Van nimf tot emerger – deel 3

Steenklevers – groep D

De grootste groep nimfen is ongetwijfeld de steenklevers, daaruit komen bekende eendagsvliegen. Bekende zijn de Olive Upright en March Brown, vliegen met klinkende namen voor insiders. Steenklevernimfen leven in stroomkegels en uitlopers van het snelstromende water dat hard en pittig stroomt. Met hun sterke poten, waaraan nagels zitten, houden ze zich vast aan de met alg begroeide stenen. Hun vorm is volkomen afgestemd op een sterke waterstroom.

 

 

 

 


 

Ze zijn op hun leefomgeving gebouwd, plat van vorm, hebben een grote kop waarin twee grote ogen zitten en gespreide staartsprieten, zoals op de foto’s zichtbaar is.

 

Het gefotografeerde exemplaar hierboven heeft tijdens het bewaren zijn staartsprieten verloren, maar verder is het een gaaf exemplaar. De kleine nagels aan de poten zijn op de foto goed zichtbaar. Het formaat van de verschillende typen is vrij groot en varieert van 8 tot wel 13 mm. Op de plaatsen waar ik jaren geleden met een fijnmazig schepnet insecten ving en insecten detineerde, vond ik ze in snelstromend stukken van het water. Ze werden gevangen in de Scandinavische landen, Zuid-Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië, en in de gebieden van het voormalige Joegoslavië.  Meestal waren dat plaatsen waar veel vliegvissers niet zo graag vissen omdat het water er zo wild stroomt. Vaak kan je in zulke stekken alleen maar vissen met sterk verzwaarde nimfen en dan nog alleen maar stroomafwaarts. Die manier wordt soms door een nimfvisser niet bepaald op prijs gesteld, omdat het snel gaat. Toch kan je zo grote vissen vangen, mits het aas diep genoeg gaat. In diepe stekken zoals stroomversnellingen, plaatsen achter een stuw of dam is het zuurstofrijk, daar liggen grote forellen en soms ook vlagzalmen.

Er zijn al heel wat suggestieve imitaties bedacht van steenklevers, die verzwaard worden met lood. Het bleek dat die wel vingen maar soms toch niet diep genoeg gingen door de stroming die ze weg drukt. Als je zo’n nimf van een steenklever natuurgetrouw bindt, blijkt dat je niet genoeg verzwaring op een haaksteel kunt aanbrengen zonder dat je de vorm geweld aan doet.

 

Voorbeeld van een stone clinger creatie zoals ik die jaren geleden bond

 

 

 

 

Dat stemde tot nadenken en een reden om nimfen te bedenken die qua vorm niet op die van een steenklever zijn gebaseerd, maar wel moesten vangen. Met het accent op 'moesten', want toen ik ze bedacht kon ik ze niet testen omdat ik niet op vakantie kon vanwege ernstige gezondheidsproblemen. Ik wist dus niet of mijn gedachtesprong wel klopte, doorgaans test ik alle nieuwe creaties in de praktijk voordat ik er over schrijf. Het toeval wilde dat begin van het jaar, op het moment dat ik mijn creaties had gebonden, een oude kennis belde met de vraag of ik wist waar super zware nimfen verkocht werden. Hij wilde vissen in een rivier die ik kende en had vastgesteld dat achter dammen en stroomversnellingen grote forellen moesten liggen. Na wat adviezen gegeven te hebben bleek dat hij die nimfen toch nergens kon kopen, dus heb ik hem een aantal proefexemplaren gegeven van mijn nimfen die ik Bugs heb genoemd. Eén voorwaarde had ik gesteld; hij zou de vangresultaten rapporteren. Dat hij kan vissen wist ik wel, gezien het feit dat hij al jaren ervaring had. Hij stuurde me een kaart met het volgende.

 

 

 

 

Zulke informaties over vliegen, nimfen of streamers die ik heb verzonnen ontvang ik graag, maar wel te weinig. Ik zoek niet naar erkenning, wil niet snoeven en me bewijzen, maar het is erg nuttig te weten welke ervaring anderen hebben.

Bugs zijn gebaseerd op een vorm van nimfen zoals Mr. G.H.M.Skues ze bedacht. Hij viste ze hoog, die van mij zijn daarentegen heel zwaar. Zo zeer zelfs dat bijna een glasplaat van je salontafel breekt als je er één op laat vallen, wat overdreven, maar ze zijn erg zwaar. Een Bug lijkt verreweg niet op een steenklevernimf, maar dat deert niet, het zijn praktische vliegen die vangen en daar gaat het om, toch?

Nimfen en emergers kan je op haak 8 -12 binden, beslist niet te groot voor dat type vlieg. De nimfen zijn circa 8,5 mm lang, dat overeenkomt met de steellengte van haak TMC100 nummer 12.

 

Deze Bug kan je in verschillende kleuren binden.

 

Brown Bug

Materiaal

Haak                     : Voor natte vlieg, b.v. Kamasan B170 nummer 6 - 8

Binddraad              : Bruin 8/0

Verzwaring             : In twee delen, de eerste laag vierkant (medium) looddraad. Het tweede deel vierkant (strong) looddraad. Vastzetten met secondelijm en binddraad.

Staart                    : Fibers uit een veer van een gier parelhoen of taling

Ribbing                  : Zilver tinsel, fijn en ovaal

Body                     : Lichtbruine dubbing

Hackle                  : Hennenhackle, lichtbruin gevlekt of hackle van een spreeuw

 

 

 

De verdeling van het looddraad is essentieel.

 

 

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind om de haaksteel medium looddraad en daarom strong looddraad, volgens tekening. Zet het vast met secondelijm en binddraad. Breng de binddraad in de  richting van de haakbocht naar achteren en bind het staartmateriaal en tinsel in. Maak een lus en breng daarin dubbingmateriaal aan. Bind daarvan de body, tot de even voor de body en zet het eind van de lus vast. Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Zet nu  de hackle op en bind die enkele slagen in. Zet de punt van de hackle achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.

Voor het binden van een emerger van steenklevers kan je een wat grotere haak nemen, zoals TMC2312 nummer 12, of soortgelijk, of als de GRS12ST nummer 16 van Partridge, om een indicatie te geven. Het patroon van de emerger lijkt sprekend op die van een meivlieg emerger alleen verschillen de kleuren van het materiaal. Het voordeel van deze bindwijze is dat een emerger niet alleen blijft drijven op zijn body maar ook op zijn vleugel, als je er lang mee vist en er vis mee hebt gevangen. Je kunt die bindwijze voor heel veel emergers toepassen, de vorm is suggestief en komt overeen met de realiteit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

March brown emerger

Materiaal

Haak                     : Partridge K12ST of soort geljk

Binddraad              : Bruin 8/0

Staart                    : Fazant, fibers uit de staart

Onderbody             : Beige, Crepla foam strip schuin gesneden

Body                     : Beige, Crepla foam strip schuin gesneden

Ribbing                 : Bruin, watervaste viltstift

Vleugel                 : Bruin, toef hertenhaar

Hackle                  : Bruine CdC en Patrijshackle in een lus

Thorax dekschild   : Zwart/bruine Thin Skin strip 3,5 mm breed

Thorax                 : Bruine CdC en Patrijshackle in een lus

 

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind het staartmateriaal in. Snijd een dunne foamstrip en maak daarvan de onderbody tot 2,5 mm voor het haak oog zet het eind van de lus vast.. Snijd weer een schuine foam strip en bind daarvan de body, tot 1,5 mm voor het haak oog, zet het eind van de lus vast. Neem een Dynema draad (14/00) en smeer die met was in, wikkel die om de body en kleur met een watervaste viltstift de ribbing. Zet nu het dekschild op. Maak een lus twee lus met CdC fibers en  patrijsfibers. bind daarvan de thorax. Bind de Thin Skin strip strak over de thorax, zet het uiteinde achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.

 

 

 

Trage zwemmers – groep E

Bekende eendagsvliegen die uit deze nimfen komen zijn de Sepia dun en spinner, Purple spinner, Ditch spinner en Atumn dun.

 

Atumn dun.

 

De nimfen leven in traag stromende stukken van een rivier, nabij oevers, stenen of waterplanten zijn trage, onregelmatige zwemmers. Ze begeven zich even omhoog en zakken dan weer een stukje en dat in een onregelmatig ritme. Een beweging die een snoeklepel maakt zoals die wordt gevist.

 

Nimf van een trage zwemmer (Leptophebia)

 

 

 

 

 

 

 

Imitatie van een Leptophebia nimf

 

 

Lepto nimf

 

Materiaal

Haak                        : Tiemco B100 nummer 10 - 12

Binddraad                 : Bruin 8/0

Staart                      : Nylon 12/00,(geribd met de bekken van een combinatie tang) gespreid ingebonden

Body                       : Beige Crepla foamstrip

Bodydek                  : Donkerbruine/zwarte Thin Skin strip, 2 mm breed

Ribbing                    : Nylon 10/00

Thoraxdekschild        : Donkerbruine/zwarte Thin Skin strip

Thorax                     : Donkerbruine dubbing

Poten                      : Patijsfibers in lus, om de thorax gewikkeld

 

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind een stuk geribbeld nylon in. Maak een verdikking van een stuk dun Crepla.. Zet dan links en rechts van de body stukken geribd nylon. Bind ze tegen de verdikking zodat ze wijd uit komen te staan. Bind een twee mm brede Thin Skin strip in, het nylon en een taps gesneden foamstrip in. Maak van de foamstrip de body tot de 2,5 mm voor het haakoog en zet het eind van de lus vast. Leg de Thin Skin strip strak over de body. Rib de body met 12/00 nylon en zet dat ook met de binddraad vast. Zet nu dekschild op en maak twee lussen, een met dubbing en een met patrijs hackle fibers. Bind van de dubbing de thorax zet de punt van de lus achter het haakoog vast. De lus met de fibers wikkel je om de thorax de punt van de lus zet je ook achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.

 

Hier onder het bindpatroon van een emerger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SC emerger

 

Materiaal

Haak                                   : gebogen type nummer 14

Binddraad                           : bruin 8/0

Staart                                  : Fibers uit de hackle van een gierparelhoen of Cock de Leon

Onderbody                          : Beige, en dunne Crepla foamstrip

Body                                   : Beige Crepla foamstrip

Ribbing                               : Nylon 12/00

Gills                                    : Twee grijze struisveer hackles links en rechts van d e body. Kan je weg laten als je wilt.

Vleugel                               : Tan, toef uit een maraboe hackle (het uiteinde)

Vleugelsegmenten                : Bruin gevlekt, geknipt uit folie

Thoraxdekschild                   : Bruin/zwart gevlekte Thin Skin strip 3 mm breed

Thorax                                : Bruine CdC met fibers van een gierparelhoen of Cock de Leon

 

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind het staartmateriaal in. Bind  een smalle Thin Skin strip, nylon en twee struisfibers en de foamstrip in. Maak een onderbody tot 2,5 mm voor het haak oog zet het eind van de lus vast. Snijd een schuine foam strip en bind daarvan de body, tot 1,5 mm voor het haak oog, zet het eind van de lus vast. Leg de smalle Thin Skin strip strak over de body en wikkel daar het nylon om. Zet een toef maraboe fibers voor de vleugel op. Knip uit bruin gevlekte folie de vleugel segmenten en bind die links en rechts van de vleugel in daar waar de thorax komt. Zet nu het dekschild op. Maak een lus twee lus met CdC fibers en  fibers van een gierparelhoen en maak daarvan de thorax. Bind de Thin Skin strip strak over de thorax, zet het uiteinde achter het haakoog vast. Maak twee afbindknopen en lak die af.

 

Wordt vervolgd