Wordt vliegvissen elitair?

Toen ik eind 1964 met het binden van kunstvliegen begon, had het vliegvissen de naam elitair te zijn. Een hobby voor mensen met veel geld die het zich konden permitteren dure hengels en vergunningen te kopen. Dat stempel heeft vliegvissen gekregen omdat er in die tijd door een kleine groep met de kunstvlieg werd gevist. Het was een vooroordeel. Neem mijzelf: ik had geen cent te makken en toch viste ik met de vlieg.

 

De achtergronden van het vliegvissen waren niet bekend bij veel buitenstaanders en sportvissers. Dan te bedenken dat er al in 1478 met kunstvliegen werd gevist.

Engeland kan worden gezien als de boosdoener van dat vooroordeel. Officieren in het Engelse leger en welgestelden visten met de vliegenhengel. Dat waren vaak adellijke, mensen die gestudeerd hadden en van goede ‘kom af’ waren. Door hun landgoederen of dat van hun ouders stroomde rivieren en beken waar forel in voorkwam, of waar zalm en zeeforel in optrok. Een uitrusting voor het vissen kostte toen het nodige en een gewone jongen had niet het geld om een Hardy hengel en andere zaken aan te schaffen of een vergunning te kopen.

Een kleine groep Nederlandse vissers had het vliegvissen in het buitenland gezien en hen aan het denken gezet. Zij ontdekten dat met de kunstvlieg rietvoorn kon worden gevangen in de Nederlandse polders. Daardoor veranderde aan het eind vijftiger jaren dat vooroordeel ‘elitair’ langzamerhand. Dat was eigenlijk de eerste aanzet tot het vliegvissen in ons land.

Het binden kwam toen ook in de belangstelling. Destijds was er alleen maar Engelse lectuur waarin uiteengezet werd hoe dat in zijn werk ging. De kunstvliegen die men toen gebruikte waren heel simpel. Men viste met bruine en zwarte Palmers gebonden op langstelige haken nummer 8 en soms met een Red Tag. Met nimfen werd er niet of nauwelijks gevist. Zulke vliegen zag je bijna niet in een vliegendoos.

Buitenstaanders en hengelaars keken met ontzag naar een vliegvisser. Ze vonden het wel heel mooi maar om er aan te beginnen deden ze niet zo snel. Het werpen met zo’n hengel moest worden geleerd en dat was een drempel. Het kostte moeite en waar kon je het leren? Leren vliegbinden was evenmin eenvoudig.

Omdat er met regelmaat over geschreven werd veranderde dat beeld. In de ‘Sportvisser’, een visblad van het eerste uur, schreef Frans Domhof soms artikelen over het vliegvissen en binden. Later schreef Kees Ketting het boek ‘Vissen, vliegen en vangen’. Hij deed dat met Henk Peeters, die een bijdrage leverde van technische kennis en informaties over materialen. Henk was (en is) beroepshalve met het vliegvissen bezig en is misschien niet bedreven in het binden, maar weet heel veel. Niet alleen over hengels, maar ook over bindmaterialen.

Er is sindsdien veel gebeurd in Nederland. De achterstand die er was ten opzichte van het buitenland, is allang ingehaald. Vliegvissen heeft ook de status niet meer elitair te zijn, alleen lijkt het er soms op dat het wat doorslaat. Vaak kan je dat merken omdat we heel veel experten hebben op dat gebied, zij die net of langere ervaring hebben bestempelen zich zelf vaak zo. Of doen dat voorkomen. Het mag van mij hoor, daar van af gezien, maar Jan Schreiner heeft eens de wijze woorden geschreven; ‘Zij die menen expert te zijn hebben minsten nog 25 jaar nodig om te ontdekken dat er in dit vak geen experts bestaan’. Met andere woorden je raakt nooit uitgeleerd.

Kees Ketting, die toch wel zijn bijdrage heeft geleverd, was wars van dat ‘geblaas’ en elitaire gedoe, net als veel ouwe rotten die er niet meer zijn. Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg was hun devies.

Als je tegenwoordig zegt dat je nog nooit op de Bahama’s geweest bent en geen bonefish hebt gevangen, tel je niet mee. Dat geldt ook als je nog nooit op zalm hebt gevist of er een gevangen hebt. Daarbij dient opgemerkt te worden dat veel ervaren vliegvissers het zalmvissen zien als een domme eenzijdige visserij die ook veel geld kost. Je moet daarbij heel veel mazzel hebben want je staat soms dagen voor Jan met de korte achternaam te vissen. Ik weet waar ik over praat.

Promotie voor het werpen en vliegvissen wordt er gemaakt en dat is uitstekend. Laatst is er in de omgeving van Oukoop een ‘Vliegvis Academie’ opgericht, in de buurt van een van mijn eerste vliegvisstekken.

Op een mistige dag, vliegvissen in de molenwetering. Oukoop 1969

Een prima initiatief, maar is zo’n naam niet wat overtrokken? Een academie wordt in de Dikke van Dale omschreven als een genootschap ter bevordering van de wetenschap. Sorry, maar is het binden van vliegen of vliegvissen een hogere opleiding?

Dat ‘doorschieten’, het verheerlijken, lijkt me onnodig. En het schrikt ook af. Het blijkt dat het legertje vliegvissers in Nederland vergrijst, we hebben geen aanwas van jeugd, en dat is kwalijk. We kunnen ons de vraag stellen of dat door afschrikking komt? Houdt het in dat het aantal vliegvissers ook zal teruglopen? Overtrokken, kan de opmerking zijn...

Een keer per jaar wordt de Fly Fair georganiseerd een evenement waar elke vliegvisser naar uitkijkt en naar mening hoort heen te gaan. Het viel me op dat het aantal bezoekers dit jaar minder was. Ik hoop niet dat die terugloop een teken is van desinteresse van de jeugd die wordt afgeschrikt door het vliegvissen.

Laten we het citaat eren; eenvoud is het kenmerk van het ware. Laten we ons richten op de jeugd, zodat ook zij het genot van het vliegvissen kunnen ervaren