snoekSnoeken

Als in september het loof aan de bomen en struiken gaat verkleuren dient de herfst zich aan.  Overdag is de temperatuur nog prima, maar ‘s nachts  koelt het sterk af.

 

Begroeiingen in het water, waar snoeken graag onder en tussen liggen, verdwijnen langzaam. Ze liggen daar, en grijpen een niets vermoedende prooi vanuit een hinderlaag.

 

Die dekking van planten, plakken wier en kroos kan ik eigenlijk niet gebruiken. Ze maken niet alleen het spinnen op snoek onmogelijk, ook hinderlijk voor het vissen met sommige streamers zijn ze lastig.

 

Begin oktober is het zover. Mijn spullen zijn in orde gemaakt en ga ik er op uit. In het gebied waar ik vis zijn een aantal stekken die ik afwerk. De ene week die en de andere week de volgende.

 

Er is één bij waar succes bijna verzekerd is, daar vang ik doorgaans zeven en als het tegen zit tenminste twee snoeken. Het is onvoorspelbaar hoe groot ze zijn, soms zijn het er twee van tachtig en aantal kleinere. De keer daarop kleinere. Al heel lang vis daar. Minstens vijfendertig jaar geleden had ik die plek al ontdekt. Door het pachten van ander viswater heb ik er een lange tijd niet gevist, maar dat andere water behoort intussen tot het verleden. Intussen heb ik op de ‘nieuwe’ stek al weer een aantal malen gevist.

 

Ik kom het erf van het bedrijf op rijden, waar het water achter in het land ligt, en tref de boer die het bedrijf aan zijn zoon heeft overgedaan. ‘Zo, kom je in schoon water vissen?’ Vraagt hij me.

 

Ik snap er niets van en hij moet grinniken om mijn verbaasde blik.

 

‘Ze baggeren de wetering,’ licht hij toe, als hij ziet dat het kwartje niet is gevallen. Daar wordt ik niet vrolijk van, want het betekende dat het water verstoord is en de snoeken verdwenen zijn! Het vissen kan ik dus wel vergeten, maar ik besluit om toch te gaan kijken wat ze aan het doen zijn. Aangekomen bij de middenwetering zie ik dat er in het land een grote bak is gemaakt van aardewallen, daarin wordt de bagger ingespoten.

 

Verderop bij de kruising van twee grote weteringen, zijn ze met een boot bezig om bagger op te zuigen, die ze in een flexibele pijp  persen, waarvan het uiteinde in de bak uitkomt.

 

Er lopen twee mannen op de kant en met één maak ik een praatje, hij komt me bekend voor. Het blijkt dat hij een ongeveer zes kilometer verder een bedrijf heeft. Ik weet dat daar ook een mooie wetering is. Nadat ik hem vraag om daar eens te mogen vissen neem ik afscheid van hem om naar de volgende stek te gaan. Hier kan ik het dit jaar wel vergeten.

 

de polder

Eigenlijk had ik goed moeten nadenken, en nagaan wat er gebeurd zou zijn met die snoeken die in het gebaggerde stuk hadden gelegen. Nu, een jaar later, besluit ik om het toch maar eens naast  mijn oude stek te gaan proberen, bij de boer waarvan het land aan ‘mijn’ stek grenst. In dat land bevindt zich de mooie wijde kruising, je ziet hem liggen als op ‘mijn’ stek staat.

 

Daar heb ik zeker in geen jaren meer gevist en ik vraag me af of de boer nog leeft van wie dat water is. Ik heb hem in geen jaren meer gezien. Nadat ik mijn auto op het erf geparkeerd heb, gaat de deur van de schuur open ze zie de boer. Hij is ouder geworden maar lijkt dezelfde van destijds. De begroeting is hartelijk,  nadat ik hem vertelde wie ik was en dat ik altijd in zijn water had gevist. Hij kan  het zich herinneren en vertelde dat hij het bedrijf aan zijn zoon had overgedaan.

 

Na het praatje besluit ik te gaan vissen. Aangezien ik een nieuwe streamerhengel heb gekocht, wil  ik die wel eens proberen, dus loop ik naar de kruising. Nadat ik circa zes worpen nabij het bruggetje heb gemaakt, schuif ik op met de bedoeling om het even voor de kruising te proberen. De streamer heeft nauwelijks het water geraakt, of een kolk geeft een aanbeet aan.

 

Even later kan  er een de snoek van 70 cm worden geland die weer wordt terug gezet. Nog even maak ik een paar worpen op dezelfde plek, maar daarna schuif ik twee meter op. Opnieuw serveer ik de streamer, die langzaam afzinkt. Niet voor lang, want meteen volgt er een weer een aanbeet en een tweede snoek voelt even later het nog natte landingsnet. Dat gaat vlot.

 

Inmiddels sta ik op de kop van de wetering en serveer opnieuw mijn streamer, zo ver mogelijk in het midden van de kruising. Nadat ik een paar strippen heb gemaakt, volgt er een kolk en hangt  een derde snoek, die tachtig centimeter blijkt te zijn. In een tijdsbestek van nog geen een uur heb  ik er dus al drie!

 

Ik moet  in mijn geheugen graven om dag te herinneren dat het net zo snel ging. Nog na genietend van het succes, krijg ik weer een tik op de streamer, maar dit keer schiet de snoek los. Ik was gewoon iets te gretig met het zetten van de haak. De wind is inmiddels behoorlijk aangewakkerd, helaas. Het werpen is daardoor lastig geworden. Daarom besluit ik terug te gaan naar het bedrijf, om de spinhengel uit de auto te halen en daarmee de andere zijde van de wetering af te gaan vissen. Meestel vis ik een halve dag met een streamer, omdat het voor mij fysiek lastig geworden is om een hele dag met een streamerhengel te vissen. Wind maakt het extra lastig.

 

snoek met reel

 

Bindpatroon van de streamer waar ik mee viste.

 

ADO

ADO streamer.jpg

 

 

 

Materiaal

Haak                           : Gamakatzu  LS-5013F nummer 6/0

Binddraad                  : Dynema, zwart G.S.P. 100

Staart                          : Stukken geel zonkerstrip

Body                          : Toeven groen haar van een poolvos staart en geel bucktail.

Met wat groen glimmer. Proppen van groene chenille.

Fronthackle                : Gele bucktail in dubbingloop van dun koperdraad

 

Bindwijze

Plaats de haak in de vice en zet de binddraad in het midden van de haaksteel op. Fixeer het met lak, of nog beter, met wat secondelijm om het verschuiven van het materiaal tegen te gaan. Breng de binddraad naar de haakbocht en bind de zonkerstrippen in. Bind nu een toef groen haar in van een poolvosstaart.

 

Wikkel, daar waar het haar is ingebonden op de windingen, een prop groene chenille en lak die. Daardoor gaat de volgende toef geel bucktail uitstaan als je dat er tegen aan bindt.

 

Herhaal dat naargelang de haak lang is tot circa 4 mm voor het haakoog. Maak van dun koperdraad een lus en breng met de PK methode gele bucktail in de lus. Draai de lus ineen en bind een kraag van de bucktail. Op den duur gaat het haar van de body  plat liggen, maar staat de kraag uit en de actie en waterverplaatsing. Zet de punt van de lus achter het haakoog vast, maak afbindknopen en lak die af.

 

Wat anders proberen

Omdat de brede wetering, die naar de kruising loopt, ondiep is besluit ik om meteen door te lopen naar de kruising. In de volgende zijwetering die op de kruising uitkomt, begin ik met spinnen. De eerste twintig meter levert niets op.

 

Even voor de kruising aangekomen, werp ik de spinner zo ver mogelijk naar de overkant, met de wind mee, en begin met indraaien. Aan mijn Orvis spinhengel, tenminste al 25 jaar oud voel ik de spinner draaien en de twister op de enkele haak verleidelijk wiebelen. Aan deze hengel hebben al heel wat grote en kleine snoeken gehangen.

 

De spinner heeft misschien een meter afgelegd  als een geweldige bonk van een snoek volgt. Dit kan geen kleine zijn. Als een ‘speer’ gaat de vis er vandoor, meters lijn van de molen afsleurend. De slip giert en de harde wind doet daar nog een schepje boven op.

 

Zo’n strijd heb ik niet verwacht. Als de weerstand voor de snoek te veel wordt gaat de vis als een raket de andere kant uit. Met een ferme sprong komt hij twee maal achter elkaar het water uit.

 

Na verschillende ontsnappingspogingen komt de vis eindelijk naar de kant.  Het landingsnet blijkt te klein te zijn. Met veel moeite pak ik de snoek in zijn nek. De slanke snoek blijkt drie en negentig centimeter lang te zijn; een mooie vis. Wat opvalt is de volle pens, op de foto te zien.

 

Zeker door een vis die hij zonet had buit gemaakt, de schrokkop. Bijgekomen van dit avonduur, vis ik door. Even later vang ik nog twee snoeken en verspeeld er nog twee. Dus daar waren die snoeken gebleven, die onder andere een tijd op mijn stek hadden gewoond. Ze waren gewoon opgejaagd.  Het was een prima visdag. Een die je niet snel vergeet. Er zouden er meer van moeten zijn.