Trico flies

In het artikel Mini vliegen, dat op FFinfo staat, wordt ingegaan op de Caenis Robusta. Een eendagsvliegje dat tot de familie Caenidae behoort. De Brachycercus behoort eveneens tot deze familie. Deze kleine vliegjes komen niet alleen veelvuldig in de Hollandse polders voor, ook in het buitenland kan je ze aantreffen in de maanden juni tot soms nog begin oktober.

Als ze uitkomen zijn een ware plaag want ze kruipen overal in en onder. Dat is lastig want bij het vliegvissen heb je beide handen nodig en je hebt er geen over om ze weg te jagen. Vissers vloek is de letterlijke vertaling van Angels Curse, en niet onterecht. In Groot Brittannië en in de Verenigde Staten, waar ze trioco's worden genoemd, zijn deze eendagsvliegen ook zeker geen onbekende.                                                                                               

Zoals bijna met alle eendagsvliegen het geval is, is de tijd het seizoen afhankelijk dat ze zich ontwikkelen, uitvliegen en vervellen tot een imago, het volgroeid insect. Als nimf zijn de Angels Curse niet van groter betekenis. Het zijn slibkruipers en leven bij voorkeur in en op een zanderige, modderige bodems tussen algen en planten. Meestal onvindbaar voor vis. Echter is het stadium interessanter als ze zich naar de oppervlakte van het water te gaan om van nimf te veranderen in haft. Ze leven bij voorkeur in stille en traag stromende passages van het water. Niet alleen in polderweteringen, maar ook in beken en rivieren tref je ze aan.  Chalk streams, die niet alleen voorkomen in Engeland maar ook in  Duitsland, Frankrijk en de U.S.A. kennen soms een sterk opkomen van Caenidae, zoals dat in bijvoorbeeld het boek ‘Hatches’ van Al Caucci en Bob Nastatsi is beschreven.

Verschillende uitvoeringen

Zoals blijkt is de body van de echte vlieg heel kort, zo kort dat een imitatie heel slecht zou drijven. In de bindpatronen zijn die daarom langer gehouden. 

 

Door de jaren heen zijn er voor deze vliegen imitaties bedacht in verschillend uitvoeringen, je komt die bindpatronen niet alleen tegen in buitenlandse boeken. In het bekende boek ‘Vliegen die van vangen’ van A. van Onck en C.J. van Beurden staat een heel goed bindpatroon van de Anglers Curse. In dit artikel vind je het patroon, materiaal opgave en bindpatroon.

 

Anglers Curse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Materiaal

Haak                : TMC100 nummer  16

Binddraad        : Spiderweb

Body               : dubbing, crème

Ribbing            : small ovaal zilverdraad

Staart              : witte Spinnertails

Vleugels           : punten van blauw/grijze hackles

Hackle             : heel licht grijs

 

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind het staartmateriaal in. Maak een lus en breng daarin dubbingmateriaal aan. Bind daarvan de body, tot de helft van de haaksteel en zet het eind van de lus vast. Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Zet nu het vleugel materiaal op en bind daarna de hackle in. Wikkel die achter en voor de vleugel, zet de punt van de hackle achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.

Het volgende patroon is variatie die geblaseerd is op de informaties die ik in het boek ‘Hatches’ heb gevonden. Het lijkt veel op het vorige bindpatroon voor de vleugel zijn toeven grijze Aero Dry Wing genomen . Een variatie kan je nog maken door een body te maken van een licht bruine body.

 

Anglers Curse 2

 

Materiaal

Haak               : 14 – 16

Binddraad       : wit 8/0

Body               : licht gele/witte dubbing

Ribbing           : bruin binddraad type ‘B’

Staart              : licht gele/witte Spinnertails

Vleugel           : Dubbele toeven, grijs ADW

Hackle             : lichtgrijs

 

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind het staartmateriaal in. Maak een lus en breng daarin dubbingmateriaal aan. Bind daarvan de body, tot de helft van de haaksteel en zet het eind van de lus vast. Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Zet nu het vleugel materiaal op en bind daarna de hackle in. Wikkel die  achter en voor de vleugel, zet de punt van de hackle achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.

Zoals blijkt wordt bij het binden van dit vliegje spaarzaam met materiaal omgesprongen. Dat zou ten koste kunnen gaan van het drijfvermogen. Met behulp van secondelijm en de bindtechniek die op deze site staat vermeld kan je een Anglers Curse binden met een extended body binden.

 

Foam Anglers Curse

 

 Materiaal

Haak                 : Standaard voor droge vlieg nummer 18 - 14

Binddraad          : Spiderweb

Staart                : witte spinnerstails

Ribbing              : lichtbruin met viltstift

Body                  : 2 mm geel/witte foam strip, gewikkeld op een kromme naald

Vleugel               : raffia geplakt op oliefolie, vleugeladers getekend met watervaste viltstift. Of toeven grijze Antron.

Hackle                : lichtgrijze hackle

 

Bindwijze

Maak eerst een body met de bindtechniek die hier op de site staat. Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op in de natte secondelijm. Zet direct de body op de haaksteel in de natte secondelijm. Knip de vleugelvorm en bind die in tegengestelde richting op de haaksteel. Zet een licht grijze hackle op. Bind die achter en voor de vleugel in, zet de punt van de hackle achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.

 

© Wim Alphenaar