Vissen met een nimf of emerger?

Laatst ontmoette ik een vriend waarmee ik lang geleden wel eens viste. Hij had zich verbaast dat ik het thema stijgnimfen zo had uitgediept en daar ook een boek over had geschreven. Hij wist dat ik eigenlijk altijd met een nimf viste en heel soms wat anders aan de leader knoopte. Zijn opmerking vond ik eigenlijk niet zo vreemd.

'Daar heb ik wel een verklaring voor en het lijkt me dat ik het met een vergelijking het beste kan uitleggen', zei ik hem, terwijl we met een kop koffie aan een tafeltje zaten in een koffieshop. 'ten eerste heb ik vastgesteld dat dit thema nagenoeg geen aandacht meer kreeg en in het vergeetboek is geraakt. Overigens zijn er hele goede argumenten om wel met zo'n kunstvlieg te vissen. Het blijkt echter dat veel vliegvisser moeite hebben met een aanbeet te onderkennen aan een nimf. Dat ligt anders als je met een emerger vist, die aanbeet is veel duidelijker. Bovendien is een emerger een gemakkelijke prooi voor een vis, daar hoeft ze zich niet voor in te spannen'. 

'Stel je het volgende eens voor. Je woont ergens in de middel of no ware waar geen restaurants, supermarkten of buurtwinkels zijn. Nee, je moet zelf voor je eten zorgen en in je eigen levensonderhoud voorzien. Jagen moet je, maar dat is lastig en vraagt om ervaring. Om een wildzwijn te schieten is niet zo simpel. Wel het hert dat weleens vlak voor je hut voorbij loopt. Wat doe je dan? Je schiet hem, want je moet immers eten, bovendien is dat een gemakkelijke prooi. Wat is nu de zin van dit verhaal en wat heeft het met vliegvissen te maken zal ik uitleggen'.

Neem als voorbeeld een forel die zijn standplaats ergens in een rivier heeft. Hij leeft van insecten die hij onderwater of van de oppervlakte neemt. Nimfen in het water zijn doorgaans talrijk maar hij moet er wel moeite voor doen om ze te vinden. Een nimf laat zich niet zo gemakkelijk pakken. Ze leven tussen de stenen die op de bodem liggen, daartussen verschuilen ze. De meesten zoeken in het voorjaar het wateroppervlak op om een metamorfose te ondergaan. Ze veranderen daar in een gevleugeld insect, vliegvissers noemen ze emergers. In deze fase van hun bestaan zijn ze behoorlijk hulpeloos en een gemakkelijk prooi. Wat denk je dat een vis op zoek gaat naar een nimf in een moeilijke schuilplaats? Of nemen ze liever een gemakkelijke prooi? Het antwoord ligt voor de hand. Insecten die gaan veranderen dus een metamorfose ondergaan, zijn er al in het vroege voorjaar als de watertemperatuur hoger wordt. Een voorbeeld zijn de muggen. In mei soms eerder, ontwikkelen de eendagsvliegen, maar ook zie je soms schietmotten. In dit artikel zijn de verschillende fases van die insecten afgebeeld.

Nimf die naar de oppervlakte stijgt                                                                     Ze drijven een moment 

Het gevleugeld insect ontdoet zich van de nimfenhuid      

De volgroeide eendagsvlieg drijft met de stroom mee en laat zijn vleugels drogen. In dezelfde stand legt hij zijn eieren in het water.

Nimfen van schietmotten, in ons jargon sedges genaamd, zijn eigenlijk veel talrijker dan die van eendagsvliegen. Als hun nimfen een gedaante verwisseling ondergaan drijven ze even met de stroming mee of liggen een moment stil in de waterspiegel. Ze schuiven hun nimfenhuid af en heel langzaam verschijnen hun vleugels. Na enkele ogenblikken zijn die droog en kunnen ze vliegen. Die ontwikkeling duurt niet lang, maar voor salmoniden lang genoeg om daar van te profiteren en ze azen erop. Ze nemen ze met graagte van het water. Op de volgende foto's zijn de verschillende fases van de ontwikkeling van sedges te zien.

 Een nimf type van een sedge

De metamorfose vindt plaats en de  eerste

vormen van de vleugels zijn al  te zien.  

          

Sommige emergers drijven in de oppervlakte

  

Op de foto is het begin van de vleugel te zien                                                    Sommige kruipen op stenen                                                           

   

Op de tekening is de vleugel te zien                                                              Een volgroeid (Nederlands) exemplaar  

Al meer dan honderd jaar zijn de emerger bekend. De ontdekking is toe te schrijven aan  G.E.M. Skues die omstreeks 1870 in Groot Brittannië leefde. Hij viste veel in (chalk streams) rivieren en beken en ontwikkelde voor de visserij met emergers een aparte vistechniek. Daarmee ving hij veel vis dat niet onopgemerkt bleef. Vreemd is dat zijn kennis nooit is 'opgepakt' . Slechts enkele vliegvissers hebben zich daarin verdiept, mogelijk dat zijn speciale vistechniek de oorzaak is.

Vliegbindmateriaal dat destijds en later gebruikt werd was nu ook niet een aanmoediging voor het binden van drijvende en zwevende emergers. Met een goed zwevende of drijvende creatie zijn de vistechnieken van Skues te omzeilen. In de zestiger jaren kwam daar verandering in toen het assortiment bindmateriaal uitgebreid werd met modern materiaal zoals foam, drijvende dubbing en kunststofvezels. Van dat vezelmateriaal wilde ik eerst het bewijs dat het ook echt zou drijven, net zoals dubbing. Antron zou bijvoorbeeld tot de drijvende vezels behoren maar dat is een misvatting.  Als het er op drijven aankomt wordt dat overklast door het Aero Dry Wing dat Tiemco levert. Dat bedrijf beweerde dat hun vezelmateriaal hol was en ook dreef, daar wilde ik meer over weten. Een kennis van me heeft het op mijn verzoek laten onderzoek in een laboratorium waar ze het onder een elektronenmicroscoop hebben onderzocht. De vezels leken inderdaad hol te zijn dat ook het drijfvermogen garandeert.  Dat ADW is daarom bijzonder geschikt als vleugelmateriaal voor emergers en droge vliegen. Dat is essentieel omdat het haakgewicht altijd al in het nadeel werkt als een vlieg moet drijven.

Over het foam weten we dat het drijft, mits het dichtcellig is en niet net als een spons werkt. Het eerste foam dat op de markt kwam was het Plastazote dat door de firma Verniard werd geleverd. Dat was uitstekend materiaal, maar er waren destijds geen bindtechnieken als voorbeeld voor de toepasing. Anders was met het Polycelon dat Traun-River-Products introduceerden. Roman Moser bond daarmee een Ballon sedge, een vlieg die een dakje had van een stripje Polycelon en  in de waterspiegel hing. Deze sedge werd heel populair en bijna elke vliegvisser heeft er wel een in zijn vliegendoos.

Polycelon was de aanleiding voor veel experimenten en het schrijven van mijn boek 'Stijgnimfen en drijvend aas'. Eindelos heb ik er mee geëxperimenteerd en daarvan veel typen kunstvliegen gebonden, maar kwam tot de conclusie dat het materiaal op den duur niet voldoet. De luchtcellen van het polycelon vervormen waardoor de body plat wordt dat ten koste gaat van het drijfvermogen. Daarom moest er gezocht worden naar ander materiaal en bindtechniek. Overigens wordt weleens beweerd dat ik de bindtechniek met het Polycelon heb overgenomen van Oliver Edwards, maar dat is een fabel. Het bewijs hiervoor is de datum van uitgave van zijn boek 'Flytyers Masterclass' dat een jaar later werd uitgegeven! 

Door de problemen met de body's die gebonden zijn met Polycelon moest ik op zoek naar harder materiaal dat ook goed zou drijven. Het bleek dat het Crepla, dat in een hobbyzaak verkocht wordt als rubberplaat, voldeed. Het is alleen geen rubber maar foam. Kinderen knippen van dat materiaal kleine figuurtjes. Doordat het harder is kan het heel moeilijk op dezelfde wijze verwerkt worden zoals de bindwijze die in het boek 'Stijgnimfen' staat. Er moest dus een nieuwe bindtechniek komen, Van een plaatje Crepla wordt een tapse strip gesneden eb stapelend met secondelijm ingebonden. Deze bindwijze vind o.a. op deze site en in de vierde druk van mijn boek mijn boek 'Vliegbinden & Vliegvissen'. Er staan ook verschillende truckjes in om een body nog aantrekkelijker te maken, bijvoorbeeld door een ribbing. Het lijmen van de foamstrip voor een externa body is niet gemakkelijk en vraag om wat oefening. Mogelijk is dat de oorzaak dat vliegbinders het niet vaak gebruiken en voor de bindmanier kiezen die in het boek 'Stijgnimfen' is vermeld. Het resultaat van een gelijmde body is wel veel realistischer en fraaier dan een ingebonden, gevouwen foamstrip op de haak.

'Je uitleg is duidelijk', was het commentaar van mijn vriend toe ik hem dit lange verhaal had verteld.

Normen & waarden voor een vliegvisser

Al eerder heeft een artikel op FFinfo gestaan over dit thema. Sommige vonden het belerend, maar daar heb ik geen moeite mee. Het thema is namelijk actueel en van belang want iedereen wordt wel eens met onaangenaam gedrag van anderen bij en langs het water geconfronteerd.

 

Mijn eerste snoek aan de streamer

In het leven van elke vliegvisser vinden er gebeurtenissen plaats die in zijn herinnering geriefd blijven. Iedereen heeft ze wel en ze worden gekoesterd omdat ze speciaal  zijn. Ze zijn veilig weggestopt, als ware in een kastje om er bij gelegenheid weer eens aan te denken. Ik heb er ook velen, het is  een erfenis van meer dan 50 jaar vliegvissen? Eén gebeurtenis is speciaal voor me, de vangst van mijn eerste snoek aan de streamer. Lang geleden, ik was nog maar een paar jaar bezig met vliegvissen, las ik in een boek van Van Onck & Van Beurden dat het vangen van snoek met een streamer mogelijk was, eigenlijk al heel oud was, zelfs ouder dat de meeste denken. Dat sprak me wel aan en ging op zoek naar bindpatronen want dat wilde ik meemaken. Ik vond streamers, maar het waren destijds maar enkele, standaardpatronen die gebaseerd waren op patronen die voor het vissen op forel waren en al heel oud. Ook nog erg klein van formaat.

Na veel zoeken vond ik er een die voldeed volgens mijn gevoel. Hij leek op het type hier op de foto, een model waar sommigen misschien hun neus ophalen, maar wel een die het nog steeds doet. De eerste streamers die ik bond leken hier op, alleen was die gebonden met allen maar gele hackles.

 

 

Omstreeks 1972 visten we nog met holglas hengels. Die van mij had ik van een Fanwick blank gemaakt waarmee een 8 # lijn gevist kon worden. Nadat er een stuk van de top was afgezaagd en de onderkant verlengd te hebben kon ik er de genoemde lijn mee vissen. De kennis waarmee je kon vissen en van het veranderen van de blank leerden we op de Casting Club, daar werd je wel bijgepraat. Destijds was de keuze van blanks lang niet zo uitgebreid als nu, dus moest er veel geïmproviseerd worden. Om een hengel aan te schaffen uit een winkel was een illusie, want zoveel geld hadden we niet.
Wat materieel betreft was ik wel zover om mijn eerste snoek te gaan vangen, een ander probleem was waar? Realiseer je dat er nauwelijks of geen informaties waren over stekken. Degene die wat wisten hielden dat voor hen zelf, bang dat alles werd weggevangen? Wat dat betreft is er niet zo veel veranderd, want nu nog hoef je er niet op te rekenen dat er met die informaties gestrooid wordt. Geen informaties over stekken dus. Dat is nu anders want je kunt dat thans wel lezen in bladen en op sites van hengelsportverenigingen.
Destijds viste ik overwegend op voorn in de buurt van Hekendorp en in Oukoop, dat is water van een visvereniging. In Oukoop is een molenwetering die in verbinding staad met een grote plas die gepacht was door de Goudse verzekering en waar grote voorns zaten. De molen op de dijk heeft eeuwen lang voor de waterafvoer gezorgd van de polder waar de wetering op uit kwam. Het meeste land behoorde bij de Wiltenburg dat is aan de andere zijde van de weg gelegen. Het ligt aan de oostelijke zijde van de Reeuwijkse en Sluipwijkse Plassen en bevindt zich de afgelegen buurtschap Oukoop.


Over Wiltenburg is veel geschreven, maar de oorsprong van het huis bleef duister. Het bezit zou afkomstig zijn van het adellijk huis Van Montfoort dat zal omstreeks 1250 geweest zijn. De Wiltenburg bezat uitgebreide heerlijke rechten en voorrechten. Zo had het een eigen gevangenis en een galg, een huis met  vrijstelling van alle lasten en accijnzen, zowel beschreven als onbeschreven. De hofstede heeft vele invloedrijke eigenaars gehad.

In 1818 liet de toenmalige eigenaar het oude huis Wiltenburg afbreken en de boerderij vergroten en verbouwen. Het curieuze toegangshek bleef echter gespaard. Omstreeks 1800 had de nieuwe nog een proces tegen de staat verloren omdat hij geen belasting wilde betalen.
Bij een genealogisch onderzoek ontdekte ik dat een van mijn voorvaderen, ene Willem Pietersz Alphenaar, in 1696 getrouwd was met Margje Banraad, en ja wel…op de Wiltenburg in Sluipwijk woonde. Lang geleden, okay, maar ik kon dat misschien gebruiken om op de Wiltenburg binnen te komen.
Ik had gehoord dat Sluipwijkers heel moeilijk mensen waren die het niet zo hadden op stedelingen en vreemde mensen die ze niet kennen. Een collega visser, die ik in de polder had getroffen, had me verteld me dat hij in het water van de Wiltenburg niet mocht vissen en hem de toegang was ontzegd.
Ik wilde er graag vissen want een topografische kaart laat zien dat er in het land, achter het bedrijf, schitterende weteringen liggen daar, ze komen uit op de Reeuwijkse plassen. Daar moest wel vis zitten. Maar hoe kreeg ik het voor elkaar om daar te gaan vissen?
Op een dag in oktober reed ik op mijn Puch (met een hoog stuur), richting Oukoop, naar de Wiltenburg. Daar aangekomen reed ik onder de imposante toegangspoort door het erf op.

 Lang hoefde ik niet te wachten want gelijk kwam de boer naar buiten om te zien wie het gewaagd had het erf op te rijden. Op afstand was aan zijn gezicht al af te lezen hoe mijn vraag ontvangen zou worden.
‘Goede morgen meneer. Ik wil u vragen of ik misschien in uw water mag vissen’, en wees naar het water.

De boer keek me verwonderd aan alsof ik hem om veel geld vroeg.
‘Nee, geen denken aan’, was het antwoord. ’Dat gebeurt niet!’
Dat was het moment om een tegenactie in te zetten.
Heel brutaal zei ik: ‘Met welk recht zegt u eigenlijk nee? Een van mijn voorvaderen woonde hier al toen het bedrijf nog niet van u was’. Ik blufte niet, maar het sloeg natuurlijk nergens op. Het was dan ook gewoon een gok. De boer had zich omgedraaid en liep al terug naar de boerderij toen ik hem dat zei. Hij bleef aan de grond genageld staan en draaide zich om.
‘Dat zal wel’, zei hij. Maar ik had intussen het document uit mijn zak gehaald waar het op stond.
‘Ik kan dat aantonen’, zei ik. Dat had zijn belangstelling gewekt.
‘O ja, dat wil ik dan wel eens zien’, zei hij.
Ik schoof het document onder zijn neus, hij nam het over en begon te lezen.
‘Loop eens even mee’, was zijn antwoord. En hij opende de deur van het woonhuis en wees om daar binnen te gaan, Dat was wat!
Veel meer dan ik had verwacht, want voordat je bij een boer naar binnen mocht was je er minstens een jaar geweest.
‘Ga even zitten’, zei hij. ‘Inderdaad, het klopt. Dat is lang geleden, nog voordat mijn voorvaderen het bedrijf in 1810 hadden, Hoe kom je aan dat document?’
Ik vertelde dat ik bij het zoeken naar mijn stamboom de gegevens had gevonden. ‘Interessant zei hij. Ik wist dat de Wiltenburg heel oud is, dat het kasteel gesloopt was  en dat er een boerderij gebouwd was, ongeveer op de plaats waar het eens stond?
‘In de oorlog hebben hier Joden ondergedoken gezeten die veel hebben veel uitgezocht. Ik zal je wat laten zien’. Ging hij verder.
Een kast ging open en hij pakte een oud boek om me dat te laten zien. Het koste vistijd maar het leek erop dat ik mijn zin kreeg. Na een anderhalf uur praten vroeg ik weer; ‘Hoe zit het nu met dat vissen?’
Hij keek me aan en zei: ‘Ga jij maar vissen, geef maar wat voor de spaarpot van kinderen als tegenprestatie’.
‘Goed zei ik’, dan ga ik het maar proberen en liep naar buiten.

Enkele ogenblikken later daalde mijn gele streamer in de brede uitloper van de wetering die achter de boerderijen lag en viste hem binnen, maar niet lang. Meteen volgde er een aanbeet. Na de dril lande ik mijn eerst gevangen snoek, die 85 cm lang was.
Je kent vast het citaat wel dat aan de andere kant van de berg het gras groener is? Het bleef bij die ene snoek ook het vissen, ook op latere visdagen. Ook het viisen op ruisvorn viel tegen. Het bleek namelijk dat voor de toegangswetering, die op de plas uitkwam, een groot wand stond van een beroepsvisser. Daar viste hij mee op paling, maar het hield tevens in dat er ook geen visje meer door kwam. Zo zie je maar dat het niet altijd goud is wat blinkt. Ook weer een citaat, maar het is wel waar.
Hoe het de Witenburg is vergaan? De zoon van de boer heeft het bedrijf overgenomen van zijn vader, maar door de sternge regelgeving in Zuid Holland is hij naar Groningen verhuist.
Ik heb later nog wel eens de Wiltenburgh bezocht, maar het is er verlaten en saai. Het laatste bericht dat ik er over heb gelezen is dat het gebied gaat veranderen door een herindeling. Of dat een verbetering zal zijn? Dat zal nog moeten blijken.

Wind uit het noorden?

Veertig jaar gelden hield ik een dagboek bij waarin ik de visresultaten noteerden en…de weersomstandigheden. Ik heb dat dagboek bewaard en lees er zo nu en dan in. Het geeft inzicht vooral over de weersomstandigheden.
Laatst las ik op Facebook een bericht over slechte vangsten in eind mei. Het bleek dat nu net in die week dagen lang de wind uit het noorden kwam, hoge wind zei mijn buurman altijd. Vaak schitterend weer, een blauwe hemel en soms een wolkje ideaal om er op uit te trekken. Op dat bericht op FB heb ik gereageerd met een heel oud spreekwoord dat vroeger veelvuldig door hengelaars werd gebezigd. Het luidt als volgt:

Staat de wind oost of noord
Dan Is de vis verstoort
Staat hij zuid of west
De vis bijt best.

Ik heb dat dagboek er eens bijgehaald en wat bleek.. het klopt als een bus. Velen met mij schijnen de zelfde ervaring te hebben, want ik kreeg bijval toen ik dat gedichtje op FB zette. Ik trek er ook liever op uit met dat weer dat we met Pinksteren hadden, maar als het weerbericht de boze boodschap brengt over de windrichting, blijf ik toch maar thuis; als je wat wilt vangen te minste. Overigens blijkt die spreuk niet alleen op te gaan bij het vissen in eigen land, ook bij het vissen op forel en andere vissoorten komt het vaak uit, helaas

Gedragsethiek bij en voor het vliegvissen

Een bijdrage als dit heb ik weleens vaker geschreven. Het is belerend en zou eigenlijk niet nodig moeten zijn. Door zo’n verhaal bestaat de kans dat ik veroordeeld wordt. Weer eens een stempel opgedrukt krijg van die jongen die het allemaal zo goed weet, maar dat is niet de bedoeling.

Grote vissen…waar en waarmee?

Vliegvissers vangen graag grote vissen en als het kan, meer dan één. Om die te vangen vraagt niet alleen om de nodige vaardigheid, je moet ook weten waarmee je ze kunt vangen en waar. Voorop gesteld dat grote salmoniden in een rivier of beek voorkomen, zijn dat de factoren die een rol spelen.

 

Born to be wild

Bruine, wilde forellen waar komen ze nog voor? In de Benelux niet of nauwelijks en binnen Europa worden ze ook een zeldzaamheid, maar er is hoop! Steeds meer beheerders van uitgelezen visparcours opteren om geen gekweekte forellen meer uit te zetten en gaan voor een ‘wild trout policy’.

  

Fantasie vliegen?

Het was Cor van Beurden die zo nu en dan het vliegbinden demonstreerde aan de beginnelingen op clubavonden van de Haagse Casting club. Dan heb ik over 1965, er was toen praktisch geen instructief materiaal. Die demonstraties werden gehouden in een of ander zaaltje van een café.

Van Beurden had een hengelsportzaak in de Haagse Molenstraat en was een vervent liefhebber van het vliegvissen. Samen met A. van Onck maakte hij veel boeken onder andere ‘Vliegen die vangen’. Dit was in die tijd een bijzonderheid, want Nederlandstalige lectuur over dat thema was er nauwelijks. De boeken die waren, kwamen uit Engeland en Amerika.

 

Vliegvismogelijkheid in Lapland

Net als andere bestuurders van vliegvisverenigingen kreeg ik, als voorzitter van vliegvissersvereniging ‘Kunst en Vliegwerk’, in Vlaardingen, begin maart 2009 een mail van Frans en Paula Creugers. Het verzoek was om een banner van zijn website op onze website van de club te zetten. Als tegenprestatie krijgen leden van onze vereniging €25,- korting op een visarrangement dat Frans en Paula in Lapland aanbieden. Dat was mijn eerste contact met Frans.

 

Vliegvissen op zeeforel

foto 1.jpgHoe het allemaal begon

Het vliegvissen op zoutwater begon ergens begin 50-er jaren. Slechts een handjevol vliegvissers probeerden regelmatig de vis aan de schubben te komen, echter met een armetierig resultaat o.a. door het gebrek aan goed materiaal.

 

Vissen bij boer Popeye(waar gebeurd verhaal)

Als je vaak bij dezelfde boeren gaat vissen maak je van alles mee en wordt je ook deelgenoot van alle nieuwtjes die de ronde gaan. Goed nieuws, maar ook de roddels worden je graag verteld. Soms is het verbazend dat het nieuws zich zo snel verspreid in een gemeenschap waar de woningen ver uit elkaar staan zoals de boerenbedrijven. Oud nieuws achterhaalt je zelfs.