lak die af.

Yellow wurm

yellow wurm.jpg

Materiaal

Haak                           : Gebogen type nummer 8 - 14

Binddraad                  : Zwart  8/0

Ribbing                       : Hetzelfde binddraad

Body                          : Vier mm brede strip, gele Polycelon, of soortgelijk materiaal

Thorax                        : Pauwenfiber

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Breng de binddraad naar de haakbocht en bind een strip foam in de lengte richting van de haaksteel. Breng de binddraad 2,5 mm naar voren en sla dat twee maal om de foamstrip. Bind op die manier de body tot 2,5 mm voor het haakoog. Zet nu een pauwenfiber op en maak daarvan en zet het uiteinde achter het haakoog vast, maak nu twee afbindknopen en lak die af.

Dying midge

dying midge.jpg

Materiaal

Haak                           : Gebogen type voor een vlokreeft nummer 10 – 14

Met een recht oog.

Binddraad                  : Wit  8/0

Ribbing                       : Hetzelfde binddraad

Body                          : Vier mm brede strip, zwarte Polycelon of soortgelijk materiaal

Thorax                        : Donkergrijze CdC fiber in een dubbinglus en daardoor patrijsfibers

gebonden, die ook in een dubbinglus worden geplaatst.

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Breng de binddraad naar de haakbocht en bind een strip foam in de lengte richting van de haaksteel. Breng de binddraad  2,5 mm naar voren en sla dat twee maal om de foamstrip. Bind op die manier de body tot 3 mm voor het haakoog.  Zet nu  CdC fibers in een dubbinglus, draai de lus ineen. Maak nu eerst een tweede dubbing lus. Bind van de eerst lus de thorax.

Plaats in de tweede lus  patrijsfibers, draai die ineen en bind die door de fibers van de thorax en zet het uiteinde achter het haakoog vast. Maak nu twee afbindknopen en lak die af.

Diving Sedge

Sedge diving.jpg

Deze sedge nimf hoort niet thuis in de groep Landinsecten, maar is wel een ‘vanger’.

Materiaal

Haak                           : Gebogen type voor een vlokreeft nummer 10 – 14

Met een recht oog.

Binddraad                  : Bruin  8/0.

Ribbing                       : Hetzelfde binddraad.

Body                          : vier mm brede strip, bruine Polycelon, of soortgelijk materiaal.

Vleugel materiaal       : Licht bruine Antron, gevlekt met een watervaste viltstift.

De toef in een V-vorm ingebonden.

Poten                          : Geknoopt fazantenfibers

Thorax                        : Beige CdC fiber in een dubbinglus.

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Breng de binddraad naar de haakbocht en bind een strip foam in de lengte richting van de haaksteel. Breng de binddraad 2,5 mm naar voren en sla dat twee maal om de foamstrip. Bind op die manier de body tot 3 mm voor het haakoog.  Zet nu de Antron toef voor de vleugel op in een V-vorm. Bind zes geknoopt fibers in  voor de poten.

Plaats CdC fibers in een dubbinglus, draai de lus ineen en maak daarvan de thorax. Maak nu twee afbindknopen en lak die af.