Vissen in de Glomma

Wie naar Noorwegen reist om in de Glomma op vlagzalm te gaan vissen kan veel vis vangen. Soms wel dertig of meer vissen op een dag. De Glomma heeft een uitstekend bestand aan vlagzalm en forel. Een pré is wel dat je weet waar je het beste kan gaan vissen, want kennis over stekken en het water is dan wel een voorwaarden.

Waden en waadstokken

Voor de workshop in Noorwegen houden we in het voorjaar een informatiedag. We vertellen dan wat nodig is aan hengels, vliegen en overige materialen. We wijzen er steeds weer op dat een waadstok echt nodig is, omdat de bodem van de Glomma nu eenmaal niet geasfalteerd is.

 

Er liggen grote keien en dat maakt het waden niet bepaald eenvoudig. Er staat bovendien vaak ook nog een flinke stroming. Als je niet zo stevig op je benen staat, net zoals ik, dan kan het waden in de Glomma listig zijn. Vroeger was ik beter ter been, maar ja, de man wordt ouder, en dan.

 

Beetverklikkers

vliegvissen in ploemp

Beetverklikkers worden door vliegvissers vaak gebruikt als ze met een nimf of natte vlieg vissen. Het kan een hulp middel zijn voor de beetregistratie en in sommige situatie zelfs onmisbaar. Bijvoorbeeld als er stroomafwaarts wordt gevist in water met een woelig oppervlak.

 

Een aanbeet is dan met een drijvende, ingevet leaderdeel goed zichtbaar als dat door een aanbeet ‘wegschiet’. Als je in een brede rivier vist en op afstand een nimf serveert, is een aanbeet van een vis eveneens lastig waarneembaar.

 

Als het even kan vis ik zonder beetverklikker. Alleen als het niet anders kan wordt er één op de leader geplaatst. Het voorbeeld van het snelstromende water met een ruw oppervlak is  genoemd. Dan gebruik ik er één, maar ik heb altijd het gevoel dat ik met een dobber vis, maar dat is een persoonlijke mening.

 

snoekSnoeken

Als in september het loof aan de bomen en struiken gaat verkleuren dient de herfst zich aan.  Overdag is de temperatuur nog prima, maar ‘s nachts  koelt het sterk af.

 

Begroeiingen in het water, waar snoeken graag onder en tussen liggen, verdwijnen langzaam. Ze liggen daar, en grijpen een niets vermoedende prooi vanuit een hinderlaag.

 

Die dekking van planten, plakken wier en kroos kan ik eigenlijk niet gebruiken. Ze maken niet alleen het spinnen op snoek onmogelijk, ook hinderlijk voor het vissen met sommige streamers zijn ze lastig.

 

Begin oktober is het zover. Mijn spullen zijn in orde gemaakt en ga ik er op uit. In het gebied waar ik vis zijn een aantal stekken die ik afwerk. De ene week die en de andere week de volgende.

 

Vliegvissen op fint - hartstikke leuk!

Ben slechts tweemaal weggeweest voor de fint, nou ja, anderhalf keer om precies te zijn. De eerste keer stond ook deels in het teken van de harder, maar die hadden we al snel opgegeven vanwege weinig tot geen reactie op onze hoopvol gebonden vliegen.

 

Aan de andere kant van de dijk gebeurde op dat moment namelijk wel wat. Fint bleek volop aanwezig te zijn en daar hebben we ons de rest van de dag dan ook op gestort en daar hebben we totaal geen spijt van gekregen.

 

Tien Vlagzalmsnoepjes

vlagzalm

Zo’n vijfentwintig jaar geleden, toen ik mijn eerste schuchtere pogingen deed om gericht op vlagzalm te vissen op Ardense rivieren zoals de Ourthe en de Lesse, probeerde ik dit in navolging van meer ervaren collega’s meestal met droge vliegjes van het type Red Tag of Coachman.

 

Later kwamen daar patroontjes bij zoals een Orange Otter of een Black Ant. Deze droge vliegjes werden meestal gebonden op kleine haakmaten, maar tijdens het forelvissen gebeurde het ook wel eens dat je een vlagzalm haakte op een grotere, niet voor deze vissoort bedoelde vlieg.

 

Later leerde ik hoe je vooral in het begin van het seizoen vlagzalm kon vangen met stroomafwaarts geviste onverzwaarde nimfen zoals de Iron Blue Dun nimf of kleine ‘spider patterns’ zoals een Partridge & Orange. Op de Kyll in de Duitse Eifel raakte ik - lang voor het vissen met goudkoppen populair werd - vertrouwd met het ‘dead drift’ vissen met verzwaarde nimfen. Die eerste diep geviste nimfen waren toen niets meer dan sterk verzwaarde Red Tags.

 

Waar vind je nog grote ruisvoorns?

grote voorn

Dit is de kop van een artikel dat in de laatste aflevering van het V.N.V. blad staat. Er wordt ingegaan op de toestanden in de polders, groei eigenschappen van ruisvoorn, waterkwaliteit en waar je ze kunt vinden, hoewel dat laatste niet uit de verf komt.

 

Wel logisch, anders zou dat water overlopen worden en kunnen ze ook daar niet meer worden gevangen; die voorns van 30 cm en groter, als die daar tenminste te vangen zijn. Het artikel is goed geschreven, daar van afgezien maar ik mis wat essentieels in dat verhaal.

 

Vliegvissen in de zomer en winter

bouman

De meeste Nederlandse vliegvisser gaan één, soms tweemaal per jaar naar het buitenland om op forel te vissen. Vaak is dat niet ver weg, ze vissen in de beken en kleine rivieren even over de grens in de Eifel of in Luxenburg.

 

Het meeste van hun visdagen brengen ze door in eigen land en vliegvissen in de zomer op voorn, winde, roofblei, snoekbaars of forel in een reservoir .

Helaas is het vliegvissen in de polder niet meer zo als vroeger, maar het neemt niet weg dat er nog best een visje te vangen is al zijn ze misschien kleiner. Een vraag die vaak gesteld is waar mee gevist moet worden, welke insecten komen er bij ons voor. Twee vragen in een zin.

 

Voornvissen in de herfst

Baay

Het vliegvissen in Nederland is begonnen met het vissen op rietvoorn, dat was in het begin van de vijftigerjaren door een handje vol poldervissers. Het voornvissen met vliegen in de grote rivieren of in de delta nabij Rotterdam bijvoorbeeld op zeebaars, roofblei of fint was in die tijd onbekend, ook werd er sporadisch op snoek en snoekbaars gevist.


Sommige vliegvissers, die net met de hobby begonnen zijn, hebben soms vaag wat over die tijd gehoord en kunnen zich daarvan nauwelijks iets voorstellen.
Oude rotten in het vak weten echter daar alles van want die hebben gouden tijden meegemaakt van visdagen waarop ze dertig of meer grote voorns vingen van acht en twintig centimeter of groter.

 

Fantasie vliegen?

Het was Cor van Beurden die zo nu en dan het vliegbinden demonstreerde aan de beginnelingen op clubavonden van de Haagse Casting club. Dan heb ik over 1965, er was toen praktisch geen instructief materiaal. Die demonstraties werden gehouden in een of ander zaaltje van een café.

 

Van Beurden had een hengelsportzaak in de Haagse Molenstraat en was een vervent liefhebber van het vliegvissen. Samen met A. van Onck maakte hij veel boeken onder andere ‘Vliegen die vangen’. Dit was in die tijd een bijzonderheid, want Nederlandstalige lectuur over dat thema was er nauwelijks. De boeken die waren, kwamen uit Engeland en Amerika.

 

Vissen met een nimf of emerger?

Laatst ontmoette ik een vriend waarmee ik lang geleden wel eens viste. Hij had zich verbaast dat ik het thema stijgnimfen zo had uitgediept en daar ook een boek over had geschreven. Hij wist dat ik eigenlijk altijd met een nimf viste en heel soms wat anders aan de leader knoopte. Zijn opmerking vond ik eigenlijk niet zo vreemd.