Van nimf tot emerger - deel 1

Hoofdgroepen van insecten

De Zweedse wetenschapper Linnaeus (1707 – 1778) heeft insecten Latijnse namen gegeven, die zijn heel nuttig zijn voor het determineren. Biologen maken er ook veelvuldig gebruik van die namen.

Velen zijn moeilijk uit te spreken, maar vliegbinders hebben daar een oplossing voor gevonden en benamingen bedacht voor eendagsvliegen en andere insecten. Die gemakkelijker zijn uit te spreken dan de wetenschappelijke benaming. Niet te min blijkt dat in de praktijk sommige Latijnse benamingen toch ook door vliegvissers worden gebruikt. Veel van die Latijnse namen zijn langzamerhand bij vliegbinders toch vertrouwd geraakt, mede door het feit dat ze al meer dan 100 jaar worden gebruikt.

Insecten die voor vliegvissers interessant zijn, waren voor hen niet logische gegroepeerd en geen logica te ontdekken. Ze stonden verspreid en dat vonden ze niet handig. De Brit John Goddard heeft daar een einde aan gemaakt. Jaren geleden heeft hij namelijk een aantal goede boeken geschreven waarin hij de hoofdgroepen van insecten heeft benoemd en namen gegeven die handzamer zijn. Die zijn door hem als volgt gekozen en door mij vertaald in het Nederlands.

-        Eendagsvliegen

-        Schietmotten

-        Steenvliegen

-        Tweevleugelige

Deze groepsaanduidingen heeft betrekking op de families van volgroeide insecten. Het lijstje kan je zien als een leidraad als je zelf vliegen bindt. Het kan nuttig zijn en wordt door vele vliegbinders gehanteerd. Je komt het ook tegen in Amerikaanse boeken, hoewel soms iets veranderd. Het lijkt me verstandig om die van John Goddard aan te houden om enige standaardisatie te krijgen. Goddard heeft eveneens de nimfen van eendagsvliegen ingedeeld, benoemd en gegroepeerd. Die is in zijn boeken opgenomen en ook die benaming is vertaald in het Nederlands. In het volgende overzicht kom je ze tegen.

-           Bodemgravers          - groep A

-           Slibkruipers              - groep B

-           Moskruipers             - groep C

-           Steenklevers            - groep D

-           Trage zwemmers     - groep E

-           Snelle zwemmers     - groep F

Uit de benamingen kan je ook de biotoop af te leiden waar de nimfen voorkomen. De vraag rijst misschien of dat van belang is  voor een vliegvisser die zelf bindt?  Dat denk ik wel, want als die er niet zijn wordt het lastig de nimfen te onderscheiden en weet je niet waar je ze kunt verwachten.

 

Van nimf tot emerger

Breng in een gezelschap van vliegvissers en vliegbinders het gespreksthema op nimfen en ze hebben het over verschillende typen. Vaak gaat het dan over nimfen van eendagsvliegen. Nimfen van insecten spreken tot de verbeelding van vliegbinders, omdat ze een inspiratiebron zijn voor bindpatronen. Zoals blijkt zijn dat de nimfen van eendagsvliegen , maar er zijn er meer insecten dan die alleen, veel meer. Er bestaan nimfen, poppen en waterdieren die ook een groot en belangrijk voedselbestanddeel zijn voor salmoniden. Ze zullen in één van volgende hoofdstukken onder de aandacht komen. Die nimfen en die van andere insecten, zijn voor de vliegvisserij interessant.  De meeste hebben het water nodig om zich te muteren.

Cyclus van een nimf

 

Het verhaal is begonnen met de nimfen van eendagsvliegen die al meer dan honderden jaren een model zijn voor veel creaties. Voordat die aan de orde komen eerst nog iets over de eendagsvliegen zelf. Zij zetten hun eieren pakket in het water af en na een jaar, soms langer, komen daar de nimfen uit. Vaak vindt de ontwikkeling in het voorjaar plaats.

Het aantal typen eendagsvliegen verschillen sterk en het blijkt dat in verschillende streken van een land andere soorten voorkomen. In Nederland kennen we veel minder typen dan in Groot Brittannië, Duitsland, Oostenrijk of de Scandinavische landen. In gebieden waar minder of geen watervervuiling voorkomt treffen we veel meer typen aan. Daarentegen kan in water dat wel is vervuilt totale populaties verdwenen zijn. Industrie en landbouw zijn daar vaak debet aan. Lozingen zijn niet alleen heel slecht voor het milieu, insecten verdwijnen want vis kan daar niet tegen.

Lang geleden trof ik bij het Oostenrijkse Grünburg een drukkerij aan die in een open afvoer blauwe vloeistof in de Steyr loosde. Ik heb daar toen melding van gemaakt bij die Gemeente. Dat stuk Steyr staat bekend om een stuk viswater van hoge kwaliteit en de gemeente verkoopt dure vergunningen om daar te mogen vissen. Voor het volgende stuk Styer, dat zich stroomafwaarts bevindt, geeft het Őosterreichische  Fischereigesellschaft vergunningen voor uit waar ze € 181,- voor vragen om er te mogen vissen. Die club geeft hoog op over de kwaliteit van dat water en het visbestand, maar eigenlijk is het bedrog als je die lozing hebt gezien.

Als je als vliegbinder verder wilt komen dan alleen maar standaard bindpatronen binden en zelf vliegen wilt bedenken blijkt  dat kennis over de aanduiding van hoofdgroepen zowel die van nimfen onontbeerlijk te zijn. Omdat de sommige typen nimfen streekgebonden zijn is het ook nuttig te weten waar ze kunt aantreffen.

 

Nimfen van eendagsvliegen, de eerste van de hoofdgroep

 

Bodemgravers – groep A

Nimfen van bodengravers zijn de eerste in het rijtje die je zag. Ze leven in een bodem met zanderige samenstelling vermengd met grond die is meegevoerd door de stroming van  een rivier of beek. Doorgaans zijn dat de trager stromende stukken van het water.

Deze nimfen zijn groot, geel gekleurd en hebben een afmeting van circa 20 mm.

 

Nimf van de Emphera Danica

 

Als het tijd wordt dat ze een metamorfose ondergaan zoeken ze de waterspiegel op om te veranderen in een gevleugeld insect. Ze laten ze zich dan een moment meedrijven met de stroming. Op dat moment zijn ze hulpeloos en kwetsbaar en er vallen veel emergers ten prooi aan azende vissen en vogels. Toch zijn er genoeg die overblijven. Tijdens die ontwikkeling heeft vis duidelijk voorkeur voor emergers.

Meivliegen (Emphera Danica) komen veelvuldig voor in de meren en wateren van Ierland. Je kunt ze ook tegen komen bij beken en kleine rivieren in Duitsland. Daar zijn streken die er om bekend zijn om het grote uitkomen van meivliegen, zoals de Frankische Schweiz. Een streek boven Neurenberg in Duitsland. In het voorjaar zie je daar soms grote zwermen. Het zijn de eerste eendagsvliegen die zich in eind mei of begin juni laten zien, afhankelijk van de weersomstandigheden. Ook in Denemarken en noordelijker gelegen landen komen ze voor.

Meivlieg

 

Voor veel vliegvissers is het uitkomen van Meivliegen een belangrijke gebeurtenis voor het vissen op forel. Met een imitatie zijn op dat moment veel en grote forellen te vangen. Als ze er zijn  kruizen forellen onder de oppervlakte van het water en doen zich vooral te goed aan volgroeide insecten, maar vooral aan emergers.

 

 

 

Floated Mayfly

Om dat een keer mee te maken is een sensatie voor iedereen die met de vlieg vist. Je moet wel wat geluk hebben want de tijd dat ze uitkomen is kort, slechts een paar dagen. Het vangen van forel in de meivliegentijd is wel even wat anders dan een forel vangen uit een forellenput.

Zelf heb ik zo’n tijd een keer mee gemaakt in de Frankische Schweiz toen ik in de Trubach viste, een beek die uitmondde in de rivier de Wiesent. De forellen in die beek waren toen ‘los’ en namen een Meivliegimitatie als lokspijs. De visdagen die ik daar heb meegemaakt zijn in mijn geheugen gegrift als een geweldige belevenis. Het vissen had ook een nadeel, want tot laat in de avond zat ik nog vliegen te binden, omdat die van mij kapot gevreten waren door de vele aanbeten. Het voorgaande is een voorbeeld van de Meivliegen, de eerste eendagsvliegen die verschijnen. Na de maand juni zijn weer andere eendagsvliegen te zien die uitkomen.

 

Floated Mayfly

Materiaal

Haak                              : Gebogen, Partridge GRS12ST nr. 12, of soortgelijk

Binddraad                       : Lichtgeel 8/0

Staart                             : Geel met bruine vlekken, uit struisvogelveer gevlekt met bruine viltstift

Ribbing                           : Met watervaste viltstift

Body                              : Geel, Crepla strip gesneden van 3 mm plaatje, daarom heen gele Micro chenille gedompeld in Permaflote

Vleugel                           : Beige, toef haar van damhert

Hackle / thorax                : Donkere Cree, vermengd met gele CdC


Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Wikkel de binddraad naar de haakbocht en bind het staartmateriaal in. Snij een taps strip van Crepla en bind daarvan de body, tot in het midden van de haaksteel. Bind het chenille over een lengte van 3 mm in en zet het vast met binddraad. Maak de body af met de foamstrip tot  2.5 mm achter het haakoog, zet het vast met de binddraad. Zet een toef hertenhaar op. Bind nu een Cree hackle in en wikkel die voor de vleugel. Maak nu een lus met gele CdC en bind de lus door de hackle fibers tot achter het haak oog zet de lus vast achter de haakoog. Maak afbindknopen en lak die af.

Deel  1 ( wordt vervolgd)