Flymph

Omstreeks 1937 had de Amerikaan Pete Hidy het idee een nimf te binden met een hacklekrans en ving daar heel goed mee. Eigenlijk was het idee van Pete niet nieuw want omstreeks 1473 werd door Dame Juliana Bernes uit Groot Brittannië reeds softhackle vliegen in een boek beschreven.

De vliegen van Hidy lijken daar op, alleen waren de vliegen van hem wat spaarzamer en iets anders gebonden. De fibers van ingebonden hackles waren ook iets korter. Eric Lesenring heeft het idee opgepakt, daarvoor een vistechniek voor ontwikkeld en er ook een boek over geschreven. De vistechniek komt er in grote lijnen hier op neer.

Het aas wordt schuin stroomopwaarts geserveerd waarna de vlieg meegevoerd wordt door de stroming en zinkt. Aan het eind van de drift wordt de vlieg gelift en volgt meestal een aanbeet. Deze techniek is al in veel boeken beschreven en is heel effectief.

De aanbeet bij de lift is snoeihard en de kans bestaat dat je de vis verspeelt omdat je de lijn strak houd met de lijnhand. Meestal vis ik op de slib van de reel die ik dan iets strakker zet en laat de lijn dan los. De vis haakt zich zelf en dat systeem blijkt veel beter te zijn.

De vliegen van Juliana worden softhackle vliegen genoemd, die aanduiding is gebleven en ingeburgerd. Velen noemen een flymph een natte vlieg. Ze worden inderdaad nat gevist maar een natte vlieg heeft een doorgaans keelhackle en een flymph een krans van zachte fibers die de actie geven. Als nog nooit met een flymph gevist hebt, heb je wat gemist want je kan hier goed mee vangen. Probeer dat maar eens uit. Hierbij een simpel bindpatroon van een flymph voor het vissen op forel en vlagzalm hoewel andere vissen eer ook niet af kunnen blijven.

Materiaal

Haak                           : langstelig 1,5 x nummer 10 – 14. Dik van draad.

Verzwaring                   : eventueel looddraad

Binddraad                     : bruin 8/0

Staart                          : rode fluorescerende wol

Ribbing                         : ovaal zilvertinsel

Body                            : grijze micro chenille

Hackle                          : patrijs fibers en grijze hennenhackle

 

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en omwikkel de steel met looddraad zet het vast met binddraad en lak. Wikkel de binddraad naar de haakbocht en bind het staartmateriaal in en grijze chenille. Bind daarvan de body, tot 1,5 mm voor het haakoog. Rib de body met het tinsel zet dat ook met de binddraad vast. Maak nu een dubbinglus met patrijsfibers. Zet nu een aan één kant gestripte een hackle op en bind die een paar slagen in. Zet de punt van de hackle achter het haakoog vast. Wikkel nu de dubbinglus met de patrijs fibers door de hackle en zet de punt van de lus achter het haakoog vast. Maak twee afbindknopen en lak die af.

 

Nr. 2 Flymph