Bruine Forel Born to be wild

 

Bruine, wilde forellen waar komen ze nog voor? In de Benelux niet of nauwelijks en binnen Europa worden ze ook een zeldzaamheid, maar er is hoop! Steeds meer beheerders van uitgelezen visparcours opteren om geen gekweekte forellen meer uit te zetten en gaan voor een ‘wild trout policy’.

 

Is een bruine forel niet de mooiste van de klas? Zijn uitstraling kent geen weerga, met een variatie in het vlekkenpatroon genetisch bepaalt volgens de streek of het water waar ze voorkomen. Een groot gevaar is de kweek van bruine forellen en de meeste vliegvissers zijn zich daar niet van bewust.

 

De mooiste forel

De in 1997 opgestarte Wild Trout Trust heeft als hoofddoel de inheemse bruine forel (Salmo trutta) te beschermen en terug te brengen in, voorlopig, alle Engelse en Ierse rivieren en meren zoals decennia geleden. Wetenschappers zijn er van overtuigd dat het uizetten van gekweekte, bruine forellen in natuurlijke wateren de inheemse soorten doen verdwijnen en zo het evenwicht in de rivieren totaal ontredderd.

 

Hoewel ik wist van het probleem, gaf mijn geplande visvakantie naar Engeland mij een heel andere kijk op de wilde bruine forel. Dit jaar zou de Peak District het doel worden. Jaren terug had ik er het huis van Izaak Walton bezocht en de rivier de Dove bevist. Toen stond al vast om terug te gaan want hier lag potentieel viswater. Door de Haddon Estate (een domein van 3.500 ha groot) loopt over 11 km de Derbyshire Wye, en haar bijrivieren.

De Derbyshire Wye stroomt door het Peak District nationaal park op zijn mooist!

Een tiental jaren geleden merkten de beheerders op dat de uitgezette forellen (al kwamen ze uit hun eigen viskwekerij naast de rivier) veel schade toebrachten aan de wilde, in de rivier geboren, forellen.

 

De ‘stockies’ probeerden zich te mengen onder de wilde forellen met als resultaat dat de wilde forellen zoveel stress kregen dat ze vermagerden, ziek werden en ten slotte stierven. De uitgezette forellen konden het ook maar enkele maanden uithouden want doordat ze niet in de rivier geboren waren hadden ze ook niet de ecologische sterkte om ’s winters te overleven!

 

De beheerder had er genoeg van en met steun van de ‘wildtrout’ organisatie en de game keepers van het domein gooide hij het over een totaal andere boeg. Op de benedenloop van de Lathkill (zijrivier van de Wye) begon men met een project met name geen stockies meer uitzetten, maar de natuur zijn gang te laten gaan.

 

Het resultaat was spectaculair! Waar vroeger op een beperkt riviergedeelte slechts twee tot drie stockies vertoefden vond men nu bijna dertig wilde forellen! Het sein om de viskwekerij te sluiten en volledig over te gaan op een ‘wild trout policy’.

 

Een moeilijke keuze want om de knop om te draaien en tegen de commerciële en sociale vliegvisdruk in te gaan is geen sinecure. In het Engelse Derbyshire district, met name in de rivier de Wye, worden al zeven jaar geen forellen of vlagzalmen meer uitgezet. Het resultaat is spectaculair.

 

De topwateren in, o.a., Oostenrijk, Slovenië, Kroatië en Duitsland krijgen heel wat hengeldruk te verwerken. De tijd dat je een dagje alleen langs de Traun, Soca of Kyll liep ligt ver achter ons.

 

Gezien de hengeldruk grijpen de meeste beheerders naar de gemakkelijkste manier om hun water visrijk en hun klanten tevreden te houden want er moet vis gevangen worden; pootforellen. Daar hangt een prijskaartje aan, maar is er een alternatief?

 

Federatie Vlaamse Vliegvissers

Veel en grote vissen vangen willen we allemaal, maar de manier waarop en de kwaliteit van de vissen begint meer en meer te primeren. Ronny Leyzen, voorzitter van de Federatie Vlaamse Vliegvissers heeft een ludieke benaming voor uitgezette forellen ‘operetteforellen’ of m.a.w. een lading vers uitgezette forellen ten behoeve van de klanten.

wimafoto3

Keihard Vis Beleid

Zo’n ommezwaai betekent een keihard beleid en natuurlijk de vereiste elementen (o.a. biotoop) om zo iets waar te kunnen maken. Er mag geen of nauwelijks vervuiling zijn van landbouw en industrie. De oevervegetatie en de ‘loop’ van de rivier moet zo natuurlijk mogelijk zijn. Hiervoor moet je kunnen afspraken maken met de eventuele mede oevereigenaars, bedrijven en moet je de toelating krijgen om de rivierbeddingen (waar nodig) te veranderen, meanders aan te leggen, kortom drastisch ingrijpen waar het moet.

 

Langs de Wye en zijn bijrivieren is nauwelijks of geen landbouw en industrie en de rivier werd teruggebracht naar zijn oorspronkelijke staat. Het minste zwerfvuil wordt verwijderd en vissen is enkel toegelaten in ‘no kill’ en ‘barbless dry fly only’ of in mensentaal geen vis mag meegenomen worden en enkel met de droge vlieg (weerhaakloos) mag je aan de slag.

 

Criticasters schreeuwen het nu al van de daken “De Engelsen met hun traditie, wij willen vis vangen, dit is niet meer van deze tijd”. Verkeerd, want alles heeft een oorsprong en reden, en is dat een traditie dan heeft dit alles te maken met behoud van de ecologische balans tussen rivier, vis en de beleving van onze sport. Er moet een bewustwording tussen de vliegvissers ontstaan dat het op onze rivieren op deze manier de verkeerde richting uitgaat.

 

Gietijzeren regel

Hoe ontstond de ‘gietijzeren’ regel van ‘dry fly only’? Waarom, en wie voerde die in? Als klein jongentje ging James Ogden anno 1830-1835 vaak met zijn vader mee vissen op de Derbyshire Wye. Iedereen viste toen (vooral in de meivliegtijd) met levende insecten op de haak geprikt en het viel hem al vlug op dat de meeste aanbeten gebeurden op het moment dat de insecten op het water dreven en minder als ze verzopen of gezonken waren!

 

Dat zette hem tot nadenken en tot pogingen om met een fazantenveer en een strohalm zijn eerste kunstvlieg te strikken. Na menig ‘probeersel’ introduceerde James zijn droge vliegen aan de ‘wereld’ op bijeenkomsten en verkocht ze, rond 1850, in zijn opgestarte hengelsportzaak in Cheltenham. Een gigantisch succes en in oktober 1864 keerde hij terug naar Rowsley om vlagzalm te vangen aan de droge vlieg op zijn ‘jeugdrivier’ de Wye.

 

Hij scoorde zoals nooit tevoren en de opzichter van de Duke of Rutland (eigenaar van het Haddon landgoed) vroeg James naar een alternatief ter vervanging van een echte meivlieg. Teveel grote bruine forellen en vlagzalmen werden jaarlijks ‘weggestroopt’ met de natuurlijke vliegen en men wou dit een halt toeroepen! Een jaar later was het zo ver, 5 juni 1865 zou een historische datum worden.

 

James stapte (waden was toen verboden, maar voor dit experiment kreeg James éénmalig de toelating te waden) de Wye in met zijn imitatie meivlieg aan de leaderpunt gebonden. Zo wat het halve dorp stond honend James aan te gapen van op de brug. In een mum van tijd ving hij enkele kanjers van forellen waaronder een 9 ponder. Tijdens de dril van die legendarische vis ging James kopje onder, gelukkig kon de opzichter de vis in het landingsnet krijgen en stond de joelende menigte als aan de grond genageld. Iemand riep: “Was hij niet kopje ondergegaan, had hij iedere vis in de rivier gevangen”.

wimafoto2 

Een dag later, dinsdag 6 juni 1865, werd de ‘dry fly artificial’ regel meteen ingevoerd op de Haddon landgoedrivieren en was een mijlpaal in de Engelse vliegvisserij geboren. Velen waren overtuigd dat de vissen een ‘tot-rust-periode’ moesten hebben en die kregen ze dank zij deze methode. Geen natte vliegen of nimfen meer, de rest is historie…

 

Wilde exoten

Eind de 19de eeuw brachten de Engelsen regenboogforellen uit Amerika naar hun eiland.

 

Haddon Estate deed in 1890 mee aan de nieuwe ‘rage’ en introduceerde wilde regenbogen op de Wye in een afgesloten stuk rivier. De forellen kwamen uit het Noordwesten van Mount Shasta waar forellenbroed uit de Mccloud rivier werd opgekweekt. Het waren regenbogen met de Latijnse benaming Salmo irideus. De nieuwe bewoners konden zich aan de nieuwe omstandigheden rustig aanpassen en geslachtsrijp worden.

 

Toen gebeurde er iets wonderlijks…Een heuse overstroming (in 1894) zorgde er voor dat de forellen over de gehele rivier uitzwermden en wat niemand voor mogelijk hield gebeurde. De Amerikaanse forellen vonden er exact dezelfde leefomstandigheden als in de VS en paaiden er in de lente!

  

 

wimafoto4

 

Dat gebeurt, nu meer dan 100 jaar later, nog steeds en de Derbyshire Wye is één van de weinige plaatsen binnen Europa waar wilde regenbogen voorkomen. Deze ‘exoot’ is naar Engelse normen (waarom kan dit bij ons niet?) inheems geworden en heeft zelfs de naam ‘white tip rainbow’ als roepnaam meegekregen.

 

De uiteinden van de borst- en buikvinnen zijn wit, de vetvin heeft een dieprode kleur en op de ogen staan kleine zwarte stippen! De oudere vissen hebben ook gemarmerde flanken wat ze een beetje een uitzicht geven van een uit de kluiten gewassen ‘parr’ of klein zalmpje.

 

Het wordt nog interessanter als je ervaart dat deze forellen zo wat naar alles stijgen wat in hun gezichtsveld komt, zowel tijdens een zonovergoten dag, een koude lentedag of tijdens een regenbui.

 

Nog opmerkelijker is dat deze regenbogen de bruine forellen en vlagzalmen niet verdreven hebben, integendeel. Ecologisten hier te lande kunnen hier best een voorbeeld aan nemen wat betreft hun visie op exoten!

 

Uniek Peak District

In het spoor van Izaak Walton tufte ik in juni richting Peak District met als eindbestemming de Derbyshire Wye tussen Rowsley  en Bakewell. Het Peak District, het op één na oudste nationaal park van Engeland, is gewoon een pareltje. Glooiende, immer groene heuvels bezaaid met eeuwenoude bossen, doorspekt met traditionele cottagedorpjes en enkele gezellige kleine steden.

 

Het parcours van de Derbyshire Wye valt onder toezicht van het ‘Peacock Hotel’ waar je kunt reserveren en je vergunning afhalen. Logeren in het hotel is geen verplichting, maar wel de moeite waard. De kwaliteit van het viswater, een betoverende natuur en de variatie aan vlagzalmen, bruine en regenboogforellen alle maten is uitzonderlijk.

 

Voor het eerst zagen we binnen Europa wilde bruine forellen en regenbogen van 8 pond en zwaarder! Je leest goed vissen van 70 cm en groter. Ik geloofde de verhalen van de ‘gamekeeper’ eerst ook niet. Toen ik echter de donkere schimmen over de rivierbodem zag ‘waaieren’ moest ik wel even in de ogen wrijven, ze zitten er wel degelijk.

 

Vlagzalmen van 50 cm en meer liggen als een blok ‘beton’, nauwelijks bewegend, tegen de bodem, vooral stroomafwaarts de brug van Bakewell.

 wimafoto5 copy.jpg 

Vliegvissen ‘oude-nieuwe aanpak’ is voor de gamekeepers hard labeur, want steeds liggen er nog stropers of onverlaten op de loer om de grote vissen weg te vangen. Een goede samenwerking met de oeverbewoners en overheid werpt zijn vruchten af want de inbreuken zijn tot een minimum herleid. Dit heeft geleid tot de terugkeer van ‘the Golden age of Dry Fly’.

 

Jammer genoeg kennen de meeste hedendaagse vliegvissers dit fenomeen niet, gewoon omdat het op het vaste land nauwelijks of niet bestaat. Gemiddeld is de Wye 10 tot 25 meter  breed, rustig stromend afgewisseld met enkele stroomversnellingen, ideaal om met de droge vlieg te vissen.

 

Een klassieke 9 tot 10 voets hengel voor een 5/6 drijvende lijn is alles wat je nodig hebt. Persoonlijk opteer ik voor een vierdelige G.Loomis Streamdance GLX 10 voet voor een 5 lijn. Een hengel met een uitgesproken progressieve actie waarmee je een ‘aardig’ lijntje kunt gooien, maar toch soepel genoeg is om met een dunne leaderpunt te vissen, met dun bedoel in 0,10 mm!

 

Een onderlijn tussen drie en vier meter met een 0,12 of 0,14 mm leaderpunt, tijdens de meivliegperiode mag het 0,18 mm of zelfs iets meer zijn want dan komen de echte kanjers naar de oppervlakte.

 

De vliegen zijn al even klassiek als het vissen zelf; hertenharen sedges, Olive en Blue dun, Light cahill, Spinners, Klinkhammers en CDC-vliegjes. Toen we er waren was het voor Engelse normen bloedheet (30° C) en de insecten zaten in een dipje. Ook de meivliegperiode was zeer vroeg en dus was eind mei-begin juni verkeerd gegokt, maar dat is vissen.

 

Met kleine CDC’s en smuts konden we toch behoorlijk veel vis vangen. De kanjers konden we niet aan de haak krijgen, zo’n kleine 4 pond was de grootste vis die wij konden vangen. Geen probleem we gaan terug…wimafoto6 copy.jpg

 

Informatie

Wie denkt dat dit een exclusief uitje is zit er naast. Een dagvergunning kost (behalve tijdens de meivliegperiode) £ 35,00 en dat is stukken goedkoper dan vele ‘topwateren’ ergens in Europa. Voor alle inlichtingen kun je terecht bij hotel The Peacock (Jenni & Ian MacKenzie) in Rowsley, Derbyshire DE4 2EB, Engeland.


 

Voor algemene informatie over het nationaal park ‘The Peak district’

In het hart van Engeland ben je in een halve dag rijden. Vanuit Calais naar Dover met P&O Ferries in 75 minuten en dan ongeveer vier uren rijden naar Rowsley. Voor inlichtingen en reservaties: P&O Leopold II dam 13, 8380 Zeebrugge, tel. 070/707771 


 

Tekst en foto’s: Guido Vinck