Vliegbind kennis

keough skin

Al eerder heb ik hier over geschreven. Maar het lijkt er toch soms op dat sommigen daarover te weinig weten, want nog steeds verbaas ik me over vliegen die ik op FB zie. Hoe ze er uit zien en waarmee ze zijn gebonden.

 

Het lijkt er ook vaak op dat het wiel weer opnieuw wordt uitgevonden. Om nieuwe kunstvliegen te bedenken is ontzettend moeilijk, omdat het meeste al verzonnen is. Het zelfde geldt voor het verbeteren van bindtechnieken. Het neemt niet weg dat elke poging tot het zoeken is toe te juichen, maar dan wel met begrip. Imiteren, en dat ook nog commercialiseren, is uit de boze.

 

Speciale vliegen

In 1998 had ik een idee: ik wilde een boek gaan maken met bekende en vooraanstaande vliegbinders in Europa. Het zou een boek worden met veel bindpatronen van kunstvliegen voor het vissen op de meest populaire vissoorten, zoals rietvoorn, baars snoek, allerlei soorten salmoniden, maar ook voor het vissen in zee op zeeforel, marlijn en tarpon.

 

 

Het zou een monsterklus zijn, maar het leek me wel een uitdaging. Van te voren wist ik dat het uitgeven een probleem zou kunnen zijn, maar wilde dat risico wel lopen.

 

In zo veel mogelijk landen van Europa zou ik vliegbinders benaderen en hun medewerking vragen. De bedoeling was om tenminste vier binders in de landen van Europa te vinden die elk vijf of zes vliegen zouden sturen. Ik zou het bindpatroon in fases tekenen, ze beschrijven, en fotograferen.

 

Op de laatste Fly Fair, die in Zwolle werd gehouden, sprak ik met verschillende Nederlandse en buitenlandse vliegbinders om te vragen of ze mee wilde werken. Dat lukte aardig en via verschillende wegen vond ik uiteindelijk 58 heel goede vliegbinders met grote namen die mee wilde doen. Daar waren ook vliegbinders bij die speciale vliegen maken en professionals.

 

Ook benaderde ik eindredacteuren van bladen en vroeg hen of ze misschien goede binders wisten die mee wilde doen. Via een redacteur kwam ik in contact met de zweed Johan Klingberg, die me weer het adres gaf van Rolf Ahlkvist. Ook hij stuurde me vliegen, maar dan wel heel speciale. Een aantal zie je in dit artikel staan.

 

Zoals op de foto’s te zien is, zijn ze wel heel speciaal met een voortreffelijke afwerking. Rolf Ahlkvist is wel een professionele vliegbinder.

boom meer

Voorheen was hij leraar, maar vliegbinden trok hem meer, net zoals het vrije leven en de eenzaamheid. Samen met zijn vrouw Bibi woont hij in de ‘middle of now were’, ergens afgelegen in het midden van Zweden, in de streek Dalarrna. In dat gebied stromen kleine rivieren en vind je ook meren waarin veel snoek zit.

Bibi Ahlkvist met snoek

Bibi Ahlkvist met een schitterende snoek, gevangen in een nabij gelegen meer.

 

houten huis

 

In de omgeving waar Rolf woont leven nog beren en wolven. Zomers is het er eenzaam maar wel schitterend. In de winter zijn Bibi en Rolf soms maanden geïsoleerd, omdat de sneeuw dan meters hoog ligt.

 

sneeuw

 

De weg naar zijn huis is dan onbegaanbaar, maar dan belt hij een vriend in het naburige dorp Vintjärn. Die brengt hem dan een bezoek met zijn tractor en maakt de weg naar zijn huis en het dorp enigszins begaanbaar.

 

sven

Speciale vliegen?

Toen Rolf mij zijn vliegen stuurde was ik verbaast. In dat assortiment zat namelijk een imitatie van een kever, een stikbug, die ik nog nooit had gezien.

 

 

Imitatie van een stinkbug

Imitatie van een stinkbug

 

Rolf vertelde me dat die insecten, stikwantsen, in augustus en september in centraal Zweden massaal voorkomen en in het water belanden. De wants is bekend onder de naam Dolycoris baccarum. De imitatie is ook wel bekend met de naam ‘The berry bug’.

 

Of salmoniden worden aangetrokken door de lucht is de vraag, maar ze storten zich vol overgave op deze wantsen. In magen van gevangen forellen worden er dan soms dertig tot veertig van deze wantsen aangetroffen. Het is dan ook heel effectief om met zo’n imitatie te vissen die op de foto is te zien. De imitatie zou goed overeen komen met het silhouet van het echte insect.

 

Ik vond het een schitterend verhaal, alleen wilde ik weten of het ook inderdaad zo was.

 

Aan een vriend van me, die biologie gestudeerd heeft, vroeg ik of hij dat insect kende en of hij het verhaal eens wilde natrekken. Na een tijd bevestigde mijn vriend Jan het verhaal van de stinkbug, dus biologisch klopte het perfect.

Een kennis van me zag de imitatie, ook hij werkte mee aan mijn boek dat ik maakte, hij werd heel enthousiast. Ruben heeft al menig maal in lapland gevist, en wist te vertellen dat deze vlieg wel eens zijn visdag had gered. Hij had er uitstekend mee gevangen.

 

Zoals blijkt maakt Rolf ook schitterende imitaties van mieren en landinsecten allen met body’s van balsa hout.

 

Wie wat meer wil weten over de streek waar Rolf Ahlkvist woont, moet maar eens zijn website bezoeken www.ahlkvist.net. Daarop heeft hij over de streek geschreven waar hij woont,  ook over de historie en het vissen. Weliswaar in het Zweeds, maar Google staat voor niets, want die vertaalt het voor je. Het zeker de moeite waard om de site te bezoek en even te worden meegenomen naar centraal Zweden, een omgeving die wij allang ontwent zijn.

 

O ja, de vraag is misschien nog wat er van het boek geworden is, ‘Vliegbinders van Europa en hun kunstvliegen’?

 

Ik had mezelf een deadline gesteld en die ook gehaald. Het probleem is alleen dat het wat uit de hand is gelopen. In het manuscript staan ruim 680 getekende bindpatronen met een foto en een illustratieve foto of aquarel. De patronen zijn volledig gedetailleerd met tekeningen hoe ze gebonden moeten worden. Het boek telt 750 pagina’s, er is nog een dummy van gemaakt om het te laten zien bij uitgevers,  alleen blijkt het te duur voor productie te zijn.

 

cover boek

 

Ik vond een uitgever in Zweden, Amerika, Duitsland en mijn eigen uitgever wilde ook wel, maar de kosten liepen uit de hand. Er konden maar 12000 boeken gemaakt worden en dat was  de helft van het aantal dat nodig was voor een productie. Drie jaar voor niks gewerkt, jammer, maar ik heb er wel heel goed relaties aan over gehouden onder andere Rolf Ahlkvist.

 

De speciale vliegen van Rolf Ahlkvist

 

Black ant.jpg

Black Ant

landinsect 1.jpg

Landinsect

landinsect 3 met vleugels.jpg

Gevleugeld landinsect

red tag.jpg

Red Tag

 

landinsect 4 met wit vleugels.jpg

Landinsect

 

landinsect 2.jpg

Attractor

 

Geschreven door : Wim Alphenaar

Foto’s                    : Rolf Ahlkvist

Wim Alphenaar

 

Entomologie - Eendagsvliegen - Insecten

Als je regelmatig op stromend water vist krijg je ervaring in het herkennen van de eendagsvliegen en andere insecten die voorkomen., het bestuderen van insecten wordt Entomologie genoemd.

 

En wanneer je daar maar een aantal malen per jaar de gelegenheid voor hebt is het veel moeilijker om die ervaring op te doen.

 

Door veel boeken te lezen over dit thema kan je dat eveneens krijgen. Doorgaans staan daar afbeeldingen bij. Het is echter al heel goed als je het formaat en kleur kan zien van de insecten die je aantreft. Het is slim om niet gelijk te gaan vissen als je bij een viswater aan komt, ook al is de verleiding heel groot. Ga eerst op je gemak staan kijken wat er gebeurt. Je kunt dan niet alleen insecten zien die er zijn, ook eventuele stijgende vissen en aantrekkelijke plaatsen waar je kan gaan vissen; het water lezen wordt dat genoemd. Haast is funest bij het vissen ook bij het binden van vliegen.

 

Materialenkennis

We zijn nu bij een thema gekomen dat direct met het praktische; het binden te maken heeft, materialen kennis. Als je wat over insecten weet, waar je ze kunt aantreffen, hun gedrag, formaat en kleur, is het verdraaid handig als je ook weet welke materialen je het beste kunt gebruiken om een goede imitatie te binden.

 

De levenscyclus van een eendagsvlieg is eveneens interessant. Dat begint met een pakketje eieren dat in het water leggen. Daaruit ontwikkelen zich nimfen die een jaar in het water leven. De tijd komt dat ze zich naar de oppervlakte gaan om te veranderen in een gevleugeld insect.

 

Tijdens dat proces nemen ze verschillende vormen aan. In de laatste fase zijn ze kwetsbaar en een gemakkelijke prooi voor vis. De verschillende vormen van verandering kunnen voorbeelden zijn voor vangende imitaties.

 

samenstelling entolomogieIn de laatste fase van emergers vliegen ze weg, mits ze niet genomen wordt door vissen. Gevleugelde insecten ondergaan in dat stadium een verandering van spinner in een dun nadat er een vervelling plaatsvindt.

 

Ze zetten zich op het wateroppervlak om hun eierpakket daar in los te laten, vliegen weg en sterven. De laatste foto geeft aan als een eendagsvlieg zich op het wateroppervlak heeft neergezet. Voor hen die graag met een droge vliegvissen is dat essentieel want zo willen we ook onze kunstvlieg presenteren.

 

1 nimf,

2 eerste stadium emerger,

3 laatste stadium emerger,

4 volgroeide eendagsvlieg

 

De theorie van de ideale drijfstand niet klopt, die ze ons in het verleden hebben voorgeschoteld en in veel boeken is herhaald. Foto 4 laat zien dat de eendagsvlieg met de body op het water drijft en het achterlijf in het water hangt. Dus niet door de staart omhoog wordt gehouden zoals de ideale drijfstand aangeeft. Bij de presentatie van een droge vlieg is dat ook onmogelijk en niet nodig om die zo op het water te zetten.

 

danic imitatie entolomogie

Er is wel een andere factor waar we aandacht aan kunnen besteden. Al meer dan honderden jaren wordt voor het binden van body’s dubbing genomen. Een body van dubbing werkt capillair en zuigt water op.

 

Wat minder als het een dunne body is, maar meer als je een dikke body van dubbing bindt. Vocht maakt een body zwaarder en samen met het haakgewicht laat het de body zinken.

 

Dat kan de drijfstand beïnvloeden waardoor de vlieg een vreemde stand op het water krijgt na een presentatie. Even terug naar het gegeven dat er steeds meer vliegvissers zijn, dat er steeds meer lijnen op en over het water gaan waardoor vis schuwer en selectiever wordt, zou dat niet bevorderlijk zijn voor de vangst. Dat was een reden om op zoek te gaan naar een andere realistische, goed drijvende body.

 

danica entomologie

Het werd een extended body gebonden van een dicht cellige foamstrip van Crepla, gemaakt op een naald met behulp van secondelijm. Je zag zo’n vlieg al hierboven. Bewust heb ik voor het harde Crepla gekozen omdat bleek dat een body van Polycelon op den duur vervormt.

 

Het resultaat met Crepla foam is niet alleen degelijker, persoonlijk vind ik zulke vliegen ook mooier. Maar dat is misschien subjectief.

 

Op FFinfo staat uitgebreid beschreven hoe je externe body’s kun binden, met Polycelon en met Crepla.

 

Entomologie voor de vliegvisser

pond olive

De vliegen waar we mee vissen lijken op insecten? Dat is wel vaak een uitleg waar vliegvissers gebruik van maken om onwetende toeschouwers te vertellen waar ze mee bezig zijn, de entomoligie van, of beter voor de vliegvisser. Of dat ook werkelijk zo is?

 

Er zijn genoeg voorbeelden aan te voeren van kunstvliegen die totaal niet op een insecten lijken. Insiders weten dan ook wel beter, denk maar eens aan de bekende Red Tag.

 

Die lijkt op geen enkel insect, maar de vlieg heeft wel zijn waarde in de praktijk bewezen, want je kunt er goed vis mee vangen. De meeste van ons zijn met die vlieg begonnen te vissen of gebruiken hem nog steeds. Komt het dan er dan zo nauwkeurig op aan, zou de vraag zijn?

 

Veel bindpatronen die we binden lijken wel op bestaande insecten. Vaak zijn dat de voorbeelden voor het binden van kunstvliegen, maar om die te imiteren moet je er eigenlijk wat meer van weten. Zelf ben er van overtuigd dat elke respecterende vliegvisser/vliegbinder wat kennis van entomologie nodig heeft. Niet om die Red Tag te maken, dat zal duidelijk zijn. Daarvan kan je eenvoudig het bindpatroon opzoeken dat in bijna elk boek staat als je dat niet mocht weten.

 

Om als gevorderde vliegbinder zelf bindpatronen te bedenken is kennis nuttig, het kan je inzicht geven wat er zo bij het water rond vliegt en beweegt. Nuttig voor het vissen op stilstaand water, stromende beken of rivieren en zelfs voor het vissen in zee. Soms rijst de vraag of een kunstvlieg precies op een insect moet lijken, dat hoeft niet perse, maar ik kan voorbeelden noemen waar de details op een kunstvlieg belangrijk zijn en daarom niet werd genomen.

 

Lang geleden viste ik ergens in de Eifel in een beek waar forellen en kopvoorns zaten. Die laatste ving ik met een Wickham’s Fancy, een vlieg die precies op een bruine Palmer lijkt, alleen die laatste heeft geen witte vleugels. De Wickham’s Fancy werd met graagte genomen door deze kritische vissen.

 

De Palmer, bijna identiek aan die Wickham’s Fancy, lieten ze voor wat het was. Die had geen witte vleugels. Omdat ik het niet wilde geloven heb ik verschillende malen van vlieg verwisseld, maar steeds was het het zelfde liedje, geen aanbeet op die Palmer.

 

Door de toenemende hengeldruk op een rivier worden vissen kritischer. Als in de zomer het water laag staat stroomt het ook langzamer, vaak zijn er dan ook al heel wat vliegen gepresenteerd. Vis heeft alle tijd om een vlieg kritisch te bekijken. Laatst maakte ik het nog mee toen ik in het voorjaar in de Argen viste.

 

entomoligie argen

De stek in de Argen, in de zomer

Die dag vlogen er wat eendagsvliegen rond. Als die zich op het water neerzetten duurde het niet lang voordat ze ‘pikaan’ werden gemaakt. Mijn vlieg, die er dan vlak voor dreef, lieten ze gaan, maar zo’n echte eendagsvlieg werd met elan genomen, een schitterend gezicht.

 

Om toch forel te vangen heb ik er een vlieg aangeknoopt die gebonden was met een externe foambody, daar trapte ze in. Het was een vlieg die je hier op foto ziet. Nooit had ik die kunnen binden als ik niet op het idee was gekomen, daarvoor was wel basiskennis nodig van entomologie.

 

Omstreeks 1880

vlieg externe body

Een ander voorbeeld? Omstreeks 1880 leefde er in Engeland een advocaat, een fanatiek vliegvisser.Hij ontdekte dat salmoniden goed met nimfen te vangen waren. Daarvoor werd hij vergruist want dat kon niet.

 

Vele jaren had men in Engeland immers met de droge vlieg gevist. Er waren dagen dat vis zich te goed deed aan alles wat op het water neer streek. Op een dag toen het wat lastiger ging met de nimf ontdekte hij dat vissen veel liever een nimf namen die naar de oppervlakte steeg.

 

George Skues veranderde zijn vistechniek en kwam tot de conclusie dat hij veel meer succes had als hij zijn nimf lifte na de presentatie. Met die vistechniek imiteerde hij de echte nimfen die naar de oppervlakte stegen, net zoals emergers dat doen.

 

In zijn tijd had hij geen materialen om een zwevende of drijvende nimf te binden die we nu een emerger noemen. Zonder die observatie en kennis van G.M.H. Skues, de entomologische gegevens, was het niet mogelijk voor mij geweest om emergers te ontwikkelen en te binden. Okay, daar was ook fantasie, inzicht en materialen kennis voor nodig, maar de genoemde egevens van Skues waren toch wel primair.

 

skues

 

Dat kritisch azen van vis komen we overal tegen. In het zuiden van Frankrijk, nabij de Zwitserse grens, stroomt de rivier de Doubs een schitterend stuk water met een uitstekende bezetting van vlagzalm en forel die schitterende formaten hebben. De bekende Charles Rits heeft daar gevist en de naam van deze rivier heeft een magische klank. Veel Fransen en andere vliegvisser vissen daar.

 

 

Jaarlijks gaan veel lijnen over het water en later in het seizoen is super moeilijk om daar nog een visje te vangen. Alleen met heel kleine CdC vliegjes lukt dat dan nog. Over kritisch gesproken.

 

 

Terug naar het thema.

Wanneer voor het binden de basiskennis entomologie aanhouden zal dat maar een klein deel zijn omdat hetthema veel omvattender en groter is. Als vliegvisser beperken we ons tot de insecten die in en bij het water leven, er vlak bij en er soms pardoes er in vallen. Die kennis is niet nieuw want John Goddard heeft daarover in 1966 heel goede boeken geschreven.

 

‘Trout fly recognation’ en ‘Trout flies of stillwater’ zijn bekende werken en kunnen als de basisinformatie worden gezien. Wat daar instaat, komt het dichtst in de buurt van de omstandigheden op het vaste continent. In de Verenigde Staten zijn over dit thema eveneens goede boeken verschenen, maar de omstandigheden daar zijn toch weer heel anders dan in Europa. Dit komt vooral tot uiting in het aantal en soorten eendagsvliegen.

 

De kennis in Engelse boeken zijn voor een deel inspiratiebron geweest voor dat geen wat in mijn boek ‘Vliegbinden & vliegvissen’’ isgoumois entomologie opgenomen. Dat is overigens aangevuld met praktische kennis die is opgedaan in het buitenland waar ik een aantal jaren met een fijnmazig netje naar insecten gevist heb.

 

Op mijn site FFinfo staat een serie Van nimf tot emerher'.In Van nimf tot emerger - deel 1 zijn indelingen te vinden van de goepen, daarin en de ovrige delen, komt het thema insecten uitgebreid aanbod. Daarin staan ook bindpatronen vermeld. Om dat in dit artikel weer te vermelden zou een herhaling zijn, vandaar de verwijzing.

 

Malcolm Greenhalgh & Denys Ovenden

Wie meer details over dit thema wil weten en Engels kan lezen kan ik verwijzen naar een voortreffelijk boek. De Engelse vliegvisser en schrijver Malcolm Greenhalgh & Denys Ovenden hebben namelijk in 1968 ‘The Flyfisher’s handbook’ geschreven dat is uitgeven door Domino Books.

 

Het is nog steeds toonaangevend en wordt geleverd wordt door Coch-y-Bondu Books. In dit boek staat entomologisch kennis uitgebreid beschreven, het is rijkelijk geïllustreerd met veel bindpatronen en er zijn materialen genoemd die nodig zijn om de vliegen te binden. Dit voortreffelijk boek is aan te bevelen en eigenlijk onmisbaar voor elke vliegvisser die zijn eigen vliegen bindt. Het is misschien niet ‘up to date’ wat de huidige bindtechnieken betreft, maar meer dan de moeite waard om te bezitten.

 

Wordt vervolg in Entomologie - deel 2

Yellow Jezebel

Er zijn al heel veel snoekstreamers verzonnen waarvoor verschillende bindtechnieken gebruikt zijn. Bontstrippen, bucktail, haar, hackles en vezelmateriaal dat wordt terug gevouwen, iets nieuws kan je eigenlijk niet meer bedenken. Binders zijn heel inventief geweest als het daarom gaat.
Ondanks die verschillende methode, is het binden van streamers heel eenvoudig, ondanks de kleine problemen die je soms daarbij kan hebben. Een ervan is het inbinden van materiaal dat kan gaan draaien als de vlieg klaar is en je kunt het materiaal draaien na visvangst maakt hem dat onbruikbaar Je kunt dat voorkomen door het binddraad in de secondelijm op de haaksteel op te zetten, dat is een oerdegelijk manier en het zit echt vast.
Bij deze Jezebel is gekozen voor yakhaar dat wordt terugvouwen, als dat voldoende lengte heeft leent het zich daar goed voor. Vanzelf sprekend kan je die truc ook uithalen met kunststof vezels.
Zoals gezegd is voor deze Jezebel voor van lang haar gekozen, het haar van een Yak dat ik als monster kreeg van Patrick van Dessel die in België die een goed gesorteerde winkel heeft en vliegbindmateriaal verkoopt (zoek op internet allfish). Hij staat op 22 en 23 november met een stand op de beurs in Putten Be die georganiseerd wordt door de FVV, die beurs mag je niet missen. Het Yak haar dat ik gebruik heb is enorm lang, wel 25 cm, en heeft een UV2 behandeling ondergaan waardoor het extra opvalt in het water. Voor deze Jezabel is geel haar genomen maar niets weerhoud je om de streamer in een andere kleur te binden.

Yellow Jazebel

 

 

Materiaal
Haak  : 8/0 langstelig
Binddraad  : Zwart, UNI-Product Big Fly B
Staart  : Twee gele Grizzle hackles, rug aan rug ingebonden
Ribbing  : Groene Lurex
Body  : Turquoise, cactus chenille   
Vleugel  : Yak haar UV2, ingebonden en per toef dubbel geslagen, met Spectra Mylar
Kop   : Zwart, met nagellak

Bindwijze
Klem de haak in de vice. Smeer de haak in met secondelijm en zet de binddraad in de lijm op. Wikkel het naar de haakbocht. Bind de hackles voor de staart in. Zet de lurex op en het cactus chenille, maak daarvan de body, tot 5 mm achter het haakoog, zet het eind van de lus vast. Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Zet nu een toef Yak haar op, sla dat terug en zet het vast met de binddraad. Herhaal dat een aantal malen totdat de vleugel ontstaat. Zet links en rechts van de vleugel toeven turquoise Spectra Mylar in. Gebruik secondelijm om het verschuiven van binddraad tegen te gaan. Maak afbindknopen en lak die af mat zwarte nagellak.

 

CdC wat doe je er mee?

Voor het binden van emergers gebruik ik CdC-hackles en de fibers daarvan overwegend als bijmateriaal. Zo nu en dan bind ik daar droge vliegen mee. Wat daar de reden voor is? Mijn mening is dat er maar zeer weinig overblijft van een droge vlieg die met CdC materiaal is gebonden als hij nat is en als daar een vis mee is gevangen.

 

Skues, the father of the nymph!

Zo wordt George Edward Mackenzie Skues genoemd. Hij is geboren in het jaar 1858 in St. Jones, een plaats op New foundland. In zijn derde levensjaar ging hij naar Engeland en heeft daar in 1872 een opleiding gehad aan het college in Winchester.

 

Devil's breathe, streamer

Soms zie ik bindpatronen die er echt uitspringen. Ze zijn aantrekkelijk om te zien en het blijkt ook dat je er vis mee vangt. Dan ga ik op de ervaring van een ander af want het zijn vaak kunstvliegen die ik zelf niet ken of bind. Zo is het ook met deze streamer die ik bij Martin Hengelsport zag.

Droge vliegen

In boeken die over het vliegbinden en vliegvissen gaan wordt vaak geschreven over de ‘ideal float line’. De drijfstand van een vlieg nadat deze is geserveerd. Zoals de volgende tekening aangeeft zou een vlieg dan op de waterspiegel drijven. De staart- en hackle fibers houden hem dan hoog op het water.

 

 

Klein & nat

Ik heb een kennis die veel ervaring heeft als vliegvissers. De man heeft het ook gewoon in zijn vingers, en vangt altijd en overal vis; groot of klein. Onder de meeste ongunstige omstandigheden vangt hij en trekt zijn neus niet op als het dan kleintjes zijn; hij huldigt dan het standpunt vis = vis. Je hebt vast ook wel iemand in je omgeving die in het zelfde profiel past.
Koos, mijn kennis, vist heel vaak met natte vliegen ook die keren als hij in de polder bezig is. Geen vliegen volgens de traditionele standaard gebonden op haak nummer 8. Nee, Koos bindt zijn eigen patronen, niet zo bont als gebruikelijk en… op kleine haakjes 14, soms op haak 12, maar daar vist hij niet vaak mee. Als hij op forel vist gebruikt hij vaak dezelfde vliegen die wel iets groter zijn, al zijn natte vliegen zijn eenvoudig gebonden en soortgelijk aan die die je in dit artikel ziet. Hij bindt op de haaksteel wat koper-of looddraad om ze op de gewenste diepte te krijgen als ze voor stromend water bestemd zijn. Voor de polder zijn ze onbezwaard, het haak gewicht is genoeg om ze net onder water te vissen. Een aantal bindpatronen heb ik wat anders gebonden, maar die van mij zijn ook met heel simpele materialen gemaakt, net als die van Koos.

Zover ik weet zijn wij Nederlanders niet zo fan van natte vliegen en eigenlijk is dat is vreemd. Als hier een natte vlieg aan de leader wordt gebonden wordt er vaak maar even mee gevist en  er weer gauw wordt afgehaald als het niet gelijk succes oplevert. Ook al zoiets vreemd. Ik gaf laatst UV2 materiaal aan stel bekende vissers om er streamers van te binden en daarmee op snoek te gaan vissen. Toen ik vroeg hoe lang ze er mee gevist hadden, bleek dat slecht een paar uur te zijn, het materiaal was niks.  Dat heeft natuurlijk niets met uit proberen te maken.
In landen, zoals Ierland en Groot Brittannië, zie je wel in elke vliegendoos een serie natte vliegen. Vooral in Ierland zijn ze heel populair, maar ook in Engeland worden die veelvuldig gebruikt.
Een variant op natte vliegen zijn Flymphen die vaak met een spaarzame hackle krans hebben. Die  hebben wat meer actie in het water dan een natte vlieg, maar beiden zijn vangers, zowel op forel en vlagzalm. Met natte vliegen kan ook uitstekend witvis vangen zoals voorn, winde en kopvoorn.
De bindpatronen in dit verhaal zijn vrij simpel te binden en er worden dan ook vrij eenvoudige materialen gebruikt. Een uitzondering is misschien de hackles ven een meerkoet, die wat moeilijk verkrijgbaar zijn omdat die vogel beschermd is. Er zijn er te veel van, want de balans in de natuur is lang geleden al verstoord met het verwijderen of verdwijnen van natuurlijke vijanden. Leve de partij van de dieren (?) die het altijd beter weet, maar het lijkt erop dat ze lang geleden de weg is kwijtgeraakt. Hackles van een meerkoet vindt je vaak langs de slootkant op koppen van weilanden. In   de herfst en de winter zie je er wel honderd, soms meer, die zich te goed doen aan het gras, dat tot ergernis van boeren die er niets aan kunnen doen. Hackles van een meerkoet kunnen ook worden vervangen door die van een grijze hen, hoewel het ook niet eenvoudig om aan zo’n skin te komen. Alles wat grijs en zacht is kan in principe worden genomen. Afwijken van het bindpatroon mag altijd als de vervanger in buurt komt. Hoe ik aan mijn skin van een meerkoet komt? Heel eenvoudig, ik heb hem van een jager die zich (op mijn verzoek) heeft vergist.

Partridge shade

 

Materiaal

Haak         : voor natte vlieg, nummer 14 (ik nam een type Limerick)
Binddraad  : zwart 8/0
Staart       : bruin, fibers uit een hanen hackle
Ribbing     : dun koperdraad
Body        : pauwenfibers
Vleugel      : een toef fibers uit een Patrijs hackle
Keelhackle  : toef fibers van een Gier parel hoen, of uit een taling hackle

Bindwijze
Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind het staartmateriaal in, heel dun koperdraad en een of twee pauwenfibers. Bind van de fibers de body, tot even voor het haak oog en zet het eind van de fiber vast. Rib de body met het koperdraad en zet dat ook met de binddraad vast. Zet nu de toef vleugel materiaal in op en daarna de keelhackle in. Maak afbindknopen en lak die af.


Coot wing

 

Materiaal
Haak         : langstelig nummer 14
Binddraad   : grijs 8/0
Ribbing      : zilver tinsel, heel smal en ovaal
Body         : grijze fibers uit een reigerveer
Vleugel      : een toef grijze fibers uit een taling hackle
Keelhackle  : toef bruin fibers

Bindwijze
Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind de fibers in en het tinsel. Bind van de fibers de body, tot even voor het haak-oog zet het eind van de fibers vast. Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Zet nu het vleugel materiaal op en bind daarna de hackle in. Maak afbindknopen en lak die af.


Grey flymph

 

Materiaal
Haak        : voor natte vlieg nummer 14
Binddraad  : zwart 8/0
Ribbing     : zilver tinsel, ovaal en dun
Body        : bruine dubbing
Thorax      : vaal gele dubbing
Hackle      : spreeuw hackle of van een grijze hen

Bindwijze
Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Maak een lus en breng daarin dubbingmateriaal aan en bind het tinsel in. Bind van dubbing de body, tot even voor het haakoog en zet het eind van de lus vast. Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Maak opnieuw een lus, breng daarin dubbingmateriaal aan en bind de thorax. Bind de hackle enkele slagen in. Maak afbindknopen en lak die af.

Fish fair



Materiaal
Haak          : langstellig nummer 14
Binddraad    : zwart 8/0
Ribbing       : gele nylon om dik binddraad
Body          : grijze fibers van een reigerveer
Hackle        : hackle fibers in een dubbinglus

Bindwijze
Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind de fibers in en het nylon. Maak van de fibers de body tot even voor het haakoog. Bind daarvan de body, tot de helft van de haaksteel en zet het eind van de lus vast. Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Zet nu het vleugel materiaal op en bind daarna de hackle in. Wikkel die achter en voor de vleugel, zet de punt van de hackle achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.


Marbel

 

Materiaal
Haak        : langstelig nummer 12 - 14
Binddraad  : zwart 8/0
Ribbing     : iriserend tinsel
Body        : bruin
Hackle       : bruine hennen hackle

Bindwijze
Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Maak een lus en breng daarin dubbingmateriaal aan en bind daarvan de body, tot even voor haakoog en zet het eind van de lus vast. Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Wikkel de hackle in die voor de body en zet de punt van de hackle achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.




Black collar

 

 


Materiaal
Haak          : Tiemco TMC 100 nummer 12 -14
Kraal          : Zwart, glas, 2,8 mm
Binddraad   : zwart 8/0
Staartstuk   : fluor, rood draad
Body          : zwarte veerfiber
Bodydek     : strip UNI-mylar #12
Ribbing      : nylon 14/00
Thoraxkraag: zwart, dubbing

Bindwijze

Schuif de kraal op  de haak en klem hem in de vice en. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind het staartmateriaal voor het staartstuk in en maak de tag, zet een zwarte fiber op en een stuk mylar. Bind van fiber de body, tot een paar m m voor het haakoog, zet het eind van de lus vast. Rib de body met het nylon en zet dat ook met de binddraad vast. Maak een lus en breng daarin dubbingmateriaal aan en bind daarvan de kraag. Maak afbindknopen en lak die af.


Vliegbinden kritisch bekeken


Toen ik vijftig jaar gelden met vliegbinden begon kwam de kennis hiervoor nu niet bepaald aanwaaien. In die tijd was er overwegend Engelse lectuur dat daar op inging en de informaties die je opdeed kreeg of zag je op demonstraties die op clubavonden werden gehouden. Cor van Beurden had hier een aandeel in en op de spaarzame avonden waar hij zijn kunsten vertoonde stak je wat op door te vragen en te kijken.