Vliegbinden kritisch bekeken


Toen ik vijftig jaar gelden met vliegbinden begon kwam de kennis hiervoor nu niet bepaald aanwaaien. In die tijd was er overwegend Engelse lectuur dat daar op inging en de informaties die je opdeed kreeg of zag je op demonstraties die op clubavonden werden gehouden. Cor van Beurden had hier een aandeel in en op de spaarzame avonden waar hij zijn kunsten vertoonde stak je wat op door te vragen en te kijken.

Een bekende stelling over het binden schreef hij op de achterkant van de cover van het boek dat van zijn hand verscheen, dat luid ‘Experimenteren en variëren, maar niet in het wilde weg doch met begrip en verstand’. Dat heb ik wel eens eerder in een artikel aangehaald. Dat heet geen kermisvliegen binden, maar praktische vliegen waarmee je kunt vissen.
Als ik zo nu en dan de kunstvliegen bekijk en de argumenten lees om die bindsels te maken lijkt het erop dat men lang gelden de praktische stelling van Van Beurden over boord heeft gezet.
 Ik zie vliegen waarvan we weten dat je ze niet kunt te vissen aan een dunne leaderpunt, omdat ze gebonden zijn met een fan-wing, vleugels die van twee borsthackles wordt gebonden. Vliegen met deze vleugels ogen fraai, maar je kunt ze alleen maar vissen aan een leadertip van te minste 18/00 of 20/00 dik anders verander je vispunt in een onbruikbaar ineen gedraaide kluwen nylon. Dat zelfde effect ontstaat als er op een vlieg teveel hackle fibers bevinden, dus als je een lange hackle in zijn geheel inbindt zodat er een dichte krans om de vlieg komt.
Het effect dat een vlieg heeft met een fan-wing ontstaat eveneens als je twee vleugelsegmenten inbindt van folie, ook dan draait de vlieg als een propeller aan de leader. Het effect van bedrukte folie vleugels staat schitterend, maar maken een vlieg onbruikbaar. Ondanks deze praktijk ervaring worden die vliegen toch op die manier worden gebonden, maar wat erger is: het wordt ont-kend dat de vlieg zich als een propeller gaat gedraagt. Het krijgt bovendien ook nog navolging omdat zo’n vlieg zo mooi is om te zien.

 

Leuk om te zien, maar niet te vissen aan een dunne leaderpunt


Dan rijst bij mij de vraag waar gaan we heen? Is het praktisch nut dan niet meer belangrijk? Misschien worden er toch veel vliegen gebonden voor de visser en niet om er mee te vissen. Sorry, maar het nut dat staat bij mij voorop.
Waar ik me ook over verbaas is de uitvoering van sommige kunstvliegen. Kijkt een binder wel eens naar de voorbeelden die model staan? Als je een eendagsvlieg goed bekijkt blijkt dat deze een kale, strakke body heeft.

 

Op de foto zie je dat de body van de Cloëon Diptera kaal en niet behaard is, net zo min als de body’s  van andere eendagsvliegen. Toch gebruiken vliegbinders dubbing of herls om de body te imiteren. Dubbing wordt al zo lang gebruikt als er vliegen worden gebonden. Vroeger had men niet anders om dat te doen. In het boek van Van Beurden staat daar ook iets over: Men gebruike zoveel mogelijk materiaal dat geen water opzuigt en niet donkerder wordt bij het in oliën.

Punt 1. Het drijfvermogen. Als je bedenkt dat een body in hoge mate bepalend is voor het drijf-vermogen van een droge vlieg is het opzuigen van water extra ballast, funest dus. Realiseer je dat dubbing ook na verloop van tijd water opzuigt, nadat je hem hebt ingevet. Dan ontstaat een capillaire werking en neemt hij toch weer vocht op dat de vlieg laat zinken.
Lakken met UV spul zal ook niet bijdrage tot beter drijven. Je kunt het afdoen met; dat beetje lak maakt niets uit. We zijn met lak dan wel vernieuwend, dat wel? Dit argument hoorde ik van een bekende winkelier die overigens zelf geen vliegen bindt en dat ook niet kan. Het lijkt me dat dan de commerciële belangen zwaarder wegen dan het praktisch nut. Hij verkoopt dus dat UV spul maar wat graag.

Punt 2. Kleur verandering. Als een body wordt gevet of water opneemt veranderd die van kleur. Met dat gegeven kan je rekening houden, wil je te minste in de richting werken van een goed lijkende imitatie, of zie ik dat nu verkeerd? Binden we liever goed lijkende vleugels op een vlieg dan acht te slaan op een goed lijkende body? Een beetje vreemd. Als het echt er om gaat en vis selectief is, kan je dus beter een wat lichtere kleur dubbing nemen als je dat dan toch wil gebruiken. Op dagen dat vis gemakkelijk is te vangen lijkt het geen moer uit te maken wat je er aan knoopt. Met dat argument wordt ik dan geconfronteerd; ‘Ik heb met die vlieg toch goed gevangen’, hoor of lees ik dan.
Nu wil ik zeker niet pretenderen dat ik geen dubbing gebruik, in tegendeel ook ik gebruik dat voor mijn vliegen. Maar ik houd wel rekening met het negatieve effect en bind korte body’s van dubbing.
Zoals in het vorige thema aan de orde kwam is de uitvoering van een body eveneens van belang, de vraag rijst moeten we dubbing gebruiken of is een kale strakke body misschien beter en aan-trekkelijker voor vis?

Het voorgaande zijn details die voor mijn belangrijk zijn. Dat was dan ook aanleiding voor talloze experimenten en de ontwikkeling onder andere voor het binden van emergers die wel drijvend te binden zijn. Emergers met een foambody waarvan ik denk dat het nut, het drijven dus, soms aan vliegvissers voor bij gaat. Maar ja, iedereen maakt zelf uit hoe hij bindt en vist natuurlijk.

Waar ik me ook over verbaas zijn de vliegen die buiten proportioneel zijn gebonden, zoals streamers, soms ook van andere vliegen. Ze wijken sterk af van de  standaard verhoudingen. Ik zie ze de laatste tijd steeds op FaceBook voorbij gaan. Ze hebben te lange staarten of de vleugel of keelhackle is te lang. Is dat belangrijk?
Ik denk het wel want je monteert toch ook geen bumper van een vrachtauto op een personenwagen? Zo zijn er nog wel meer voorbeelden te noemen. Als binder houdt je toch zo veel mogelijk de proporties in de gaten? Dus de bindverhouding van de standaard afmetingen. Het maakt niet uit of dat een droge vlieg, een nimf, natte vlieg of streamer is; ze zijn maatgevend. Wijken die af dan maakt de creatie vaak een zeer knullige en amateuristische indruk, zeker als het vliegen zijn die door een gevorderde vliegbinder zijn gebonden. Dat zijn vaak ook nog eens binders die voordoen een lage ervaring te hebben.