Lonk het voorjaar al?

Te optimistisch, want als ik uit mijn werkkamer kijk zijn de daken van de carporten aan de overkant krijtwit van de sneeuw en rijp. Er staat een harde wind, windkracht 6 of 7 die uit het oosten komt. Wind uit het oosten, is nu niet bepaald gewenst voor het vissen.

 

 

Er is een oud spreekwoord dat het aangeeft;

Wind noord of oost

Vis verstoort

Wind zuid of west

Vis bijt best

Vissen is er niet zo wie zo niet bij, want de polders en de binnenhavens liggen dicht. Er ligt ijs en er wordt geschaatst. Dat is erg vroeg dit jaar en het doorkruist mijn plannen, want ik wilde nog een aantal dagen gaan snoeken.

Een paar maal ben ik al geweest en een aantal van mijn stekken afgevist. Tot mijn verbazing bleek dat daar na de laatste winter van vorig jaar nog snoeken zaten. Maar het was toch niet best ondanks de vangst van een snoek van ruim 87 cm.

 

 

Na die vorst periode van het vorig jaar ben ik in januari toen het ijs verdwenen was maar niet gaan kijken of er vissterfte was. Jaren gelden deed ik dat weleens en reed dan een rondje in de Krimpenerwaard.

 

Ik weet niet precies welk jaar dat was, maar ik zag eens honderden grote voorns dood liggen en ook de nodige snoeken. Van het aanblik werd ik nu niet bepaald vrolijk en op de terugweg naar huis had ik aardig de pest in, vanwege de machteloosheid, maar wat kon ik doen?

 

Bij het maken van een wandeling van gisteren deed, dwaalde mijn gedachte af naar een begin van een winter van veertig jaar geleden. Dat was de tijd dat ik nog met mijn oude Puch naar de visstekken reed zoals in Hoogmaden, om daar te gaan snoeken in de Does. Bij Been, de beroepsvisser, haalde ik dan een vergunning en huurde een boot.

 

Toen ik daar op een zaterdag naar toe ging was het beren koud en nadat Leiderdorp gepasseerd was begon het ook nog eens te sneeuwen. Je kon geen hand voor ogen zien en op de weg naar Hoogmaden zag ik plotseling een paar levendaasvissers midden op de weg op doemen met de fiets aan de hand. Gelukkig kon ik op tijd stoppen.

 

Destijds zat ik er niet mee als het heel koud was, ik ging gewoon. Dat is nu wel anders. Gezien mijn leeftijd ben ik voorzichtiger geworden en verander langzamerhand in een mooi-weer-visser, ten slotte ben ik ook nog eens hartpatiënt dus het blijft altijd oppassen.

 

Bovendien, als het ook nog eens erg koud is sta je toch niet lekker te vissen. Een paar jaar terug ben ik met Gerrit naar het Oostvoornse meer geweest het was 0 graden. Het was gezellig met Gerrit, dat is het altijd wel, maar de vangsten waren wel knudde.

 

Nu zit ik vliegen te binden, wat nieuws te bedenken en met enig heimwee denk ik aan het voorjaar dat ik ergens stond te vissen in een of andere beek. Ik denk dat ander zo’n herinnering ook wel zullen hebben onder het binden.

 

forel visser

 

Een herinnering achter de vice aan het vissen in Duitsland of Oostenrijk. Voorlopig zal ik nog moeten wachten op dat voorjaar en me bepreken tot het binden achter de vice en bedenken van emergers en andere kunstvliegen die het moeten gaan doen.

 

nimf