Waar vind je nog grote ruisvoorns?

grote voorn

Dit is de kop van een artikel dat in de laatste aflevering van het V.N.V. blad staat. Er wordt ingegaan op de toestanden in de polders, groei eigenschappen van ruisvoorn, waterkwaliteit en waar je ze kunt vinden, hoewel dat laatste niet uit de verf komt.

 

Wel logisch, anders zou dat water overlopen worden en kunnen ze ook daar niet meer worden gevangen; die voorns van 30 cm en groter, als die daar tenminste te vangen zijn. Het artikel is goed geschreven, daar van afgezien maar ik mis wat essentieels in dat verhaal.

 

Over dat thema heb ik wel eens een gesprek gehad met de voorzitter van de ’s Gravenhaagse Hengelsportvereniging. In het artikel staat dat er niet meer wordt gebaggerd in polders, dat sloten en weteringen steeds ondieper worden. Er staat dat voorns in veel polders niet meer kunnen migreren ook dat is een feit.

 

Dit is een groot nadeel. Veel weteringen worden met dammen afgesloten waarin te kleine pijpen gelegd worden voor de waterafvoer. Rivierkreeften zijn debet aan het verdwijnen van waterplanten waardoor de voorplantingsmogelijkheden van ruisvoorn ernstig gevaar lopen, ook daar is geen speld tussen. Ondank die waarheden blijven er veel vragen voor mij onbeantwoord.

 

Viservaring

Ik vis al circa 30 jaar in de Krimpenerwaard, ook daar vang je geen grote voorns meer, die hebben er wel gezeten. In die polder wordt ook niet meer gebaggerd dat heel goed merkbaar is. Niet meer baggeren is bijzonder slecht. Er zijn in de polder nog wel diepe plekken voor overleving in strenge winters, hoewel ik na een strenge winter van 1978 de gevolgen van vissterfte heb opgenomen en heel veel dode voorns en andere vissen heb gezien.

 

In aansluiting op die strenge winter kwamen er weer mildere, maar de schade is nooit op natuurlijke wijze hersteld. Smalle en brede sloten, weteringen en hoofdwatergangen staan daar met elkaar in verbinding dus vis kan daar dus heel goed migreren.

 

Er zijn in het verleden problemen geweest. Het water in de Krimpenerwaard was op sommige plaatsen een tijd lang slecht, maar dat is heel lang gelden. Er zouden wellicht andere factoren een rol hebben gespeeld en spelen op het verdwijnen van voorn? Aan de plaatselijke beroepsvisser heb ik wel eens de vraag gesteld of hij nog wel eens grote voorns vangt, zijn antwoord was negatief. Je ziet in de Krimpenerwaard heel veel aalscholvers zijn die daar misschien debet aan?

 

In 1984 kreeg ik de gelegenheid om water te huren in de polder Kamerik. Die polder grenst aan die van Wilnis. Met nog 15 andere vliegvissers beschikte we over circa 24 km water. Het was een eldorado want we vingen grote voorns, veel van 28 cm en soms een uitschieter van 31 cm, maar zelden groter.

 

ronald in kamerik

 

Er zat heel goed snoek waarop we in de winters viste. Tachtig tot negentig snoeken vingen we in een winter. We begonnen in eind oktober met snoeken en viste tot eind februari. Ik had afspraken gemaakt met een aantal jongeren dat ze bijten zouden hakken in geval dat sloten en weteringen lang dicht gevroren waren, daarvoor kregen ze betaald.

 

Met de boeren maakte ik afspraken over het baggeren en gaf hun premies uit als ze lieten uitvoeren of zelf deden. Voorwaarden waren wel dat we inspraak hadden op de werkwijze, dus kuilen baggeren en niet rigoureus een sloot of wetering over de totale lengte uitbaggeren tot een meter diep. Dat gebeurde wel eens en dan kon je dat water voor een paar jaar afschrijven omdat de waterplaten verdwenen waren.

 

 machinaal baggeren

 

We hadden aardig invloed, hoewel het soms toch anders liep dan we wilde.Toen ik pas in Kamerik viste was de polder in tweeën gedeeld. Er was een polderdeel aan de Mijzijde en een oostelijk deel dat veel groter was en waar, net zoals het gedeelte Mijzijde, alle sloten en weteringen op stonden met elkaar in verbinding.

 

Het was geweldig totdat het waterschap, onder druk van de boeren, van het oostelijk deel van de polder drie polders maakten en het waterpeil verlaagde, toen liep het zienderogen achteruit.

 

In het deel van de polder Mijzijde beleven we goed vangen, totdat het noodlot toesloeg in 1978. Eerst zag er één aalscholver maar het jaar er op waren het er al tien en zo ging het maar door.

 

aalscholvers

 Je ziet ook veel aalscholvers in stadswater

 

Voornstand

De voornstand liep schrikbarend achteruit. Het was een kwestie van tijd en het betekenden het einde van schitterend viswater.

 

voorn biotoop

 

 In het artikel in het V.N.V. blad wordt nauwelijks over de negatieve invloeden van aalscholvers geschreven, naar mijn smaak is het verhaal dus onvolledig. De invloed van aalscholvers zou niet wetenschappelijk aantoonbaar zijn, dat klopt. We moeten daarbij afgaan op praktijkervaringen die er zijn. Die zijn er wel degelijk, niet alleen in Nederland, ook in de landen om ons heen.

 

Dat aalscholvers in staat zijn om grote vissen naar binnen te werken is een ding wat vast staat, dat blijkt wel uit de foto’s.

 

aalscholver eet vis

Grote vissen? geen bezwaar!

 

aalscholver eet snoek

Ook snoek gaat gemakkelijk naar binnen!