Landingsnet of niet?

Stel je het volgende voor; je vist op de Ronde Bleek en krijgt er een grote forel aan, een van 85 cm. Nu blijkt dat je geen schepnet bij de hand hebt. Die ligt niet op het vlot of op de steiger. De kans op verspelen is niet ondenkbaar, maar… je vangt hem. Je moet de vis uit drillen totdat je hem bij het vlot kan brengen.

 

 

 

Je onthaakt de vis in het water die dan weg zwemt. De kans is groot dat die vis het niet haalt omdat de dril zoveel van zijn krachten heeft gevergd heeft dat hij totaal op is.

 

Het volgende voorbeeld. Je vist in een rivier en vangt een knoeper van een bruine forel, een zoals op de foto die gevangen is door Fred de Vries.

 

 

 


 


 

Zo’n vangst is niet onwaarschijnlijk want in landen zoals Oostenrijk, Kroatië en Noorwegen is het mogelijk zo’n vis te haken. Je bent dan heel blij als je een schepnet bij je hebt want anders moet je alle zijlen bijzetten om de vis te landen. Je wilt natuurlijk toch wel met die vis op de foto, want het zou de vangst van je leven kunnen zijn. Zo’n knoeper vang je elke dag.

 

 

 

Met de vangst van een grote vlagzalm is het al niet anders. Ook dan is het heel fijn een net bij je te hebben.

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zo zijn er nog wel een aantal voorbeelden aanvoeren waaruit blijkt hoe handig het is om een landingsnet bij de hand te hebben. Toch zie ik steeds weer dat vliegvissers, die menen weidelijk te vissen, zonder schepnet op stap gaan. Ik snap daar niets van, we zouden toch weidelijk gaan vissen?

 

Daar zijn wij vliegvissers toch zo trots op? Of moet het dan toch ten koste gaan van vis?

 

 

 

Typische dril van verschillende vissen

 

Regenboog forellen verzetten zich hevig als ze gehaakt zijn. Ze gaan er gelijk vandoor en hebben de gewoonte een - of meer malen kop schuddend het water uit te spitsen om de vlieg kwijt te raken. Het verhaal gaat dat wilde regenboogforel harder vecht dan gekweekte, maar als een vis een aantal maanden in de rivier zwemt, is hij verwilderd en knokt hij net zo hard als een vis die groot is geworden in dat water. De dril van een regenboogforel kost veel kracht en als hij is terug gezet heeft hij tijd nodig te herstellen van het avontuur.

 

Slecht eenmaal heb ik in de Vöckla beleefd dat een grote regenboog forel tussen twee stenen ging liggen en zich niet meer verroerde, nadat ik hem gehaakt had. Ik moest wel naar hem toe lopen want ik had geen keus. Toen ik vlak bij hem was zwom hij als gestoken weg, leaderbreuk was het gevolg.

 

Een beekforel vertrouwd op zijn kracht en slimheid. Die komt niet zo gauw het water uit springen. Hij zoek liever obstakels op om daar omheen te zwemmen zodat jij daar met de leader aan vast komt te zitten en hij zich los kan trekken. Maar ook hij heeft tijd nodig te herstellen van zijn avontuur omdat het hem veel kracht heeft gekost.

 

Vlagzalmen zijn geweldige vechtersbazen aan een lichte vliegenhengel. Ook zij hebben spring neigingen. De dril van zo’n vis doet vermoeden dat het heel sterke vis is. Eenmaal gevangen moet je hem vast houden als je hem terugzet, want hij is niet in staat gelijk weg te zwemmen.

 

Als je nu een dril van een vangst kan verkorten door de vis met een landingsnet te scheppen, doe je dat toch? Een vis beet pakken in een nat landingsnet is ook sterk aan net raden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tot nu toe heb ik het alleen maar gehad over het vissen op de rivier of reservoir, maar met snoeken is het al niet anders. Je kunt hem pakken met de kielgreep, geen punt; hoor ik bijna zeggen. Maar ik maak me sterk dat het voor het beest veel beter is als die geschept wordt.

 

Als hij in het net ligt kan je hem met het natte net beet houden, veel beter voor de slijmlaag op de huid van het beest. Aangenomen wordt dat snoek sterke vissen zijn, maar dat valt behoorlijk tegen. We beschikten eens over 23 km polderwater dat we gehuurd hadden. Er waren weteringen bij waar de snoeken bijna naast elkaar lagen. Dat wilde wij visser wel, maar liever zagen we dat ze verdeeld lagen in water waar we ook konden vissen. Dus we deden we, in onze onwetendheid;  we namen een groot leefnet en deden daar gevangen snoeken in met de bedoeling die ergens anders uit te zetten. Na de vangst waren de snoeken daar niet tegen bestand. Het was een grote misvatting want na een uur was er een aantal morsdood, het bleek een grote misvatting te zijn. Wisten wij veel. Het werkte niet en hadden daar heel veel spijt van. Hieruit konden vaststellen dat snoeken wel strijd levert aan de hengel maar veel minder strek zijn dan wij dachten.

 

De kans is groot dat dit verhaal achteloos en schouderophalend wordt gelezen wordt en geen navolging krijgt. Maak je niet ongerust ik zal blijven beweren dat vliegvissers weidelijk vissen, ook al weet ik beter. Het is echter veel beter om inderdaad weidelijk te vissen, zuinig te zijn op vis en een landingsnet te gebruiken als je gaat vliegvissen.