Van nimf tot emergerdeel 6 

Muggen zijn de laatste van de hoofdgroep, de twee vleugeligen die Diptera worden genoemd. Hun larven en poppen komen in deze bijdrage eveneens aan de orde.

Van nimf tot emerger deel 5

Nimfen en emergers van schietmotten, de tweede van de hoofdgroep

In de vorige afleveringen van deze serie ging het hoofdzakelijk over nimfen en emergers van eendagsvliegen. Het is een lang verhaal en is bewust in delen gesplitst omdat het anders te lang zou worden. Gebleken is dat te lange artikelen niet worden gelezen.

Uit artikelen in tijdsschriften blijkt dat vliegvissers zich overwegend concentreren op eendagsvliegen, hoewel schietmotten, vele malen belangrijker zijn als voedsel voor vis. Dat wordt vaak niet onderkend. Schietmotten komen bijna overal voor, misschien zijn er niet zoveel typen als eendagsvliegen, maar je ziet ze wel in grote getalen als ze uitkomen. Dat is al een aantal jaren geleden onderkend door de Amerikaan Garry LaFontaine die een geweldig boek over dat thema heeft geschreven.

 

Van nimf tot emergerdeel 4

 

Vlugge of snelle zwemmers – groep E

Groep F is de laatste van de eendagsvlieg familie. Een bekende naam van een eendagsvlieg die daarbij hoort is de Baëtis. Een Red Spinner, een zeer bekende klassieke kunstvlieg, is daar op een van de Baëtis gebaseerd. Tot dezelfde familie behoort de Pale Watery spinner en niet te vergeten de Cloëon dipterum, die we eenvoudig de Cloëon noemen.

Van nimf tot emerger – deel 3

Steenklevers – groep D

De grootste groep nimfen is ongetwijfeld de steenklevers, daaruit komen bekende eendagsvliegen. Bekende zijn de Olive Upright en March Brown, vliegen met klinkende namen voor insiders. Steenklevernimfen leven in stroomkegels en uitlopers van het snelstromende water dat hard en pittig stroomt. Met hun sterke poten, waaraan nagels zitten, houden ze zich vast aan de met alg begroeide stenen. Hun vorm is volkomen afgestemd op een sterke waterstroom.

 

Emergers blijven interessant

Dat de ontdekking van emergers door George Skues zo’n gevolg zou hebben in de ontwikkeling van het vliegbinden, had niemand ooit kunnen vermoeden. In 1870, de tijd dat Skues viste in de Itchen,  was die ontdekking van de levensfase van insecten opzienbarend. Het is een fase die bijna alle insecten ondergaan die het water nodig hebben om zich te muteren. Die ontdekking dat nimfen veranderde in een gevleugeld insect heeft na 1870 echter nooit de aandacht gekregen die het verdiende, dat is merkwaardig.

Van nimf tot emerger - deel 2 

In deel 1 van deze serie ging het over de nimfen en de volgroeide insecten van de meivlieg. Hun imitaties kunnen nuttig zijn als je in het voorjaar op forel gaat vissen. Misschien is het een idee om een apart doosje te maken met zulke kunstvliegen. Nimfen van meivliegen leven in gangetjes die ze in de bodem graven, nagenoeg onbereikbaar voor vis en zijn daarom minder interessant.

Speciale vliegen

In de honderdste editie van het VNV blad stond in een bijdrage ‘De Wonder-vlieg’ onder andere iets over de Gretting waarmee Ruben Groenendijk zo goed had gevangen in de Glomma.

Van nimf tot emerger - deel 1

Hoofdgroepen van insecten

De Zweedse wetenschapper Linnaeus (1707 – 1778) heeft insecten Latijnse namen gegeven, die zijn heel nuttig zijn voor het determineren. Biologen maken er ook veelvuldig gebruik van die namen.

'Vliegenpraat' nr. 4

Grey tail  

Met natte vliegen en kleine streamers kan je uitstekend,  winde, baars, forel en vlagzalm vangen.  De vraag die telkens weer op duikt is; wanneer het nu een natte vlieg is of een streamer. Daar is lastig een antwoord op te geen want wie in een brochure van een haken fabrikant kijkt  ziet dat bij de streamerhaken soms maten worden genoemd zoals nummer 2 tot en met 10. Haak 10 is vrij klein en wordt ook gebruik voor natte vliegen.

Daardoor  is  waarschijnlijk de verwarring ontstaan.  Grote winde, baars maar ook forel en vlagzalm hebben geen moeite met een grote natte vlieg gebonden op een langstelige haak nummer 10 en die is flink van afmeting.

Zoals bekend is Hein van Aar de River keper op het stuk Glomma dat langs de Kvennan camping stroomt. Hein vist regelmatig met een streamer op vlagzalm en vangt daar mee grote vis. Zelf heb ik wel een vlagzalm gevangen aan een spinner dus groot aas gaan ze niet uit de weg. Met forel is het al net zo en baars heeft daar ook geen moeite mee. Winde pakt ook een grote natte vlieg want ik ving eens een winde van 50 cm aan een Pinky tail die op haak nummer 6 was gebonden. Een flinke vlieg die meer op een streamer lijkt net zoals de vlieg die hier is afgebeeld is. Die is ook best de moeite waard om eens uit te proberen.

 

 

 Materiaal

Haak                          : langstelig Daiichi x220 (1,5x) nummer 6 - 10, of soortgelijk

Verzwaring                 : eventueel looddraad verzwaring

Binddraad                   : grijs 8/0

Staart                        : geknipte grijze hackle

Body                          : Mylar tubing

Vleugel                       : Grijze vos met op de top wat zilver glitter

Keelhackle                  : Parelhoen, groen geverfd

Kop                            : rood gelakt

  

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Wikkel de binddraad naar de haakbocht en bind de staart veer in en maak een afbindknoop. Schuif het Mylar over de haaksteel, raffel het uit en laat het achter uit steken. Zet het bindddraar opnieuw op. Bind nu een borstveer in van een parelhoen voor de keelhackle, hieruit is de punt geknipt. Zet het haar voor de vleugel in en wat zilverglitter. Maak met afbindknopen de kop en lak die zwart of rood met nagellak.

 

 Nr. 4 Grey tail streamer

 

Weet je niet waar je het zoeken moet?

In de site van FFinfo staan veel bindpatronen en artikelen van kunstvliegen.  Soms zijn die niet direct benoemd met het type b.v. droge vliegen, emergers of muggen, maar hebben een andere naam gekregen. Ook wordt er wel eens verwezen naar een thema of een speciaal type vlieg.

'Vliegenpraat'   nr.3

Sedge nimf

Imitaties van Sedges en hun nimfen mogen in een vliegendoos niet ontbreken. Nimfen van een sege zijn te vinden langs de oevers, tussen stenen en de bodem van bijna elk viswater. Volgroeide dieren komen op warme dagen en in de avonduren uit hun schuilplaatsen. Meestal verstoppen ze zich onder bladeren van overhangende boomtakken en struiken. Als je aan het vissen bent moet je maar eens aan een tak schudden. Dan vliegen ze een moment op en kan je ze zien. Op de takken paaien de insecten en vliegen daarna naar de oppervlakte van het water, zetten zich daarop en droppen hun eieren pakket. Bij voorkeuer doen ze dat in de traag stromende, bijna stilstaande stukken van een beek of rivier langs en langs de oevers. Er zijn sedges die in het water duiken en naar de boden gaan om daar hun eieren te droppen.

Na verloop van tijd komen uit de eieren larven die een verschillend leven leiden. Sommige bouwen een kokertje dat ze met zich mee zeulen, andere maken een behuizing vast aan grote stenen. Er zijn ook nimfen die een net maken om daar micro-organismemee mee op te vangen waarvan ze leven. Van dit laatste type is de afgebeelde sedge nimf een imitatie. Omdat ze bij de boden tussen stenen leven moet de imitatie diep worden gevist en is daarom een flinke loodraadverzwaring op de haaksteel noodzakelijk.

 

 

Materiaal

Haak                           : Sedge haak nummer 8- 10

Verzwaring                  : looddraad

Binddraad                    : bruin 8/0

Staart                         : grijze toef Antron

Ribbing                       : Fluor rib of fluorescerende groene wol

Body                          : groene dubbing

Thorax                        : bruin

Keelhackle                  : grove dubbing van een haas

 

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Wikkel de binddraad naar de haakbocht en bind het staartmateriaal in. Maak een dubbinglus en breng daarin dubbingmateriaal aan. Bind daarvan de body, tot de helft van de haaksteel en zet de dubbinglus vast met de binddraad. Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Zet nu  het vleugel materiaal op en bind daarna de hackle in. Wikkel de hackle achter en voor de vleugel, zet de punt van de hackle achter het haakoog vast, maak twee afbindknopen en lak die af.

 Nr. 3 Sedge nimf