Van nimf tot emergerdeel 4

 

Vlugge of snelle zwemmers – groep E

Groep F is de laatste van de eendagsvlieg familie. Een bekende naam van een eendagsvlieg die daarbij hoort is de Baëtis. Een Red Spinner, een zeer bekende klassieke kunstvlieg, is daar op een van de Baëtis gebaseerd. Tot dezelfde familie behoort de Pale Watery spinner en niet te vergeten de Cloëon dipterum, die we eenvoudig de Cloëon noemen.

 

Zoals vaak worden de Latijnse namen oude en nieuwe namen voor kunstvliegen door elkaar gebruikt. Bij stromend water kan je de Baëtidae veelvuldig aan treffen, op het continent van Europa en in de Scandinavische landen. Zoals je al las, blijkt dat het aantal eendagsvliegen en ook overige insecten die bij en in wateren voorkomen, veelvuldiger in wateren die door het voor-alpenland stromen. Het water dat daar stroomt is relatief warmer. Bekende wateren zijn de Traun, Steyer, Teichl, Ager, Große Muhl, Ybbs, Pegnitz, Loisach, Wiese en Argen om maar eens een aantal te noemen. De watertemperaturen spelen een rol, want als het nabij het nulpunt is dus veel kouder, komen er minder insecten voor en vaak ook andere.

Rivier die relatief warmer water voert, de Agger

 

In viswater dat in hoger gelegen gebieden stroomt, van de alpen afkomt of door een gletsjer gevoed wordt, zoals de bovenloop van de Möll, de Styerling en Schwarzach, tref je vaker kokerjuffer larven en steenvliegen aan. In mindere mate nimfen van eendagsvliegen.

 

 

Baëtis nimf

De nimf van de Blue dun, hoort ook bij de Baëtis familie, is een snelle of vlugge zwemmer net zoals de zo juist genoemde Pond Olive. Op de foto zie je een Pond Olive die met trillende vleugels aan het vervellen is. Dit exemplaar kwam op een warme dag in eind juni mijn werkkamer binnen vliegen.

 

 

 

 

Het zijn vrij kleine insecten met een lengte van circa 8 mm, soms nog iets kleiner. Houd daar rekening mee bij de haakkeuze van een imitatie van een droge vlieg en nimf, haak 14 zal voor een nimf zal goed zijn.

 


 

Voor het binden van een droge vlieg is haak 16 of 18 aan te bevelen.

 

Nimfen kan je op een standaard haak binden met een rechte steel. Als je een emerger bindt is er één met een gebogen haaksteel van de zelfde maat beter. Zelf neem ik een dunne en licht type die een laag eigengewicht heeft, zoals de KS12ST van Partridge. Sinds dat Partridge, wegens economische redenen hun haken programma de nek heeft omgedraaid, fabriceren ze niet alle typen meer. Daarom bestel ik ze bij www.troutandsalmonhooks.com die nog voorraad heeft van deze voortreffelijk haken. Uitstekende alternatieven zijn haken met een gebogen steel van het merk Tiemco, hoewel de bocht nauwer is waardoor ik denk dat ze moeilijker haken. Producten van het merk Daiichi en Fulling Mill hebben in hun levering programma een serie uitstekende haken voor het binden van emergers. Die moet je maar eens proberen.

 

 

Bindpatroon van een Pond olive nimf

 

Materiaal

Haak                     : langstelig nummer 14

Binddraad              : Beige 8/0

Staart                    : Wood Duck hackle fibers

Ribbing                  : Gouddraad

Body                     : Beige CdC dubbing (eventueel verbreden met licht materiaal)

Thoraxdekschild      : Bruin gevlekte Thin Skin, 3,5 mm brede strip

Thorax                  : Bruine (CdC) dubbing

Keelhackle             : Patrijs, veerfibers in een lus


Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind het staartmateriaal en gouddraad in. Maak een lus en breng daarin dubbingmateriaal aan. Bind daarvan de body, tot de helft van de haaksteel en zet het eind van de lus vast. Rib de body en zet dat ook met de binddraad vast. Zet nu het thorax dekschild op vleugelmateriaal op. Maak een lus met patrijs fibers. Maak een tweede lus en breng daarin lichtbruine dubbing aan, bind daarvan de thorax. Wikkel de lus met de patrijsfibers om de thorax, zet de punt van de lus achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.

 

Omdat een emerger te minste in het water moet zweven, of nog liever het vermogen heeft om te drijven, zal je kritisch met het bindmateriaal moeten worden omgegaan.

 

Bindpatroon van een Pond olive emerger

 


 

 

Materiaal

Haak                     : Partridge KS12ST nummer 18

Binddraad             : Beige 10/0

Staart                   : Patrijs hackle fibers

Onderbody            : Dunne foamstrip

Body                    : Beige Crepla foamstrip

Bodydek               : Thin Skin strip bruin gevlekt, 2,5 mm breed,

Ribbing                : Nylon 12/00

Vleugel                : Wings & Things licht blauw, plastic vleugel folie. Kan ook een toef lichtblauwe Antron zijn.

Body schilden       : Vorm geknipt uit bruin/zwart geknipte folie.(Links en rechts van de vleugel).

Thoraxdekschild    : Thin Skin strip bruin gevlekt, 3.5 mm breed

Thorax                 : CdC beige, fibers in lus

 

Bindwijze

Klem de haak in de vice. Zet de binddraad in het midden van de haaksteel op en wikkel het naar de haakbocht. Bind het staartmateriaal in, een dunne foamstrip voor de onderbody een schuin gesneden foamstrip voor de body zelf, 12/00 nylon en het bodydek. Bind van de foamstrip de onder body tot de 2 mm voor het haakoog en zet het eind vast. Bind daarover de foamstrip voor de body tot de 3.5 mm voor het haakoog en zet het eind vast. Leg de Thin Skin strip strak over de body en rib die met het nylon. Knip de vleugelvorm in een hart vorm uit de Wings & Things en bind die in. Knip dan de body schilden (ook in de vorm van een hart) lag die links en rechts tegen de vleugel. Of zet een toef licht blauwe Antron op voor de vleugel. Bind het thorax dekschild in. Maak een lus en breng daarin CdC fibers draai de lus ineen, maak daarvan de thorax, zet het eind van de lus achter het haakoog vast. Leg het Thin Skin dekschild strak over de thorax zet het eind achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.

 

Zoals blijkt wordt in body’s van emergers vaak een foamstrip opgegeven dat vanwege het niet te overtreffen drijfvermogen van dat materiaal.

 

 

De ontdekking van de emergers

Omstreeks 1870 leefde er in Engeland een jurist met de naam George Edward Mackenzie Skues. Hij was een bedreven vliegvisser die regelmatig op Chalk stream viste met nimfen. Dat waren imitaties die afgeleid waren op bestaande standaard kunstvliegen. Zijn nimfen zagen er alleen eerder uit als droge vliegen, zoals de nabootsing op de volgende foto laat zien.


 

 

 

Medium olive dun zoals G.E.M. Skues ze bond

 

In dezelfde bindstijl heeft hij nog een aantal nimfen bedacht waar hij mee viste. Duidelijk anders gebonden dan we nu doen, met een krans van hackle fibers. Skues viste zijn nimfen hoog, even onder de waterspiegel. Hij liften ze tijdens het vissen om zijn imitatie daar te brengen. Met deze nimfen, die manier van vissen had Skues opvallend veel succes en ving hij veel vis. Tijdgenoten van hem verklaarde dat het niet mogelijk was om met nimfen vis te vangen, maar die mening veranderde heel snel. Het nieuws over zijn vangsten ging als een lopend vuurtje onder de vliegvissers van zijn tijd. De vraag is of Skues zich wel realiseerde dat hij met een stijgnimf viste. Dat zal eigenlijk wel, want hij zag dat nimfen de oppervlakte opzochten om in een gevleugeld insect te veranderen. Skues leefde omstreeks 1870, dus zo oud is de ontdekking van emergers al.

Vreemd genoeg heeft zijn stijl van vissen en het binden jaren later nooit meer aandacht gekregen, mogelijk doordat de wijze van vissen nu niet bepaald eenvoudig was. Het voorhanden zijnde bindmateriaal had ook lang niet de eigenschap als bijvoorbeeld foam, om maar niet te spreken over de bindtechnieken die er voor nodig waren om ze te binden. Materiaal waarmee destijds en honderd jaar later emergers werden gebonden, nam veel vocht op en zonken na verloop tijd, ondanks dat het gevet werd. Imitaties die in de vijftiger jaren werden gebonden, en zelf nu nog, drijven niet of slechts een korte tijd. Ik vraag me wel eens af of een creatie getest wordt in een glas water als een vliegbinder zo’n vlieg maakt? Dat drijven is toch essentieel?

Ongeveer 20 jaar geleden kreeg ik het Amerikaanse blad ‘Fly Tyer’ in de bus waarin een bindpatroon stond van een compara dun die met Polycelon gebonden werd. Een gesloten, dichtcellig foammateriaal dat nog maar net op de markt was, Voor zover ik weet was het Roman Moser die als eerste dat materiaal toepaste en er zijn ballon sedge van bond, een vlieg die nu nog steeds populair is. Dat bindpatroon in de 'Fly Tyer' was bedoeld voor het vissen in snel stromend water. Het stemde tot nadenken. Na veel experimenteren was die bindtechniek aanleiding tot het schrijven van het boek Stijgnimfen waarin die techniek is gebruikt voor het binden van allerlei drijvende vliegen. Hierna is het door veel bekende vliegbinders overgenomen die deden voor komen als of het wat nieuws was. Polycelon bleek te vervormen en dat ging ten koste van het drijfvermogen. Het experimenteren ging verder en uiteindelijk is dat uitgegroeid tot een andere bindtechniek met Crepla foam, een bindtechniek die in de vierde druk is beschreven van mijn boek Vliegbinden & vliegvissen. Vliegen zoals emergers worden nog steeds door heel veel vliegvissers onderschat. Ze zijn behoudend en vissen liever met een droge vlieg maar weten niet wat ze missen. Door gebrek van ervaring onderkennen niet het effect van een emerger. Voor vis is er geen gemakkelijkere prooi dan een insect die de oppervlakte opzoekt om een metamorfose te ondergaan. Laats ontving ik een reactie van iemand die een van mijn emergers had gebonden. Het ging over het feit dat er maar weinig nieuws en nieuwe bindtechnieken zijn te bespeuren in het vliegbinden. Hierop reageerde ik omdat ik daar niet mee eens was en refereerde naar mijn bindtechnieken met foam. Ik herinnerde hem aan mijn bindtechniek met foam. Zijn reactie was als volgt: Klopt Wim, en je schept niet op. Ik viste met een emerger van een body van foam (een kant gekleurd met stift) voor ribbing effect op de Duitse Traun van Herr Heger. Erg Goed mee gevangen. Was gebonden naar een voorbeeldje van jou.

 

In de volgende aflevering van deze serie zullen de sedges, hun nimfen en emergers aandacht krijgen.

 

Wordt vervolgd