Van nimf tot emerger deel 5

Nimfen en emergers van schietmotten, de tweede van de hoofdgroep

In de vorige afleveringen van deze serie ging het hoofdzakelijk over nimfen en emergers van eendagsvliegen. Het is een lang verhaal en is bewust in delen gesplitst omdat het anders te lang zou worden. Gebleken is dat te lange artikelen niet worden gelezen.

Uit artikelen in tijdsschriften blijkt dat vliegvissers zich overwegend concentreren op eendagsvliegen, hoewel schietmotten, vele malen belangrijker zijn als voedsel voor vis. Dat wordt vaak niet onderkend. Schietmotten komen bijna overal voor, misschien zijn er niet zoveel typen als eendagsvliegen, maar je ziet ze wel in grote getalen als ze uitkomen. Dat is al een aantal jaren geleden onderkend door de Amerikaan Garry LaFontaine die een geweldig boek over dat thema heeft geschreven.

 

 

Afgezien van het formaat van het insect, kunnen de voorkomende typen verschillen, er zijn sedge nimfen die een kokertje maken en met zich meezeulen. Ook zijn er ook die zonder kokertje door het leven gaan. Dan hebben we nog te maken met het kleurverschil dat er is, ze zijn er in de kleuren vaalgeel, bruin en groen.

 

 

 

 

 

Green sedge nymph

 

Hoeveel bindpatronen van sedge nimfen bestaan is niet meer te tellen, van nimfen met een groene kleuren zowel nimfen met gele exemplaren. Ze leven tussen de stenen op de bodem van het water. Ze schuilen in hun kokertje als gevaar dreigt. Dat is niet altijd effectief omdat salmoniden ze soms met koker en al ingeslikt.

 

Sommige nimfen van sedges spinnen een netje tussen stenen om daarmee voedsel op te vangen, vervolgens is er nog een type dat een stenenbehuizing bouwt aan grote stenen.

 

 

De cocon op de foto is uit de stenen behuizing gehaald die weer aan een grote steen vastzat

 

Er zijn typen die naar de oever gaan of de waterspiegel opzoeken. Nimfen die in een behuizing leven ontdoen zich daarvan gaan naar de oppervlakte of oevers en veranderen eveneens in een gevleugeld insect.

 

Yellow sege emerger

 

 

 

 

Sommige zoeken de stenen op die in de oevers liggen, anderen weer het water oppervlak

 

 

 

Er zijn emergers die zich met de stroming laten meedrijven om binnen enkele ogenblikken te veranderen in een gevleugeld insect dat wegvliegt. Meestal komen sedges in grote getalen uit in ondiep en zwak stromende oeverzones zoals op de foto te zien is.

 

 

 

 

 

Een Nederlands exemplaar van sedge

Vliegbind-technisch gezien geven emergers minder problemen dan het binden van eendagsvliegen. Ze zijn beter drijvend of zwevend te binden. Hun body is dikker zodat je door een dubbele foamstrip in te binden het drijfvermogen kan verbeteren. Daarvoor bind je dus een 'onderbody' van een dunne strip Crepla. Over die onderbody bind je dan een foamstrip die de echte body vormt. Op die manier kan je drijvende, maar ook zwevende imitaties binden.

Met behulp van een gewaste draad en een watervaste viltstift is op een body een schitterende ribbing aan te brengen die niet kan verschuiven. In de vierde druk van mijn boek ‘Vliegbinden & vliegvissen’ is de bindtechniek met de ribbing uitvoerig beschreven in alle facetten. Het is mogelijk om met Polycelon sedge emergers body’s te binden alleen zal de body na verloop van tijd vervormen en plat worden dat ten kosten zal gaan van het drijfvermogen. Vandaar dat ik al jaren lang met Crepla bindt, dat drijft misschien wat minder maar is harder waardoor het niet vervormt. Het wordt verkocht als rubberplaat, alleen is het geen rubber maar dichtcelligfoam.

Gezien de verandering van nimf in emerger heeft het insect verschillende gedaanten. Dat kunnen een inspiratie bron zijn voor talloze goed vangende bindpatronen. Bedenk dat er ook sedges zijn die in het water duiken, naar de bodem zwemmen om daar hun eierenpakket tussen de stenen te leggen. Ook daar kan je een goed vangende imitatie van binden.

 

 

 

Diving sedge

levens cyclus van een sedge

 

 

Steenvliegen, de derde van de hoofdgroep

De derde in de hoofdgroep in deel 1 zijn de steenvliegen die nu worden bekeken. Dat is een vrij grote groep insecten met exemplaren die sterk verschillen in afmeting.

 

 

 

Deze steenvlieg is circa 1,2 cm lang

 

 

Een steenvlieg van circa 2 cm lang

 

Op enkele uitzondering na zijn steenvliegen slechte vliegers die geen grote afstanden afleggen. Soms zie je de Yellow Sally ver van de oever vliegt en op het water neerstrijken om eieren in het water af te zetten. Doorgaans kruipen steenvliegen naar de oevers om op stenen of overhangende takken een metamorfose te ondergaan.

 

 

Vervelling op het droge en in het water

Bij beken en rivieren, waar veel steenvliegen voor komen, zijn lege huiden te vinden die zijn achter gelaten zijn door gevleugelde insecten die daaruit zijn gekropen.

 

 

 

Het zal duidelijk zijn dat de nimf, zowel de emerger van deze dieren voedsel zijn voor insecten etende vis. Vandaar dat in deze bijdrage van beiden een bindpatroon is opgenomen.

 

 

 

 

 

Yellow Sally

 

 

Materiaal

 

Haak                     : Langstelig nummer 12 - 14

Binddraad              : Lichtgeel 8/0

Staart                    : Twee stukken gele quill

Bodyverbreding      : D.m.v. stukjes van een kunststofkurk

Body                     : Gele Cepla strip

Ribbing                 : Bruin met een watervaste viltstift

Vleugel                 : geknipt uit beige folie met bruine vlekken

Thoraxdekschild     : Geel gevlekte Thin Skin strip van 3 mm

Thorax                 : Gele CdC in een lus

 

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Breng eventueel de body verbreding aan en bind het staartmateriaal in. Maak een dubbinglus en breng daarin dubbingmateriaal aan. Bind de foamstrip in en maak daarvan de body tot 3 mm voor het haakoog en zet het eind vast met de binddraad. Rib de body met de viltstift. Zet nu het dekschild op en maak een lus met CdC fibers. Wikkel de lus voor de body in en zet de punt van de hackle achter het haakoog vast. Trek de Thin Skin strak over de thorax en zet het eind achter het haakoog vast. Maak afbindknopen en lak die af.

 

De vorm van de body van een steenvliegnimf en emerger is breed en plat. Om zoveel mogelijk die vorm te bereiken kan je de haaksteel verbreden met reepjes van een kunststof kurk of iets dergelijks. Het moet in ieder geval stevig en drijvend materiaal zijn. Haken die daarvoor geschikt mogen lang en gebogen zijn.

 

Steenvlieg emerger

 

 

 

 

Materiaal

 

Haak                     : Tiemco type TMC200B nummer 8 - 12

Binddraad              : Bruin 8/0

Staart                   : Bruin nylon 25/00, geribd met de bekken van een plattang

Body verbreding    : Stukje van een kunststofkurk links en rechts van de haaksteel ingebonden

Body                    : Beige Crepla strip

Ribbing                 :Bruin met watervaste, bruine viltstift

1e Vleugelsegment: Donkerbruin, stukje uit een hennenhackle ingesmeerd met wingcement

Thoraxdekschilden: Bruine boits van een kalkoen

Vleugel                : Bruin,  een toef Antron

Thorax                 : Bruin, CdC in een lus

Keelhackle            : Patrijs fibers in een lus om de thorax gewikkeld

 

 

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op smeer het in met secondelijm om het draaien tegen te gaan. Breng met secondelijm de body verbreding aan, wikkel de binddraad naar de haakbocht en bind het staartmateriaal in, links en rechts langs de body verbreding. Gebruik daarbij ook wat secondelijm. Bind een beige foamstrip in, wikkel een slag met de strip voor de staartsprieten en maak van het overige de body, tot drie millimeter voor het haakoog. Zet het eind vast met de binddraad. Bind nu het eerste vleugelsegment in en ( in tegengesteld richting wijzend van het haakoog) de twee biots. Zet de bruine Antron toef voor de vleugel op. Maak een lus met patrijsfibers en een tweede lus met beige CdC fibers. Maak een de lus met de CdC fibers de thorax en wikkel daardoor de lus met de patrijs fibers, zet het eind van de lus achter het haakoog vast. Leg nu links en rechts van de vleugel de en biots en zet ook die achter het haakoog vast. Maak twee afbindknopen en lak die af.

 

Dit is een heel bewerkelijk bindpatroon heel lastig voor vliegbinders die nog niet bedreven zijn. Voor gevorderden is het een echte uitdaging deze emerger te binden.

 

Je ziet steenvliegen en hun emergers niet regelmatig bij en in het water maar als ze er zijn en hebt geen imitatie in je vliegendoos dan mis je wat. Met zo’n kunstvlieg kan op zo’n moment uitstekende vangsten maken.