Vissen bij boer Popeye(waar gebeurd verhaal)

Als je vaak bij dezelfde boeren gaat vissen maak je van alles mee en wordt je ook deelgenoot van alle nieuwtjes die de ronde gaan. Goed nieuws, maar ook de roddels worden je graag verteld. Soms is het verbazend dat het nieuws zich zo snel verspreid in een gemeenschap waar de woningen ver uit elkaar staan zoals de boerenbedrijven. Oud nieuws achterhaalt je zelfs.

 

Sinds dat ik niet meer in de polders boven Woerden vis ben ik al weer tien jaar actief in de Krimpenerwaard, met wisselend succes. De Krimpenerwaard is lastig water. Het gebied is heel groot en bijna alle weteringen en vaarten staan met elkaar in verbinding. De vis verspreid zich, dus zijn er niet of nauwelijks voorspellingen te maken waar je moet gaan vissen.

Soms is het snoeken heel goed, maar als de beroepsvisser aan het water heeft gezeten, kan je het op een aantal stekken wel vergeten. Door veel te zoeken en informatie van kennissen heb ik intussen een aardige stekkenkennis opgebouwd.

 

foto 1.BMP

 

Door een tip van René ben ik ook terecht gekomen bij Van den B. die van ons de bijnaam Popeye had gekregen. Hij was zo sterk als een beer en een paar spierballen als …inderdaad als Popeye ze had.

Popeye had enorm veel land waar dan ook fraai viswater aangrensde. Het was geen paradijs, omdat de vangsten vaak sterk wisselden, het was alles of niets. Er waren visdagen dat er maar drie snoeken waren te vangen, maar ook dagen dat je er wel vijf of zes had. De formaten waren ook onvoorspelbaar, een snoek van 95 cm of groter was geen uitzondering. Een week later ving je op dezelfde plekken snoeken van 50 cm, er was geen peil op te trekken.

Vaak viste ik bij Popey maar een halve dag, om dan daarna weer naar de volgende stek te rijden. In het begin vroeg ik steeds of ik mocht vissen en het was altijd goed. Op een gegeven moment was het een vanzelfsprekendheid geworden.

 

 

 

 

snoek 1.jpg

 

Bij de vader van Popeye kocht ik vaak kaas. Hij woonde in een klein huisje dat op de werf bij het boerenbedrijf stond. Popeye zelf woonde in een riante bungalow aan de andere zijde van de weg, tegenover het bedrijf. Pa Popeye nam de honneurs waar als zijn zoon weer eens onderweg was om kaas te verkopen in Leipzig, München of op een beurs ergens in Duitsland. Hij verdiende zich daar grof geld mee. De kaas werd voor het drie dubbele verkocht van wat het hier kost. Boerenhandel noemen ze dat geloof ik.

Als Popeye met zijn VW Combi vertrok, raakte de uitlaat bijna de weg door het gewicht van de kazen. Maar hij kwam wel met een lege auto terug.

Het ging jaren goed, deze zwarte handel, want belasting betalen daar had Popeye nog nooit van gehoord, totdat… je raadt het al. Verraders slapen niet, en de buurman kreeg er lucht van. Die maakte ook kaas, betaalde wel belasting en dus afgunst en jaloezie volop, dat zal duidelijk zijn.

Popeye kreeg op een dag de VIOD op visite en vond dat helemaal niet zo leuk. Hij kon, of wist niet precies op te geven hoeveel hij met die handel had verdiend, dus werd er een schatting gemaakt voor een naheffing. Dit bleek bepaald niet mis te zijn. Na het betalen klaagde hij steen en been. Popey had geen ‘keiharde’ bewijzen dat zijn buurman hem had ‘aangeslingerd’. Hij beweerderde dat, ja wist (bijna) zeker, dat het zo was en de relatie was behoorlijk verstoord. Wat heet, verstoort. Het liefste had hij hem overgoten met ongebluste klak.

Popeye had ook een eigen kijk op het eetpatroon van mensen en wist te vertellen dat de mensen rootzooi aten. Ze moesten geen margarine eten maar echte boter en 80 + kaas, dat was pas gezond, cholesterol? Wat een onzin zeg, vroeger aten de mensen ook immers goede spullen zoals boter, kaas en spek!

Het geld dat pa Popeye voor de kaas kreeg die hij verkocht stak hij in eigen zak. Hij wilde ook wel dat ik kaas bij hem kocht.

Ik mocht dan zelf het stuk afsnijden dat ik wilde hebben en hij deed alsof het afsnijden een gunst was. In stilte hoopte hij dat ik een veel groter stuk zou afsnijden dan nodig was, want dat koste veel meer. Pa Popeye vergiste zich echter. Negen van de tien keer sneed ik een lichter stuk kaas af, of een stuk dat precies het gewicht had. Dat vond hij minder, je kon het aan zijn gezicht zien, maar hij zei daar niets van.

Dat ritueel herhaalde zich met regelmaat. Ging ik op snoek vissen, dan nam ik kaas mee, dus werd ik vertrouwd op dat bedrijf. Toch klaagde Popeye wel eens tegen mijn vrouw dat ik zo maar op zijn land liep en nooit vroeg of het wel mocht. Hij was dan allang weer de afspraak vergeten die we daar over hadden. Boeren willen altijd gevraagd worden als je op hun land wil! Als mijn vrouw wel eens mee ging, maakte hij op haar een zeer nette indruk. Popeye was altijd uiterst correct.

Op een dag was pa Popeye er niet meer. Hij had een beroerte gekregen en het niet overleefd, misschien te vet gegeten? Toen ik dat pas veel later hoorde, had hij allang ‘een tuin op zijn buik’, zoals wij dat weleens oneerbiedig en grof in het Haagse zeggen. De rouwperiode was van korte duur, want het leven gaat verder, net als de kaasverkoop. Er werden immers kapitalen verdiend en dat moest wel doorgaan. Ondanks de duizenden kilometers die ervoor gereden moesten worden. Het te nemen risico voor het rijden van die duizenden kilometers, was door de woekerwinsten al gauw vergeten. Geld maakt immers veel goed?

Ik viste al weer een paar jaar bij Popeye en had het er best naar mijn zin. Er was een jaar dat ik voor de Kerst een bijzondere visdag had. In een tijdsbestek van een paar uur ving ik zeven snoeken en nog een aantal missers. Dus hield ik die stek in ere.

Een zomerseizoen was ik niet meer op het bedrijf van Popeye geweest, toen ik begin oktober de auto de werf van zijn bedrijf opstuurde. Voor het huisje, waar Pa Popeye gewoond had, stond een jonge vrouw en een kerel die ik nog nooit daar had gezien. Hun gezichten waren nu niet bepaald vrolijk. Ik stapte uit en stelde voor me aan de jonge vrouw die de dochter bleek te zijn van Popeye en vertelde dat ik hier altijd viste. Ze leek precies op haar vader. Hetzelfde ronde gezicht, maar dan wel veel minder gespierd.

Het was duidelijk dat er iets gebeurd was, en het duurde even voordat de boodschap kwam.

‘Mijn vader is overleden’, zei ze.

‘Zo’, zei ik geschrokken, ‘Wanneer is dat gebeurd’.

‘Afgelopen donderdag is hij overleden’, zei de dochter.

“Hij ligt opgebaard in het huisje van opa’, en wees naar het kleine huisje.

Dat begreep ik niet, waarom niet in zijn eigen huis, vroeg ik me in stilte af. Ik stelde die vraag maar niet en liet het zoals het was.

‘Het spijt me dat ik u lastig val. Ik vertrek nu, dat lijk me het beste. Veel sterkte gewenst de komende tijd.’ Ik stapte in mijn auto en reed weg. Het bleek maar weer eens dat we allemaal een mens van de dag zijn. Fysieke kracht kan je niet redden van het lot, ook het geld niet.

Daarna heb ik nog een aantal malen in het water van Popey gevist. Het land waar zijn melkkoeien altijd graasden dat hij had gehuurd was weer op een andere boer overgegaan.

De vraag kwam bij mij wel eens op waar Popeye nu eigenlijk aan gestorven was. Dat had nooit iemand verteld. Was dat aan vet eten, zijn eigen kaas, of iets anders?

Het antwoord kreeg ik een half jaar later van een boer toen ik in zijn water wilde gaan vissen. In een praatje waar ik zoals viste kwam het gesprek op Van der B.

‘Weet jij hoe die aan zijn eind ik gekomen’, vroeg de boer aan mij. Ik wist het niet.

‘Ze hebben hem gevonden in Rotterdam voor het raam van een vrouwtje die zich liggend staande probeert te houden. Men vermoedt zelfs dat hij tijdens het maken van een ‘doppie’ het leven liet. Dat hoertje heeft hem buiten gelegd, maar nog wel een ambulance gebeld. Die heeft hem naar het ziekenhuis gebracht, maar toen was hij al overleden.’

‘Dat nieuwtje, dat schandaal is als een lopend vuurtje rondverteld in Berkenwoude en Stolwijk. ‘Dat snap je wel’, zei de boer. Ik knikte en realiseerde me dat dit nieuws mij uiteindelijk ook had bereikt, al was het veel later.